Birdby LogoBirdby
Boomkruiper (Certhia familiaris)

Boomkruiper

Niet bedreigd (Least Concern)

Certhia familiaris

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Boomkruiper is een kleine, onopvallende zangvogel die bekend staat om zijn unieke manier van foerageren: hij kruipt spiraalsgewijs omhoog langs boomstammen en takken, op zoek naar insecten. Zijn schutkleur maakt hem moeilijk te detecteren tegen de boomschors.

Grootte en levensduur

Lengte
12-14 cm
Spanwijdte
17-21 cm
Gewicht
7-12 g
Levensduur
Gemiddeld 2-3 jaar, maximaal 8 jaar in het wild
Voedsel
Insectivoor

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Bovenzijde is bruin met fijne, donkere strepen en lichte vlekken, wat zorgt voor een uitstekende camouflage tegen boomschors. De onderzijde is witachtig tot vuilwit. De stuit is roodbruin. Heeft een opvallende, lichte wenkbrauwstreep.
Snavelvorm
Dunne, lange, licht gebogen snavel, donker van kleur, ideaal voor het peuteren van insecten uit boomspleten.
Oogkleur
Donkerbruin
Pootkleur
Donkergrijs tot zwart, met lange tenen en scherpe klauwen voor grip op boomschors.
Onderscheidende kenmerken
De lange, stijve staartveren, die als steun worden gebruikt tijdens het klimmen, zijn een belangrijk kenmerk. De lichte wenkbrauwstreep en de spiraalsgewijze klimbeweging zijn zeer kenmerkend.
Uiterlijk jongen
Juvenielen lijken sterk op volwassen vogels, maar hebben vaak een iets doffer verenkleed en een minder uitgesproken wenkbrauwstreep.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Geen significant seksueel dimorfisme; mannetjes en vrouwtjes zien er identiek uit.

Hoe herken je

  1. 1

    Gedrag

    Let op de kenmerkende spiraalsgewijze klimbeweging langs boomstammen, altijd omhoog kruipend en zelden omlaag.

  2. 2

    Verenkleed

    Zoek naar de bruin gestreepte bovenzijde die perfect camoufleert tegen boomschors, de witte onderzijde en de duidelijke lichte wenkbrauwstreep.

  3. 3

    Snavel

    De dunne, lange en licht gebogen snavel is een goed kenmerk.

  4. 4

    Staart

    De stijve, puntige staartveren die als steun worden gebruikt tijdens het klimmen zijn vaak goed zichtbaar.

  5. 5

    Zang/Roep

    Luister naar de fijne, hoge 'tsit'-roep en het ijle, melodieuze liedje dat eindigt met een dalende noot.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde bossen, gemengde bossen, naaldbossen, parken en grote tuinen.
Verspreidingsgebied
Wijdverspreid over het Palearctische gebied, van West-Europa tot Japan. In Europa komt hij in vrijwel alle landen voor, met uitzondering van IJsland en delen van Ierland.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter in bergachtige gebieden.
Voorkeursomgevingen
Voorkeur voor oudere bossen met veel oude bomen met een ruwe schors, waar veel insecten en spleten te vinden zijn. Ook te vinden in parken en tuinen met voldoende volwassen bomen.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Foerageert door spiraalsgewijs omhoog te klimmen langs boomstammen en dikke takken, waarbij hij met zijn snavel insecten, spinnen en hun eitjes uit de schors peutert. Eenmaal boven vliegt hij naar de voet van een volgende boom om het proces te herhalen. Zelden foerageert hij op de grond.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich soms aansluiten bij gemengde mezenzwermen.
Vliegpatroon
Vlucht is golvend en snel, vaak over korte afstanden tussen bomen. De vleugelslag is snel en onregelmatig.
Trekpatroon
Overwegend standvogel in het grootste deel van zijn verspreidingsgebied. Noordelijke populaties kunnen in de winter zuidwaarts trekken, maar dit betreft vaak korte afstanden.
Territoriaal gedrag
Territoriaal tijdens het broedseizoen, waarbij mannetjes hun territorium verdedigen met zang.

