Birdby LogoBirdby
Oehoe (Bubo bubo)

Oehoe

Niet bedreigd (LC - Least Concern) wereldwijd, maar lokaal kwetsbaar of uitgestorven door habitatverlies, verstoring en vervolging.

Bubo bubo

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Oehoe (Bubo bubo) is een van de grootste en krachtigste uilen ter wereld, bekend om zijn indrukwekkende formaat, oranje ogen en kenmerkende oorpluimen. Het is een formidabele roofvogel die een breed scala aan prooien jaagt, van kleine knaagdieren tot middelgrote zoogdieren en andere vogels. Deze soort is een iconisch symbool van wilde, afgelegen landschappen in Europa en Azië.

Grootte en levensduur

Lengte
58-75 cm
Spanwijdte
138-180 cm (zelden tot 200 cm)
Gewicht
Man: 1600-3000 g; Vrouw: 2300-4200 g (gemiddeld 3100 g), de grootste vrouwtjes kunnen 4600 g bereiken
Levensduur
Tot 20 jaar in het wild, tot 60 jaar in gevangenschap
Voedsel
Zeer gevarieerd, inclusief knaagdieren, hazen, konijnen, egels, vogels (zoals kraaiachtigen, duiven, eenden en vliegaas), vossenwelpen, jonge reeën, en zelden vissen, slangen, kikkers, en grote insecten. Het dieet wordt sterk beïnvloed door de lokale prooiaanbod.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Het verenkleed is cryptisch, variërend van roodbruin tot grijsbruin met donkere strepen en vlekken, waardoor perfecte camouflage in rotsachtige of beboste omgevingen wordt geboden. De onderzijde is lichter, oker- tot crèmekleurig met fijne donkere lengtestrepen en dwarsbanden. Er is aanzienlijke variatie in kleur afhankelijk van de geografische locatie, van bleek zandkleurig in woestijngebieden tot donkerder en zwaarder gemarkeerd in bosrijke streken.
Snavelvorm
Korte, krachtige, sterk gekromde zwarte snavel, typisch voor roofvogels.
Oogkleur
Opvallende, doordringende oranje tot geeloranje ogen, een van de meest kenmerkende eigenschappen.
Pootkleur
Poten en tenen zijn volledig bevederd, tot aan de klauwen aan toe. De klauwen zelf zijn donkergrijs tot zwart.
Onderscheidende kenmerken
Naast het forse formaat, de diep oranje ogen en de krachtige bouw, zijn de lange, opvallende oorpluimen kenmerkend (deze zijn niet functioneel voor het gehoor maar dienen voor visuele communicatie en camouflage). De relatief platte kop en brede, machtige vleugels zijn ook opvallend.
Uiterlijk jongen
Juvenielen lijken op volwassenen, maar hebben een donziger verenkleed dat doffer van kleur is. De oorpluimen zijn nog korter en minder opvallend. Hun ogen zijn vaak nog geelgetint en nog niet het diepe oranje van volwassenen. Ze hebben een iets minder gestructureerde tekening en de donkere streping is minder scherp.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Vrouwtjes zijn aanzienlijk groter en zwaarder dan mannetjes (ongeveer 25% groter en 40% zwaarder), maar vertonen geen grote verschillen in verenkleed. Stemgeluid verschilt: vrouwtjes hebben een hogere roep.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en postuur

    De Oehoe is buitengewoon groot en robuust, de grootste uil in Europa en Azië. Dit is vaak al genoeg om hem te onderscheiden van andere uilen.

  2. 2

    Oorpluimen

    De lange, opvallende oorpluimen die schuin omhoog staan, zijn een van de meest karakteristieke kenmerken. Ze zijn niet altijd zichtbaar, afhankelijk van de stemming van de vogel.

  3. 3

    Oogkleur

    De diep oranje tot geeloranje ogen zijn zeer opvallend en contrasteren met het cryptische verenkleed. Andere uilen hebben vaak gele, bruine of zwarte ogen.

  4. 4

    Roep

    De diepe, doffe "oe-hoeh" roep van het mannetje ('boop-boop' of 'hooo-hooo') is onmiskenbaar en draagt ver in de nachtelijke stilte.

