Birdby LogoBirdby
Koereiger (Bubulcus ibis)

Koereiger

Niet bedreigd (Least Concern)

Bubulcus ibis

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Koereiger is een kleine, gedrongen reigersoort die bekend staat om zijn associatie met grazend vee en grote wilde herbivoren. Het is een zeer succesvolle en wijdverspreide soort, die zich de afgelopen eeuw aanzienlijk heeft uitgebreid over de hele wereld. Zijn dieet bestaat voornamelijk uit insecten die door het vee worden opgeschrikt.

Grootte en levensduur

Lengte
46-56 cm
Spanwijdte
88-96 cm
Gewicht
270-510 g
Levensduur
Gemiddeld 5-7 jaar in het wild, maximaal 15 jaar
Voedsel
Insectivoor, carnivoor (voornamelijk insecten, maar ook kleine amfibieën, reptielen, vissen en zoogdieren)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels in niet-broedkleed zijn overwegend wit met een gele snavel en geelgrijze poten. In broedkleed ontwikkelen ze oranje-buffkleurige pluimen op de kruin, borst en rug.
Snavelvorm
Relatief korte, stevige, puntige snavel. Geel in niet-broedkleed, oranjerood in broedkleed.
Oogkleur
Geel, met een oranje ring rond de iris in broedkleed.
Pootkleur
Geelachtig grijs in niet-broedkleed, helder oranjerood in broedkleed.
Onderscheidende kenmerken
De gedrongen bouw, relatief korte nek en snavel, en de gewoonte om dicht bij grazend vee te foerageren zijn kenmerkend. In broedkleed zijn de oranje-buffkleurige pluimen uniek.
Uiterlijk jongen
Juvenielen lijken op volwassen vogels in niet-broedkleed, maar hebben een donkere snavelpunt en vaak donkerdere poten. Ze missen de oranje-buffkleurige pluimen.
Seizoensveranderingen
In het broedseizoen (voorjaar/zomer op het noordelijk halfrond) ontwikkelen volwassen vogels oranje-buffkleurige pluimen op de kruin, borst en rug. De snavel en poten worden helder oranjerood en de iris krijgt een oranje ring. Buiten het broedseizoen zijn ze geheel wit met gele snavel en geelgrijze poten.
Geslachtsdimorfisme
Gering. Mannetjes zijn gemiddeld iets groter dan vrouwtjes en hebben mogelijk intensere broedkleuren, maar dit is in het veld moeilijk te onderscheiden.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en bouw

    Let op de relatief kleine, gedrongen bouw en korte nek in vergelijking met andere reigers.

  2. 2

    Snavel- en pootkleur

    Buiten het broedseizoen: gele snavel en geelgrijze poten. In broedkleed: oranjerode snavel en poten.

  3. 3

    Pluimen in broedkleed

    De aanwezigheid van oranje-buffkleurige pluimen op kruin, borst en rug is een onmiskenbaar kenmerk van de Koereiger in broedkleed.

  4. 4

    Gedrag en habitat

    Zoek naar reigers die op het land foerageren, vaak in de nabijheid van grazend vee of landbouwmachines. Dit gedrag is zeer kenmerkend voor de Koereiger.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Graslanden, savannes, landbouwgebieden, moerassen, uiterwaarden, open bossen.
Verspreidingsgebied
Oorspronkelijk Afrika, Zuid-Europa en Azië. Heeft zich in de 20e eeuw verspreid naar Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Komt nu wereldwijd voor in geschikte habitats.
Hoogtebereik
Voornamelijk in laaglanden, maar kan tot op hoogtes van 1500-2000 meter worden gevonden.
Voorkeursomgevingen
Open, vochtige gebieden met kort gras en de aanwezigheid van grote grazers (vee, paarden, wilde herbivoren). Ook te vinden bij rijstvelden, akkers en langs de randen van waterlichamen.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
De Koereiger foerageert voornamelijk op insecten, met name sprinkhanen, krekels, vliegen en kevers, die worden opgeschrikt door grazend vee of landbouwmachines. Ze lopen vaak dicht bij de snuit of poten van het vee. Ze eten ook spinnen, kikkers, hagedissen, kleine slangen, vissen en af en toe kleine knaagdieren. Ze kunnen ook parasieten van het vee pikken.
Sociaal gedrag
Zeer sociaal, vooral buiten het broedseizoen. Vormen vaak grote foerageer- en slaapgroepen, soms van duizenden vogels. Broeden in kolonies, vaak samen met andere reigersoorten en ibissen.
Vliegpatroon
Vlucht is direct en krachtig, met langzame, diepe vleugelslagen. De nek wordt ingetrokken in een S-vorm, kenmerkend voor reigers, en de poten steken iets voorbij de staart uit.
Trekpatroon
De Koereiger is deels trekvogel en deels standvogel, afhankelijk van de geografische locatie. Populaties in gematigde streken trekken naar warmere gebieden in de winter. Tropische populaties zijn vaak standvogels, maar kunnen nomadisch zijn in reactie op regenval en voedselbeschikbaarheid. In Europa zijn ze deels standvogel, deels zomergast en deels doortrekker.
Territoriaal gedrag
Niet territoriaal buiten het broedseizoen. Tijdens het broeden verdedigen ze een klein gebied rond het nest.

