Birdby LogoBirdby
Roodpluimlori (Charmosyna rubronotata)

Roodpluimlori

Niet bedreigd (LC - Least Concern)

Charmosyna rubronotata

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Roodpluimlori is een kleine, behendige papegaaiensoort die bekend staat om zijn levendige kleuren en snelle vlucht. Het is een bosvogel die voornamelijk nectar, pollen en zacht fruit eet, en zich vaak in groepen voedt. Ondanks zijn heldere verenkleed kan hij door zijn kleine formaat en snelle bewegingen soms moeilijk te detecteren zijn in de dichte vegetatie.

Grootte en levensduur

Lengte
17 cm
Spanwijdte
Ongeveer 28-30 cm
Gewicht
23-38 gram
Levensduur
Tot 10-15 jaar in het wild, mogelijk langer in gevangenschap
Voedsel
Nectar, pollen, bloemen, zacht fruit (bessen, vijgen), en incidenteel kleine insecten of larven.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Overwegend heldergroen. Mannetjes hebben een opvallende rode vlek op het voorhoofd en onder de ogen (rond de oorstreek). De onderrug is rood, wat zich uitstrekt tot de bovenste staartdekveren. De staart is groen met een roodachtige tint aan de basis en geelachtige tippen. Vrouwtjes missen het rode voorhoofd en hebben in plaats daarvan kleine gele vlekken op de oorstreek en een minder uitgesproken of afwezige rode onderrug. Beide geslachten hebben een blauwachtige tint tot de kruin en nek, met donkere handpennen.
Snavelvorm
Klein, oranjerood, naar beneden gebogen
Oogkleur
Bruin
Pootkleur
Grijsachtig
Onderscheidende kenmerken
De rode vlek op het voorhoofd en de rode onderrug bij het mannetje zijn kenmerkend. De slanke bouw en lange, puntige staart dragen bij aan een snelle en wendbare vlucht. De felgroene basiskleur is goed camouflage in het bladerdak.
Uiterlijk jongen
Jongen lijken vergelijkbaar met vrouwtjes, maar hebben vaak een doffere groene kleur, minder uitgesproken vlekken en een kortere staart. De snavel kan initially donkerder zijn en geleidelijk oranjerood worden.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Ja. Mannetjes hebben een rood voorhoofd en rode vlekken achter de ogen, plus een rode onderrug. Vrouwtjes missen het rode voorhoofd en hebben gele vlekjes achter de ogen; hun onderrug is groen of met slechts een zeer vage rode tint.

Hoe herken je

  1. 1

    Veldkenmerken (mannetje)

    Rood voorhoofd en rode oorstreek, rode onderrug, verder heldergroen. Snelle, directe vlucht. Metaalachtige, schelle roepen.

  2. 2

    Veldkenmerken (vrouwtje)

    Mist het rode voorhoofd, heeft kleine gele vlekken op de oorstreek, groene onderrug. Verder heldergroen.

  3. 3

    Grootte en vorm

    Kleine, slanke lori met een relatief lange, puntige staart. Snel en wendbaar in de vlucht.

  4. 4

    Gedrag

    Actief foeragerend in bloeiende bomen in kleine groepen. Vaak in de hogere boomlagen. Luidruchtig tijdens de vlucht.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Tropisch regenwoud, nevelwoud, secundair bos, bosranden
Verspreidingsgebied
Centraal Nieuw-Guinea en de omliggende eilanden Salawati, Batanta, Weigeo, Misool. Voornamelijk te vinden op het vasteland van Nieuw-Guinea (West-Papoea en Papoea-Nieuw-Guinea).
Hoogtebereik
Meestal tussen de 500 en 1500 meter boven zeeniveau, maar soms lager (tot zeeniveau) of hoger (tot 2300 meter).
Voorkeursomgevingen
Dichtbegroeide bosgebieden, vooral waar bloeiende bomen en struiken nectar en pollen bieden. Ze worden vaak gezien in de bovenste en middelste lagen van het bladerdak.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief. Ze foerageren het meest actief in de vroege ochtend en late namiddag.
Eetgewoonten
Arboreale foerageerders die vaak in kleine groepen of paren door het bladerdak van bloeiende bomen reizen, op zoek naar nectar en pollen. Ze gebruiken hun gespecialiseerde tong met borsteltje om nectar uit bloemen te halen. Ze kunnen ook worden waargenomen die zich voeden met zacht fruit en insecten.
Sociaal gedrag
Meestal gezien in paren of kleine groepen, variërend van 3 tot 20 individuen, hoewel grotere groepen kunnen samenstromen bij overvloedige voedselbronnen of gezamenlijke slaapplaatsen. Ze zijn relatief luidruchtig tijdens de vlucht en foerageren.
Vliegpatroon
Zeer snel, recht en behendig, met snelle vleugelslagen en wendbare manoeuvres tussen bomen. Vaak gehoord voordat ze worden gezien.
Trekpatroon
Over het algemeen sedentair, maar kan lokale en verticale bewegingen maken op zoek naar bloeiende bomen en fruitdragende planten. Er is geen sprake van grootschalige seizoensmigratie.
Territoriaal gedrag
Niet strikt territoriaal buiten het broedseizoen. Ze verdedigen mogelijk de directe nestholte tijdens de broedperiode.