  5. 5

    Vlucht

    Zware, krachtige en stille vlucht, vaak met een karakteristiek silhouet van brede vleugels en een relatief korte staart.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Breed scala aan biomen: boreale bossen, gematigde bossen, mediterrane struikgewassen, graslanden, steppe, woestijnranden, en heuvelachtige of bergachtige gebieden.
Verspreidingsgebied
Palearctische regio: strekt zich uit over grote delen van Europa (van Scandinavië in het noorden tot het Middellandse Zeegebied in het zuiden) en Azië (van Turkije tot Japan en China, en zuidelijk tot delen van het Indische subcontinent en de Himalaya). Is in delen van West-Europa succesvol geherintroduceerd na uitroeiing.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot subalpiene gebieden, doorgaans tot 2000 meter, maar in de Himalaya tot 4500 meter.
Voorkeursomgevingen
Voorkeur voor rotsachtige gebieden zoals kliffen, steengroeven en rotsachtige ravijnen, vaak in de nabijheid van open jachtgebieden en bossen. Kan ook voorkomen in uitgestrekte bossen met open plekken en langs rivierdalen. Past zich ook aan aan menselijke landschappen, zoals grote parken en op de rand van steden, mits er voldoende prooi en ongestoorde broedplaatsen zijn.

Gedrag

Activiteitstijd
Strict nachtactief, voornamelijk tijdens de schemering en 's nachts. Overdag rust de Oehoe meestal verborgen in dicht gebladerte of in rotsspleten, hoewel hij soms 's middags of vroeg in de ochtend kan worden gezien, vooral tijdens de broedperiode of bij bewolkt weer.
Eetgewoonten
Nachtelijke jager, jaagt vanuit een uitkijkpunt (bv. een boom of rots) of tijdens een lage patrouillevlucht. Gebruikt zijn uitzonderlijke gehoor en scherp gezichtsvermogen om prooien te lokaliseren. Kan ook prooien van de grond oppikken. Staat bekend om het vangen van grote prooien, soms zwaarder dan hijzelf. Braakballen zijn groot en bevatten vaak overblijfselen van diverse prooidieren.
Sociaal gedrag
Meestal solitair en territoriaal. Tijdens het broedseizoen vormen ze monogame paren. De band tussen partners kan levenslang zijn. Paren verdedigen actief hun territorium tegen indringers.
Vliegpatroon
Rustige en krachtige vlucht met diepe, regelmatige vleugelslagen. Tijdens de jacht kan de vlucht laag en glijdend zijn. Kenmerkend is de bijna geruisloze vlucht dankzij gespecialiseerde veren.
Trekpatroon
Overwegend standvogel. Jonge vogels kunnen wel aanzienlijke afstanden afleggen om een eigen territorium te vinden. In de meest noordelijke delen van het verspreidingsgebied kan er sprake zijn van kortere, lokale verplaatsingen bij strenge winters en voedseltekorten.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen. Territoria worden verdedigd door middel van roepen en soms agressieve confrontaties. De grootte van een territorium varieert sterk afhankelijk van prooibeschikbaarheid en habitat, van enkele tientallen tot honderden vierkante kilometers.

Zang en geluiden

Zang
De roep van het mannetje is een diepe, doffe "oe-hoeh", vaak herhaald met tussenpozen van enkele seconden. De roep is verreikend en melancholisch. Vrouwtjes roepen hoger en zachter, een soort "oe-hoe-hoe".
Roep
Naast de territoriale roep variëren alarmroepen van schelle kreten tot sissende geluiden bij verstoring van het nest. Juvenielen bedelen met zachte, fluitende geluiden.
Wanneer hij roept
Voornamelijk tijdens de schemering en de nacht. De roepfrequentie neemt toe tijdens het broedseizoen, vooral vlak voor het leggen van eieren.

Voortplanting

Broedseizoen
Begint doorgaans in februari-maart in Zuid-Europa, later in het noorden (maart-april). Eileg begint al in december in sommige zuidelijke populaties.
Nestgewoonten
Nesten worden meestal gemaakt in rotsspleten, op richels van kliffen, in oude roofvogelnesten (zoals buizerd- of arendsnesten) of op de grond onder struikgewas of aan de voet van bomen. Ze maken zelden zelf een uitgebreid nest, maar schrapen een ondiepe kuil uit.
Legselgrootte
Meestal 2-4 eieren, uitzonderlijk 1 of tot 6.
Eierbeschrijving
2-4 (soms 1-6) eieren, wit, afgerond en met weinig tot geen markeringen. Grootte ongeveer 59 x 49 mm.
Broedperiode
31-36 dagen, voornamelijk door het vrouwtje, waarbij het mannetje voedsel aanlevert.
Uitvliegperiode
Jongen verlaten het nest na ongeveer 5-6 weken, maar kunnen dan nog niet vliegen. Ze blijven in de buurt van het nest en worden nog enkele weken door beide ouders verzorgd. Vliegvlug na 8-9 weken.
Ouderlijke zorg
Beide ouders zorgen voor de jongen, hoewel het vrouwtje voornamelijk de incubatie en de eerste verzorging op zich neemt. Het mannetje is verantwoordelijk voor het aanleveren van voedsel. Jonge uilen blijven tot wel 5 maanden na het uitkomen afhankelijk van de ouders voor voedsel en leren jagen.

