Birdby LogoBirdby
IJsvogel (Alcedo atthis)

IJsvogel

Niet bedreigd (Least Concern) op globale schaal, maar in sommige regio's gevoelig door verstoring van leefgebied en waterkwaliteit.

Alcedo atthis

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De ijsvogel is een kleine, opvallend gekleurde vogel met een gedrongen lichaam, korte staart, korte poten en een lange, puntige snavel. Hij staat bekend om zijn briljante turquoise en oranje verenkleed en zijn bliksemsnelle jachtmethode, waarbij hij vanaf een zitplaats in het water duikt om kleine vissen te vangen.

Grootte en levensduur

Lengte
16-17 cm
Spanwijdte
24-26 cm
Gewicht
25-45 gram
Levensduur
Gemiddeld 7 jaar in het wild, met een maximum van 21 jaar geregistreerd in uitzonderlijke gevallen.
Voedsel
Voornamelijk kleine vis (tot 12 cm), maar ook waterinsecten, larven, kikkervisjes, kikkers, en soms kreeftachtigen.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Bovenkant glanzend, iriserend turquoise tot kobaltblauw; onderkant roestbruin tot oranje. Witte keel en een witte vlek aan de zijkant van de nek. Een smalle blauwgroene band loopt over de borst. De vleugels zijn donkerder, met blauwe stippen op de rug en vleugeldekveren.
Snavelvorm
Lang, recht, dolkvormig en puntig. Bovenkaak zwartbruin, onderkaak roodachtig oranje bij het vrouwtje, geheel donker bij het mannetje.
Oogkleur
Donkerbruin.
Pootkleur
Felrood.
Onderscheidende kenmerken
De combinatie van zijn kleine formaat, korte staart, lange snavel, briljante blauwe bovendelen en oranje onderdelen is uniek. In vlucht is de witte vlek op de nek en de snelle, rechtlijnige vlucht op lage hoogte kenmerkend.
Uiterlijk jongen
Jeugdvogels zijn doffer gekleurd dan volwassenen. Hun bovendelen zijn groener blauw, de onderdelen zijn bleker oranje en de borst heeft een vage, donkere band. De snavel is korter, donkerder en heeft een lichte punt. De poten zijn ook doffer gekleurd.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed bij volwassen vogels. De intensiteit van de kleuren kan variëren met de lichtinval.
Geslachtsdimorfisme
Gering. Het mannetje heeft een volledig zwarte snavel, terwijl het vrouwtje een roodachtige vlek aan de basis van de onderkaak heeft. Dit is het meest betrouwbare seksuele kenmerk.

Hoe herken je

  1. 1

    Vlucht

    Een snelle, rechtlijnige vlucht, laag over het water, vaak met een opvallend blauwgroene flits. De snelle vleugelslag is kenmerkend.

  2. 2

    Kleurenpatroon

    De unieke combinatie van glanzend turquoise/kobaltblauw op de rug en oranje op de buik, samen met een witte keelvlek en nekvlek, is onmiskenbaar.

  3. 3

    Geluid

    Luister naar het schelle 'tjiieh' of 'tsie-tie', vaak herhaald in de vlucht. Dit is vaak de eerste indicatie van zijn aanwezigheid.

  4. 4

    Habitat

    Zoek langs heldere, langzaam stromende of stilstaande zoetwaterlichamen met voldoende vegetatie en overkapping, waar hij kan jagen.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde, subtropische en tropische zones.
Verspreidingsgebied
Groot deel van Europa, Azië en Noord-Afrika. Van Ierland en Spanje in het westen tot Japan en de Salomonseilanden in het oosten, en van Scandinavië in het noorden tot delen van Noord-Afrika in het zuiden.
Hoogtebereik
Meestal te vinden van zeeniveau tot ongeveer 1000 meter, maar lokaal tot 2000 meter in sommige bergachtige gebieden met geschikte waterlopen.
Voorkeursomgevingen
Heldere, schone zoetwaterlichamen met langzaam stromend of stilstaand water, rijke vispopulaties en voldoende zitplaatsen (takken, stenen) om vanaf te jagen. Steile, onbegroeide oevers zijn essentieel voor het graven van nesttunnels. Meren, rivieren, beken, kanalen en vijvers met een goede waterkwaliteit.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal, het meest actief tijdens de vroege ochtend en late namiddag wanneer de vis actiever is.
Eetgewoonten
Jaagt voornamelijk door vanaf een zitplaats stil te zitten en te wachten tot een prooi voorbij zwemt. Duikt dan razendsnel in het water, pakt de vis vast met zijn snavel en keert terug naar de zitplaats om de prooi dood te slaan en vervolgens met de kop eerst door te slikken. Kan ook biddend boven het water hangen voordat hij duikt, hoewel dit minder vaak voorkomt dan bij andere ijsvogelsoorten.
Sociaal gedrag
Meestal solitair buiten het broedseizoen. Tijdens het broeden vormen ze monogame paren. Territoriaal, vooral tijdens het broeden, waarbij ze hun jachtgronden en nestplaats verdedigen.
Vliegpatroon
Zeer snelle, rechtlijnige vlucht, laag over het wateroppervlak. Vleugelslagen zijn snel en ondiep. Vliegt vaak als een blauwgroene flits voorbij.
Trekpatroon
Overwegend standvogel in veel delen van zijn verspreidingsgebied, vooral in westelijk Europa. Noordelijke populaties trekken in de winter zuidwaarts naar warmere gebieden als hun broedgebieden bevriezen. Trek is meestal over korte afstanden.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal, vooral de mannetjes, die hun broed- en jachtgebieden fel verdedigen tegen indringers van dezelfde soort. Territoria kunnen lineair zijn langs een waterloop, soms kilometers lang.