Zang en geluiden

Zang
Niet echt een 'zang' zoals bij zangvogels. Het geluid bestaat uit een reeks hoge, schelle en metaalachtige roepen en tsjilpen.
Roep
Een snel, hoog 'tsit-tsit-tsit' of 'srit-srit', vaak herhaald tijdens de vlucht. Kan ook een scherp piepend geluid produceren. Hun roepen zijn typerend voor lori's: snel, schel en vaak moeilijk te lokaliseren.
Wanneer hij roept
Vooral luidruchtig tijdens de vlucht en wanneer ze in groepen foerageren. Regelmatig te horen bij zonsopgang en zonsondergang.

Voortplanting

Broedseizoen
Variabel, afhankelijk van de locatie en de beschikbaarheid van voedselbronnen. In Nieuw-Guinea kan dit het hele jaar door plaatsvinden, met pieken in de droge seizoenen of na bloeiperioden.
Nestgewoonten
Nestelt in holtes in bomen, vaak oude spechten- of andere natuurlijke boomholtes. De nestholte wordt niet veel meer aangevuld met materiaal, anders dan wat kleine houtspaanders of bladfragmenten die mogelijk al aanwezig waren.
Legselgrootte
Meestal 2 eieren.
Eierbeschrijving
Witte, ovale eieren.
Broedperiode
Ongeveer 21-23 dagen. Alleen het vrouwtje broedt.
Uitvliegperiode
Ongeveer 5-7 weken na uitkomst verlaten de jongen het nest, waarna ze nog enige tijd worden gevoerd door beide ouders.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje de meeste tijd in het nest doorbrengt tijdens het broeden en de eerste fase van de nestperiode.

Waar te vinden

Regenwoudranden

Vaak aan de randen van primair en secundair regenwoud, waar een mix van bloeiende bomen en struiken te vinden is.

Verstoorde bosgebieden

Kan zich aanpassen aan enigszins verstoorde bosgebieden en de aanplant van bloeiende sierplanten in tuinen en parken.

Bergbossen

Vooral op middelhoge hoogte in de bergbossen van Nieuw-Guinea.

Bloeiende bomen

Zoek naar gebieden met overvloedig bloeiende bomen, vooral epifyten of andere bosplanten die nectar produceren.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. Ze zijn vaak eerst te horen voordat ze worden gezien. De hoge, schelle roep is kenmerkend. Volg het geluid naar de bron.
  2. Observeer bloeiende bomen. Concentreer je observaties op bomen die in bloei staan, vooral in de vroege ochtend en late namiddag, wanneer ze het meest actief zijn.
  3. Gebruik een verrekijker. Vanwege hun kleine formaat en snelle bewegingen in het bladerdak is een goede verrekijker essentieel om details van het verenkleed te kunnen onderscheiden.
  4. Wees geduldig. Ze kunnen schuw zijn en zich snel door de vegetatie bewegen. Geduld en uithoudingsvermogen zijn vereist.

Gelijkende soorten

Stella's Lorikeet

Charmosyna stellae

Stella's Lorikeet is groter en heeft een langere, meer getrapte staart. Het heeft ook een uitgebreidere rode markering op de kop en een donkere band over de borst. De kleuren zijn over het algemeen intenser.

Prinsessenvogel

Charmosyna margarethae

De Prinsessenvogel (of Margaretha-lorikeet) is groter en heeft een zeer prominente rode kop die afsteekt tegen het groene lichaam, zonder de specifieke rode voorhoofdsplek van de Roodpluimlori.

Meek's Lorikeet

Charmosyna meeki

Meek's Lorikeet is iets kleiner en heeft minder uitgebreide rode markeringen. Mannetjes hebben een rode onderrug, maar missen het rode voorhoofd en de rode gezichtsvlek. Vrouwtjes zijn vrijwel geheel groen.

Snelle feiten

Voedsel:
Dieetspecialist in nectar en pollen.
Grootte:
Een van de kleinere lori's.
Habitat:
Berg- en laaglandbossen van Nieuw-Guinea.
Sociaal gedrag:
Leeft in paren of kleine groepen.
Vlucht:
Zeer snel en wendbaar.

Leuke weetjes

  • Het rode voorhoofd van het mannetje is niet altijd perfect rood; het kan variëren in intensiteit en grootte tussen individuen.
  • Ze zijn adept zwavelbomen en kunnen ondersteboven hangen terwijl ze nectar uit bloemen slurpen.
  • Hoewel de soort niet als bedreigd wordt beschouwd, kan plaatselijk habitatverlies door ontbossing een risico vormen.
  • Door hun kleine formaat en snelle beweging blijven ze vaak onopgemerkt in het dichte bladerdak, zelfs door ervaren vogelaars.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Psittaciformes
Familie
Psittaculidae
Geslacht
Charmosyna
Soort
Charmosyna rubronotata

Ontdek de Roodpluimlori

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app