Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Langpootbuizerd is een grote roofvogel die behoort tot het geslacht Buteo. Kenmerkend zijn de relatief lange poten, de vaak roodbruine tinten in het verenkleed en de lichte staart. Het is een soort die voorkomt in open, droge landschappen en zich voedt met kleine zoogdieren en reptielen. De soort vertoont aanzienlijke variatie in verenkleed, wat identificatie soms uitdagend maakt.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 50-66 cm
- Spanwijdte
- 120-155 cm
- Gewicht
- 800-1600 g
- Levensduur
- Tot 20 jaar in het wild
- Voedsel
- Carnivoor (voornamelijk kleine zoogdieren zoals knaagdieren, maar ook reptielen, vogels en grote insecten)
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Het verenkleed van de Langpootbuizerd is zeer variabel, variërend van zeer licht tot donkerbruin. Algemeen kenmerkend is een roodbruine tint, vooral op de onderdelen en de broek (veren op de poten). De staart is vaak licht, roodbruin of witachtig, met soms een donkere eindband. De ondervleugels zijn meestal licht met donkere polsvlekken en een donkere achterrand. De bovendelen zijn egaal bruin tot roodbruin.
- Snavelvorm
- Robuuste, haakvormige snavel, typisch voor roofvogels, met een geelachtige washuid (cere) en een donkere punt.
- Oogkleur
- Geel tot oranjebruin bij volwassenen, donkerder bij juvenielen.
- Pootkleur
- Geel, vaak met een roodbruine 'broek' van veren die tot over de tarsus reikt, vandaar de naam 'langpoot'.
- Onderscheidende kenmerken
- Relatief lange, bevederde poten (broek), vaak een lichte, roodbruine staart, lichte ondervleugels met donkere polsvlekken en donkere achterrand. De kop is vaak lichter dan het lichaam. In vlucht is de lange, smalle vleugelbasis opvallend.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen zijn over het algemeen lichter en minder roodbruin dan volwassenen. Ze hebben vaak een meer gestreepte borst en buik, en de staart is witter met een duidelijkere donkere eindband. De ogen zijn donkerder.
- Seizoensveranderingen
- Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
- Geslachtsdimorfisme
- Gering; vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter en zwaarder dan mannetjes, maar dit is in het veld moeilijk te zien.
Hoe herken je
- 1
Grootte en postuur
Let op de grotere omvang en de relatief lange poten in vergelijking met een gewone Buizerd. De 'broek' van veren op de poten is vaak opvallend.
- 2
Verenkleed (algemeen)
Zoek naar roodbruine tinten, vooral op de onderzijde en de staart. Het verenkleed is echter zeer variabel, van licht zandkleurig tot donkerbruin.
- 3
Staart
De staart is vaak licht, roodbruin of witachtig, met soms een vage donkere eindband. Dit is een belangrijk kenmerk om te onderscheiden van de Buizerd.
- 4
Ondervleugels
Let op de lichte ondervleugels met duidelijke donkere polsvlekken en een donkere achterrand. De vleugelbasis is vaak lichter dan de rest van de vleugel.
- 5
Kop
De kop is vaak lichter van kleur dan de rest van het lichaam, wat een 'kap'-effect kan geven.
- 6
Vlucht
Let op de krachtige, elegante vlucht en het zweven met licht opwaarts gehouden vleugels (ondiepe V-vorm). Het vermogen om te bidden is ook een kenmerk.
- 7
Roep
De diepere, katachtige roep, vergelijkbaar met maar luider dan die van de Buizerd, kan een goede indicatie zijn.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Steppen, halfwoestijnen, open graslanden, rotsachtige gebieden en berghellingen.
- Verspreidingsgebied
- Zuid-Oost Europa, Noord-Afrika, Midden-Oosten en Centraal-Azië. Sporadisch als dwaalgast in West-Europa, inclusief Nederland en België.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot 3000 meter, soms hoger in bergachtige streken.
- Voorkeursomgevingen
- Open landschappen met verspreide bomen, rotsen of kliffen voor nestgelegenheid en uitkijkposten. Vermijdt dichte bossen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Jaagt voornamelijk vanuit de lucht, zwevend of biddend, of vanaf een uitkijkpost (rots, boom, paal). Duikt dan snel naar beneden om prooien te vangen. Het dieet bestaat voornamelijk uit knaagdieren (woelmuizen, gerbils, hamsters), maar ook hagedissen, slangen, kleine vogels en grote insecten worden gegeten.
- Sociaal gedrag
- Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze soms in kleine groepen worden gezien, vooral tijdens de trek of bij overvloedig voedselaanbod.
- Vliegpatroon
- Krachtige, elegante vlucht met diepe vleugelslagen. Zweeft vaak op thermiek met licht opwaarts gehouden vleugels (ondiepe V-vorm). Kan ook langdurig bidden, vooral bij het jagen.
- Trekpatroon
- De populaties in het noordelijke deel van het verspreidingsgebied zijn trekvogels en overwinteren in Afrika en het Midden-Oosten. Zuidelijke populaties zijn standvogels of korte-afstandstrekkers. De trek vindt plaats in de herfst (september-oktober) en lente (maart-april).
- Territoriaal gedrag
- Territoriaal tijdens het broedseizoen, waarbij het broedgebied actief wordt verdedigd tegen indringers.
Zang en geluiden
- Zang
- Geen specifieke zang. Vocalisaties zijn voornamelijk roepen.
- Roep
- De roep is vergelijkbaar met die van de Buizerd (Buteo buteo), maar vaak luider, dieper en meer katachtig, een langgerekt 'kèèèèh' of 'piii-èèèh'. Alarmroep is een sneller 'kè-kè-kè'.