Zang en geluiden

Zang
Heeft geen complexe zang. De geluiden bestaan voornamelijk uit roepen.
Roep
Een scherp, schel 'tjiieh' of 'tsie-tie' dat vaak wordt gehoord in de vlucht. Bij opwinding of in territoriaal gedrag kan het sneller en herhaald worden.
Wanneer hij roept
Het hele jaar door te horen, maar het meest frequent tijdens de broedtijd en bij verstoring of wanneer vogels elkaar passeren.

Voortplanting

Broedseizoen
Maart tot september, afhankelijk van de geografische locatie. Meestal 2-3 legsels per jaar.
Nestgewoonten
Nestelt in een tunnel die wordt uitgegraven in steile, zandige of leemachtige oevers langs waterlopen. De tunnel is doorgaans 50-90 cm lang, met aan het einde een verbrede nestkamer. Beide ouders graven de tunnel en zorgen voor de jongen.
Legselgrootte
Gemiddeld 5-8 eieren.
Eierbeschrijving
5-8 glanzende, zuiver witte, bijna ronde eieren. Ze zijn relatief groot voor de lichaamsgrootte van de vogel.
Broedperiode
19-21 dagen, uitgevoerd door beide ouders.
Uitvliegperiode
23-27 dagen. De jongen blijven na het uitvliegen nog enkele dagen afhankelijk van de ouders.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en voeren de jongen. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enige tijd bij de ouders en worden ze gevoerd, totdat ze zelfstandig kunnen jagen.

Waar te vinden

Beken en rivieren

Vooral smalle, schone beken en rivieren met voldoende vis en steile oevers voor nestplaatsen.

Meren en vijvers

Rustige delen van meren en grote vijvers, met name daar waar ondiep water en overhangende takken aanwezig zijn.

Kanalen en sloten

Langs heldere, schone kanalen en sloten met voldoende structuur en vispopulaties.

Visvijvers

Regelmatig te vinden bij visvijvers, mits er geschikte nestgelegenheid en rust is.

Veldtips

  1. Geduld is een schone zaak. IJsvogels zijn schuw en snel. Zoek een goede uitkijkplek en wacht rustig af. Verstoor de vogel niet.
  2. Luister aandachtig. Het geluid is vaak de eerste aanwijzing dat er een ijsvogel in de buurt is, nog voordat je hem ziet vliegen.
  3. Zoek naar zitplaatsen. Let op takken, rietstengels of stenen die over het water hangen, aangezien dit zijn favoriete jachtposten zijn.
  4. Vroege ochtend of late namiddag. Dit zijn de meest actieve perioden van de dag voor de ijsvogel om te jagen.
  5. Volg de waterloop. Loop rustig langs de oevers van geschikte waterlopen en let op bewegingen aan de overkant of op het water.

Gelijkende soorten

Bonte ijsvogel

Ceryle rudis

Veel groter, voornamelijk zwart-wit van kleur, en heeft een kuif. Komt niet in Europa voor, maar in Afrika en Azië.

Groene ijsvogel

Chloroceryle americana

Voornamelijk groen met witte en roodbruine strepen, en komt voor in Amerika. Verschilt duidelijk in kleur en patroon.

Kleine ijsvogel

Ceyx erithaca

Kleiner, heeft een korte rode snavel en komt alleen voor in Zuidoost-Azië. Het kleurenpalet is vergelijkbaar, maar de afmetingen en de snavel zijn duidelijk anders.

Snelle feiten

Snelste vogel in zijn gewichtsklasse:
Kan snelheden tot 80 km/u bereiken in vlucht.
Duiker:
Duikt met een snelheid van ongeveer 3 meter per seconde in het water.
Zicht onder water:
Kan zijn ogen onder water aanpassen om de breking van licht te compenseren, waardoor hij zijn prooi nauwkeurig kan inschatten.
Visconsumptie:
Kan dagelijks tot 60% van zijn eigen lichaamsgewicht aan vis eten.
Meerdere legsels:
Produceert vaak twee tot drie legsels per broedseizoen, soms zelfs vier.

Leuke weetjes

  • Het verenkleed van de ijsvogel is niet gepigmenteerd in blauw; de blauwe kleur ontstaat door de structuur van de veren die het licht reflecteren (structurele kleuring).
  • IJsvogels hebben vaak een 'vaste route' die ze afleggen langs hun territorium, waardoor ze voorspelbaar kunnen zijn voor vogelspotters.
  • De vorm van de snavel van de ijsvogel was de inspiratie voor de neus van de Japanse hogesnelheidstrein Shinkansen om de geluidsoverlast bij het uitrijden van tunnels te verminderen.
  • De naam 'ijsvogel' heeft niets te maken met ijs, maar komt waarschijnlijk van het oud-Germaanse 'Eisenvogel' (ijzervogel) vanwege zijn glanzende, metaalachtige kleuren of 'Heiligenvogel' (heilige vogel) vanwege zijn prachtige uiterlijk.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Coraciiformes
Familie
Alcedinidae
Geslacht
Alcedo
Soort
Alcedo atthis

Ontdek de IJsvogel

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app