Zang en geluiden

Zang
De Koereiger heeft geen complexe zang. Vocalisaties zijn meestal beperkt tot het broedseizoen en in kolonies.
Roep
Meestal stil buiten de broedkolonie. In de kolonie produceren ze een reeks raspende, hese en kwakende geluiden, zoals 'krr-krr', 'rak-rak' of 'ribbit'. Alarmroep is een scherp 'tsjik'.
Wanneer hij roept
Voornamelijk tijdens het broedseizoen in de kolonie, en bij interacties met soortgenoten.

Voortplanting

Broedseizoen
Varieert geografisch. In tropische gebieden vaak gekoppeld aan het regenseizoen. In gematigde streken meestal van april tot juli.
Nestgewoonten
Broedt in kolonies, vaak in bomen of struiken, soms boven water. Het nest is een slordig platform van takjes, bekleed met bladeren of gras. Beide ouders bouwen het nest.
Legselgrootte
2-6 eieren
Eierbeschrijving
2-6 eieren (meestal 3-4), lichtblauw of blauwgroen, zonder vlekken. Afmetingen: ca. 45 x 33 mm.
Broedperiode
22-26 dagen, door beide ouders.
Uitvliegperiode
De jongen verlaten het nest na 25-35 dagen, maar worden nog enkele weken door de ouders gevoerd.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en voeren de jongen. De jongen worden gevoed met opgebraakt voedsel.

Waar te vinden

Graslanden en weiden

Overal waar grazend vee (runderen, paarden) aanwezig is, vooral in open, vochtige gebieden.

Landbouwgebieden

Rijstvelden, akkers en andere gecultiveerde gebieden waar insecten worden opgeschrikt door landbouwwerkzaamheden.

Moerassen en uiterwaarden

Langs de randen van waterlichamen, vooral als er kort gras en vee in de buurt is.

Broedkolonies

In het broedseizoen zijn ze te vinden in kolonies, vaak in bomen of struiken, soms samen met andere reigersoorten.

Veldtips

  1. Zoek bij vee. De meest betrouwbare manier om Koereigers te vinden is door te zoeken bij kuddes grazend vee. Ze lopen vaak tussen de poten van de dieren.
  2. Let op de tijd van het jaar. In Europa zijn ze vooral in het broedseizoen en tijdens de trek te zien. Let op de broedkleuren in het voorjaar en de zomer.
  3. Observeer gedrag. Let op hun foerageergedrag: ze rennen vaak achter insecten aan die door het vee worden verstoord.
  4. Gebruik een verrekijker. Voor het onderscheiden van snavel- en pootkleur, en de subtiele broedpluimen, is een goede verrekijker essentieel.

Gelijkende soorten

Kleine Zilverreiger

Egretta garzetta

De Kleine Zilverreiger is slanker, heeft een langere nek en snavel, en zwarte poten met gele 'sokken' (voeten). De Koereiger heeft een kortere, gele snavel en geelgrijze poten (oranjerood in broedkleed). De Koereiger heeft in broedkleed oranje-buffkleurige pluimen, die de Kleine Zilverreiger niet heeft. De Kleine Zilverreiger foerageert vaker in water, terwijl de Koereiger op het land bij vee te vinden is.

Grote Zilverreiger

Ardea alba

De Grote Zilverreiger is aanzienlijk groter dan de Koereiger (tot 1 meter hoog), heeft een veel langere nek en snavel, en zwarte poten. De Koereiger is veel kleiner en gedrongener.

Snelle feiten

Wetenschappelijke naam:
Bubulcus ibis
Familie:
Ardeidae (Reigers)
Lengte:
46-56 cm
Spanwijdte:
88-96 cm
Gewicht:
270-510 g
Dieet:
Insecten, kleine gewervelden
Habitat:
Graslanden, landbouwgebieden, moerassen
Broedseizoen:
Varieert, vaak april-juli in gematigde streken
Aantal eieren:
2-6
Conservatiestatus:
Niet bedreigd (Least Concern)

Leuke weetjes

  • De Koereiger heeft een van de meest spectaculaire natuurlijke verspreidingen van alle vogelsoorten, waarbij hij zich in de 20e eeuw over meerdere continenten heeft verspreid.
  • De naam 'Koereiger' verwijst direct naar zijn gewoonte om in de nabijheid van grazend vee te foerageren.
  • Ze zijn zo succesvol in het volgen van vee dat ze soms zelfs op de rug van de dieren landen om parasieten te vangen of een beter uitzicht te krijgen op opgeschrikte insecten.
  • Er zijn twee ondersoorten erkend: Bubulcus ibis ibis (Oude Wereld) en Bubulcus ibis coromandus (Aziatische Koereiger, soms als aparte soort beschouwd).

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Pelecaniformes
Familie
Ardeidae
Geslacht
Bubulcus
Soort
Bubulcus ibis

Ontdek de Koereiger

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app