Zang en geluiden

Zang
Een zacht, hoog en ijl liedje, vaak beginnend met een reeks snelle, hoge tonen gevolgd door een korte triller en eindigend met een dalende noot. Klinkt als 'tsie-tsie-tsie-tsie-tsirrr-tsit'.
Roep
De meest gehoorde roep is een fijn, hoog 'tsit' of 'srie'. Bij opwinding kan dit herhaald worden tot een snelle reeks.
Wanneer hij roept
Vooral actief in de vroege ochtend en late middag, en gedurende het broedseizoen (maart-juli).

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juli, vaak twee broedsels per jaar.
Nestgewoonten
Het nest wordt meestal gebouwd achter losse schorsplaten van oude bomen, in spleten of holtes, of soms in nestkasten met een smalle, verticale ingang. Het nest is komvormig en gemaakt van twijgjes, mos, korstmossen, spinrag en gevoerd met veren en haar.
Legselgrootte
4-8 eieren
Eierbeschrijving
4-8 eieren, wit met fijne roodbruine spikkels, vooral aan de stompe kant. Afmeting: ongeveer 15 x 12 mm.
Broedperiode
14-15 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
15-17 dagen na uitkomst verlaten de jongen het nest.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje het grootste deel van de incubatie en de eerste dagen van het voeren voor haar rekening neemt.

Waar te vinden

Oude bossen

Vooral loof- en gemengde bossen met veel oude, ruwe bomen zijn ideale plekken.

Parken en grote tuinen

Plekken met volwassen bomen, vooral met eiken, beuken en dennen, kunnen Boomkruipers aantrekken.

Boomgaarden

Oudere boomgaarden met onbehandelde bomen bieden ook geschikte leefomgevingen.

Veldtips

  1. Zoek naar beweging. Boomkruipers zijn klein en goed gecamoufleerd. Zoek naar kleine bewegingen langs boomstammen, vaak beginnend onderaan en spiraalsgewijs omhoog werkend.
  2. Luister goed. Hun zang en roep zijn vaak de eerste indicatie van hun aanwezigheid. Leer de hoge 'tsit'-roep herkennen.
  3. Gebruik een verrekijker. Vanwege hun kleine formaat en camouflage is een verrekijker essentieel om details van het verenkleed en de snavel te kunnen zien.
  4. Wees geduldig. Ze kunnen onopvallend zijn, dus geduld is een schone zaak. Blijf een tijdje op een plek met geschikte bomen en luister en kijk aandachtig.

Gelijkende soorten

Kortteenboomkruiper

Certhia brachydactyla

De Kortteenboomkruiper heeft een iets kortere achterteen en klauw, een iets langere snavel, en een minder opvallende wenkbrauwstreep. Het meest betrouwbare onderscheid is de zang: die van de Kortteenboomkruiper is luider, sneller en minder melodieus, vaak eindigend met een 'tsjip' of 'tsjui'. De roep van de Kortteenboomkruiper is ook harder en korter ('tuit' of 'tiet') dan die van de Boomkruiper ('tsit'). In het veld is het onderscheid op basis van uiterlijk zeer moeilijk en wordt vaak de zang of roep gebruikt.

Snelle feiten

Klimstijl:
Spiraalsgewijs omhoog langs boomstammen
Dieet:
Uitsluitend insecten en spinnen
Nestlocatie:
Achter losse boomschors of in spleten
Zang:
Hoog, ijl en melodieus, eindigend met een dalende noot
Status:
Standvogel in de meeste gebieden

Leuke weetjes

  • De Boomkruiper is de enige vogel in Europa die zijn stijve staart gebruikt als steun bij het klimmen, vergelijkbaar met spechten.
  • Hij kan in één dag duizenden insecten en spinnen eten, wat hem een belangrijke rol geeft in de plaagbestrijding in bossen.
  • De wetenschappelijke naam 'Certhia familiaris' betekent 'kruiper die bekend is', verwijzend naar zijn herkenbare gedrag.
  • Boomkruipers slapen vaak in holtes achter losse schorsplaten, soms met meerdere vogels samen om warm te blijven in de winter.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Certhiidae
Geslacht
Certhia
Soort
Certhia familiaris

Ontdek de Boomkruiper

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app