Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Roodmus is een middelgrote vinkensoort, bekend om het opvallende karmijnrode verenkleed van het volwassen mannetje. Het is een trekvogel die broedt in een breed palet aan habitats in Eurazië en overwintert in Zuid-Azië. De soort is in Nederland en België een zeldzame broedvogel en doortrekker, maar de aantallen nemen toe.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 13.5-15 cm
- Spanwijdte
- 24-27 cm
- Gewicht
- 19-24 g
- Levensduur
- Gemiddeld 2-5 jaar in het wild, maximaal 8 jaar
- Voedsel
- Voornamelijk zaden, knoppen en bessen; in de broedtijd ook insecten
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Volwassen mannetjes hebben een opvallend karmijnrood hoofd, borst en stuit, met een bruinachtige rug en vleugels. De buik is wittig. Vrouwtjes en onvolwassen vogels zijn veel onopvallender, met een geelbruin tot olijfbruin verenkleed, donkere strepen op de borst en flanken, en een lichte wenkbrauwstreep. De stuit is vaak iets geler dan de rest van het lichaam.
- Snavelvorm
- Korte, kegelvormige snavel, typisch voor zaadetende vinken. Bij volwassen mannetjes donkergrijs, bij vrouwtjes en juvenielen hoornkleurig.
- Oogkleur
- Donkerbruin
- Pootkleur
- Donkerbruin tot zwartachtig
- Onderscheidende kenmerken
- Het meest onderscheidende kenmerk van het volwassen mannetje is het heldere karmijnrode verenkleed. Vrouwtjes en juvenielen zijn te herkennen aan de relatief grote kop, korte, stevige snavel, en de onduidelijke streping op de onderzijde, gecombineerd met een lichte wenkbrauwstreep en vaak een gelige stuit.
- Uiterlijk jongen
- Lijken sterk op vrouwtjes, met een geelbruin tot olijfbruin verenkleed, donkere strepen op de borst en flanken, en een lichte wenkbrauwstreep. De rode kleur bij mannetjes ontwikkelt zich pas na de eerste rui, vaak pas in het tweede of derde kalenderjaar.
- Seizoensveranderingen
- Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed, afgezien van de jaarlijkse rui. De intensiteit van het rood bij mannetjes kan variëren met leeftijd en conditie.
- Geslachtsdimorfisme
- Zeer uitgesproken. Mannetjes zijn helder karmijnrood op kop, borst en stuit. Vrouwtjes en juvenielen zijn geelbruin/olijfbruin gestreept.
Hoe herken je
- 1
Kleur mannetje
Let op het heldere karmijnrood op kop, borst en stuit. Dit is uniek onder Europese vinken.
- 2
Kleur vrouwtje/juveniel
Zoek naar een geelbruin tot olijfbruin verenkleed met donkere strepen op de onderzijde, een lichte wenkbrauwstreep en vaak een gelige stuit. De relatief grote kop en stevige snavel zijn ook goede kenmerken.
- 3
Zang
De kenmerkende, heldere en melodieuze fluitende zang 'tie-tie-tui-tui-tui' is vaak de eerste aanwijzing van de aanwezigheid van een Roodmus, vooral in dichte vegetatie.
- 4
Habitat
Zoek in dichte struwelen, jonge aanplant, wilgenbroekbossen en andere vochtige, dichte vegetatie, vaak in de buurt van water.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Gematigde bossen, struikgewas, open bosland, parken, tuinen, rivieroevers, moerassen, hoogveen
- Verspreidingsgebied
- Broedt van Oost-Europa (oostelijk van Duitsland en Scandinavië) oostwaarts door Siberië tot in Oost-Azië. Overwintert voornamelijk in Zuid-Azië (India, Nepal, Zuidoost-Azië). In West-Europa, inclusief Nederland en België, is het een zeldzame broedvogel en doortrekker, met een gestage westwaartse uitbreiding van het broedgebied.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 3000 meter in bergachtige gebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Voorkeur voor vochtige, dichte vegetatie met struiken en jonge bomen, vaak in de buurt van water. Denk aan wilgenstruwelen, elzenbroekbossen, jonge aanplant, parken met dichte ondergroei en tuinen met veel struiken.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Zoekt voedsel voornamelijk in struiken en lage bomen, maar ook op de grond. Eet een breed scala aan zaden, knoppen, jonge scheuten en bessen. Tijdens het broedseizoen worden ook insecten en hun larven gegeten, vooral om de jongen te voeden.
- Sociaal gedrag
- Tijdens het broedseizoen leven ze solitair of in paren. Buiten het broedseizoen vormen ze vaak kleine tot grote zwermen, soms gemengd met andere vinkensoorten, vooral tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden.
- Vliegpatroon
- Golvende vlucht, typisch voor vinken, met snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten.