- Wanneer hij roept
- Vooral tijdens het broedseizoen, bij territoriumverdediging, balts en bij het naderen van het nest. Ook tijdens de trek kunnen roepen gehoord worden.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Maart tot juli, afhankelijk van de geografische locatie.
- Nestgewoonten
- Bouwt grote nesten van takken op rotsrichels, kliffen, in bomen (vooral naaldbomen) of soms op de grond in afgelegen gebieden. Het nest wordt vaak jaar na jaar gebruikt en uitgebreid.
- Legselgrootte
- 2-5 eieren (meestal 3-4).
- Eierbeschrijving
- 2-5 eieren, meestal 3-4. De eieren zijn witachtig met roodbruine vlekken en spikkels, vooral aan de stompe kant. Gemiddelde grootte: 58-68 mm x 46-53 mm.
- Broedperiode
- 32-34 dagen, voornamelijk door het vrouwtje, terwijl het mannetje voedsel aanvoert.
- Uitvliegperiode
- 45-50 dagen na het uitkomen. De jongen blijven daarna nog enkele weken afhankelijk van de ouders voor voedsel.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders zorgen voor de jongen. Het vrouwtje broedt en verzorgt de kuikens, terwijl het mannetje jaagt en voedsel aanvoert. Naarmate de jongen ouder worden, jagen beide ouders.
Waar te vinden
Steppen en halfwoestijnen
In het kerngebied van zijn verspreiding, zoals in Turkije, Israël, Centraal-Azië en delen van Oost-Europa, zijn dit de meest waarschijnlijke habitats.
Rotsachtige gebieden en kliffen
Vooral in bergachtige streken en langs kusten waar nestgelegenheid is.
Open graslanden
Gebieden met voldoende prooidieren en uitkijkposten.
Trekroutes
Tijdens de trek kunnen ze worden waargenomen op bekende trekplekken, zoals de Bosporus of Gibraltar, hoewel ze daar zeldzamer zijn dan andere roofvogels.
Veldtips
- Scan open landschappen. Zoek in uitgestrekte, open gebieden met weinig bomen. Ze zitten vaak op uitkijkposten zoals rotsen, palen of geïsoleerde bomen.
- Let op de vlucht. Observeer zwevende roofvogels. De Langpootbuizerd zweeft vaak met licht opwaarts gehouden vleugels en kan langdurig bidden.
- Vergelijk met Buizerd. Als je een grote buizerdachtige vogel ziet, vergelijk deze dan zorgvuldig met de gewone Buizerd. Let op de grootte, de staartkleur, de ondervleugelpatronen en de roep.
- Gebruik een telescoop. Vanwege de vaak grote afstand en de subtiele verschillen in verenkleed, is een telescoop essentieel voor een zekere identificatie.
- Bestudeer variatie. Wees voorbereid op de grote variatie in verenkleed. Raadpleeg goede veldgidsen met veel foto's van verschillende morfen.
Gelijkende soorten
Buizerd
Buteo buteo
De Langpootbuizerd is groter en heeft langere vleugels en poten. De staart van de Langpootbuizerd is vaak lichter en minder gebandeerd dan die van de Buizerd. De ondervleugels van de Langpootbuizerd hebben doorgaans duidelijkere donkere polsvlekken en een donkere achterrand, terwijl de Buizerd vaak een donkere buikvlek heeft die bij de Langpootbuizerd ontbreekt of minder prominent is. De roep van de Langpootbuizerd is dieper en katachtiger.
Arendbuizerd
Buteo rufinus cirtensis (ondersoort van Langpootbuizerd, soms als aparte soort beschouwd)
De Arendbuizerd (Noord-Afrikaanse ondersoort) is over het algemeen kleiner en heeft een meer roodbruine onderzijde en een minder contrasterende staart. De taxonomische status is echter complex en wordt soms als een aparte soort (Buteo cirtensis) of als een ondersoort van Buteo rufinus beschouwd. In het veld is onderscheid zeer moeilijk en vereist veel ervaring.
Steppearend
Aquila nipalensis
De Steppearend is aanzienlijk groter en zwaarder, met bredere vleugels en een kortere staart. De Steppearend heeft vaak een donkere keel en een meer uniforme donkere kleur. De vlucht is zwaarder en krachtiger.
Snelle feiten
- Grootte:
- Grote buizerd, groter dan gewone Buizerd
- Habitat:
- Open, droge landschappen, steppen, halfwoestijnen
- Dieet:
- Kleine zoogdieren, reptielen
- Vlucht:
- Zweeft met licht opwaartse vleugels, kan bidden
- Roep:
- Dieper, katachtiger dan Buizerd
- Status:
- Niet Bedreigd
Leuke weetjes
- De naam 'Langpootbuizerd' verwijst naar de relatief lange, bevederde poten, die een aanpassing zijn aan het leven in open, droge gebieden waar ze vaak op de grond jagen.
- De soort vertoont een van de grootste variaties in verenkleed binnen het geslacht Buteo, wat het een uitdaging maakt voor vogelaars.
- Hoewel zeldzaam, wordt de Langpootbuizerd af en toe als dwaalgast in West-Europa waargenomen, wat altijd een hoogtepunt is voor lokale vogelaars.
- De Langpootbuizerd is een opportunistische jager en past zijn dieet aan op basis van de beschikbaarheid van prooien in zijn leefgebied.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Accipitriformes
- Familie
- Accipitridae
- Geslacht
- Buteo
- Soort
- Buteo rufinus
Ontdek de Langpootbuizerd
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