Waar te vinden

Rotsachtige gebieden

Zoek naar kliffen, steengroeven, ravijnen en rotswanden met uitsteeksels en spleten.

Uitgestrekte bossen met open plekken

Vooral in heuvelachtige of bergachtige bossen, in de buurt van open jachtgebieden zoals graslanden of landbouwgrond.

Rivierdalen

Grote rivierdalen met steile oevers of rotsformaties kunnen goede locaties zijn.

Menselijke bouwplaatsen

In sommige gebieden broeden Oehoes succesvol in grote verlaten gebouwen, bruggen of industriële complexen.

Veldtips

  1. Ga tijdens de schemering of 's nachts. Dit is de meest actieve periode voor de Oehoe. Luister naar de roep bij zonsondergang en zonsopkomst. Het broedseizoen biedt de beste kansen om de roep te horen.
  2. Zoek naar braakballen. Grote braakballen (tot 10 cm lang en 4 cm dik) onder vaste roestplekken of broedplaatsen, met botten en haren, kunnen een indicatie zijn van aanwezigheid.
  3. Gebruik een spotlicht (voorzichtig). Reflecterende oranje ogen zijn 's nachts van ver zichtbaar. Gebruik een spotlicht met mate en verstoor de vogel niet.
  4. Raadpleeg lokale veldgidsen en waarnemingen. Lokale natuurbeschermingsorganisaties of vogelwerkgroepen kunnen informatie geven over bekende broedgebieden.
  5. Respecteer de rustzone. Hou gepaste afstand, vooral rond broedplaatsen, om verstoring van deze gevoelige soort te voorkomen.

Gelijkende soorten

Amerikaanse Oehoe

Bubo virginianus

Hoewel qua uiterlijk zeer vergelijkbaar en ook met oorpluimen, is de Amerikaanse Oehoe doorgaans kleiner en lichter van kleur. De borsttekening is anders: de Amerikaanse heeft horizontale streping, terwijl de Euraziatische Oehoe verticale streping heeft. De roep is ook verschillend: de Amerikaanse Oehoe heeft een typische vier- tot vijftonige hoornroep in plaats van het tweelettergrepige 'oe-hoeh'.

Sneeuwuil

Bubo scandiacus (voorheen Nyctea scandiaca)

De Sneeuwuil is iets kleiner dan de Oehoe, maar vooral te onderscheiden door zijn vrijwel geheel witte verenkleed (met donkere strepen bij vrouwtjes en juvenielen), gele ogen en het ontbreken van duidelijke oorpluimen. De Sneeuwuil leeft in arctische gebieden en heeft een heel ander habitat.

Snelle feiten

Grootste uil in de Palearctische regio:
Ja
Hoofdzakelijk nachtactief:
Ja
Voortplantingstijd:
Februari-april
Roept 'oe-hoeh':
Ja
Dieet:
Zeer breed, van kleine knaagdieren tot middelgrote zoogdieren en vogels

Leuke weetjes

  • De wetenschappelijke naam 'Bubo bubo' is een onomatopee (klanknabootsing) van zijn roep.
  • Oehoes kunnen prooien vangen die twee tot drie keer hun eigen gewicht zijn, zoals jonge reeën of grote marters.
  • Het gehoor van een Oehoe is zo gevoelig dat hij een prooi kan lokaliseren op basis van het geluid van urine of ontlasting in de sneeuw.
  • Sommige Oehoes hebben zich aangepast aan stedelijke omgevingen en jagen op duiven en ratten in steden.
  • In de middeleeuwen werd de Oehoe gevreesd en geassocieerd met duisternis en ongeluk, en soms gebruikt om andere vogels te verjagen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Strigiformes
Familie
Strigidae
Geslacht
Bubo
Soort
Bubo bubo

Ontdek de Oehoe

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app