- Trekpatroon
- Langeafstandstrekker. De meeste populaties trekken in het najaar (augustus-oktober) naar Zuid-Azië en keren in het voorjaar (mei-juni) terug naar de broedgebieden. De trek is vaak breedfront, maar kan ook langs specifieke routes plaatsvinden.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes verdedigen een broedterritorium, dat ze afbakenen met zang. De grootte van het territorium varieert afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel en geschikte nestplaatsen.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang is een kenmerkend, helder en melodieus fluitend 'tie-tie-tui-tui-tui' of 'pleased-to-meet-you', vaak herhaald. Het is een van de beste manieren om de soort te detecteren, vooral in dichte vegetatie. De zang is relatief kort en wordt vaak vanaf een hoge zangpost ten gehore gebracht.
- Roep
- De roep is een zacht, oplopend 'tsjui' of 'tsjup', soms een wat harder 'tsjiet'. Tijdens de trek en in zwermen kunnen ook zachtere contactroepjes gehoord worden.
- Wanneer hij roept
- Vooral tijdens het broedseizoen, van mei tot juli. Mannetjes zingen het meest intensief in de vroege ochtend en late avond.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Mei tot juli, met een piek in juni.
- Nestgewoonten
- Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje, meestal laag in een dichte struik of jonge boom, goed verborgen. Het is een stevig komvormig nest, gemaakt van grassen, stengels, mos en worteltjes, bekleed met fijnere materialen zoals haar en veertjes.
- Legselgrootte
- Meestal 4-5 eieren.
- Eierbeschrijving
- 3-6 eieren, lichtblauw tot blauwgroen, met donkere vlekjes en streepjes, vooral aan de stompe zijde. Grootte: ongeveer 19 x 14 mm.
- Broedperiode
- 11-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 10-13 dagen na uitkomst. De jongen worden door beide ouders gevoerd.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje het grootste deel van het broeden en de eerste dagen van het voeren voor haar rekening neemt. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enige tijd afhankelijk van de ouders.
Waar te vinden
Dichte struwelen en jonge aanplant
Vooral in vochtige gebieden, langs rivieren, meren en in moerassen.
Parken en tuinen
Met voldoende dichte ondergroei en struiken, vooral tijdens de trek.
Elzenbroekbossen en wilgenstruwelen
Typische broedhabitat in Oost-Europa en de gebieden waar de soort zich westwaarts uitbreidt.
Veldtips
- Luister naar de zang. De zang is zeer kenmerkend en vaak de beste manier om de Roodmus te detecteren, aangezien ze zich vaak verscholen houden in dichte vegetatie.
- Zoek in de vroege ochtend. Mannetjes zingen het meest actief in de vroege ochtenduren.
- Wees geduldig. Roodmussen kunnen schuw zijn en zich goed verstoppen. Geduld en een goede verrekijker zijn essentieel.
- Let op de trekperiode. Tijdens de voorjaarstrek (mei-juni) en najaarstrek (augustus-oktober) zijn de kansen om Roodmussen te zien in West-Europa groter.
Gelijkende soorten
Goudvink
Pyrrhula pyrrhula
Mannetjes Goudvink hebben een roze-rode borst en wangen, maar een zwarte kruin en nek, en een opvallende witte vleugelstreep. De snavel is korter en dikker. Vrouwtjes Goudvink zijn grijsbruin met een zwarte kruin. Roodmus heeft een meer egaal rood (mannetje) of gestreept (vrouwtje) verenkleed en mist de zwarte kruin en witte vleugelstreep.
Kruisbek
Loxia curvirostra
Mannetjes Kruisbek zijn ook roodachtig, maar hebben een kenmerkende gekruiste snavel en een zwaardere bouw. Ze zijn ook groter en hebben een andere roep en zang. Vrouwtjes Kruisbek zijn groenachtig/geelachtig.
Grote Barmsijs
Acanthis flammea
Mannetjes Grote Barmsijs hebben een rode kruin en soms een roze borst, maar zijn kleiner, fijner gestreept en hebben een veel kleinere snavel. De rode kleur is minder intens en meer beperkt dan bij de Roodmus.
Snelle feiten
- Opvallend kenmerk mannetje:
- Karmijnrood verenkleed
- Zang:
- Melodieus 'tie-tie-tui-tui-tui'
- Habitatvoorkeur:
- Dichte, vochtige struwelen
- Trekgedrag:
- Langeafstandstrekker naar Zuid-Azië
- Status in West-Europa:
- Zeldzame broedvogel, maar in aantal toenemend
Leuke weetjes
- De wetenschappelijke naam 'erythrinus' komt van het Griekse 'erythros', wat 'rood' betekent, verwijzend naar de opvallende kleur van het mannetje.
- Jonge mannetjes kunnen al broeden in hun eerste kalenderjaar, hoewel ze dan nog het onopvallende verenkleed van een vrouwtje dragen. Dit maakt identificatie in het veld extra uitdagend.
- De Roodmus is een van de weinige vogelsoorten die zijn broedgebied actief westwaarts uitbreidt in Europa, mogelijk als gevolg van klimaatverandering of veranderingen in habitatbeheer.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Fringillidae
- Geslacht
- Carpodacus
- Soort
- Carpodacus erythrinus
Ontdek de Roodmus
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
