Birdby LogoBirdby
Groenling (Chloris chloris)

Groenling

Momenteel geclassificeerd als 'Niet bedreigd' (Least Concern) door de IUCN, ondanks recente populatiedalingen in delen van Europa als gevolg van Trichomonas gallinae-infecties. In Nederland staat de soort op de Rode Lijst als 'Kwetsbaar'.

Chloris chloris

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Groenling is een robuuste vogel, iets groter dan een Huismus, met een relatief grote kegelvormige snavel en een korte, gevorkte staart. Kenmerkend zijn de opvallende gele vlekken in de vleugels en aan de staartbasis. De soort staat bekend om zijn zangerige roep en trillende zangvlucht. De populatie heeft in sommige regio's te lijden gehad onder de vogelpokken, maar vertoont lokale hersteltekens.

Grootte en levensduur

Lengte
14.5 - 16 cm
Spanwijdte
25 - 28 cm
Gewicht
25 - 35 g
Levensduur
Ongeveer 2 jaar in het wild, maximaal 8-9 jaar
Voedsel
Voornamelijk zaden (voorkeur voor kleine zaden van kruidachtige planten, zoals brandnetel, distel, en zonnebloemzaden in de winter), aangevuld met insecten, vooral tijdens het broedseizoen voor het voeren van jongen. Ze bezoeken vaak voedertafels en voederhuisjes.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Mannetjes zijn overwegend groengeel, met helder geel in de vleugelranden en aan de staartbasis. De borst is geliger, de rug groener, en de kruin grijsgroen. De vleugel- en staartpennen zijn donker met gele vlekken. Vrouwtjes zijn doffer gekleurd, meer grijsgroen of bruingroen, met minder opvallende gele vleugel- en staartvlekken. Juveniele vogels lijken op vrouwtjes, maar zijn zwaarder gestreept op borst en flanken, en hebben minder fel geel in de vleugels.
Snavelvorm
Korte, kegelvormige, stevige en vrij dikke snavel, ideaal voor het kraken van zaden. Vaak bleek hoornkleurig of geelachtig.
Oogkleur
Donkerbruin.
Pootkleur
Bleekbruin tot vleeskleurig.
Onderscheidende kenmerken
Robuuste bouw, opvallende gele vlekken in de vleugels en aan de staart, en een relatief grote snavel. De gele panelen in de vleugels zijn vooral goed te zien in vlucht. Heeft een karakteristieke trillende baltsvlucht.
Uiterlijk jongen
Zwaarder gestreept dan volwassen vogels, vooral op de borst en flanken, en overall doffer van kleur met minder heldere gele vlekken. Ze hebben een wat pluiziger uiterlijk.
Seizoensveranderingen
Plumagekleur blijft het hele jaar door vrij consistent, hoewel de intensiteit van de kleuren door slijtage van de veren in de loop van het jaar iets kan variëren. Er is geen duidelijke seizoensgebonden rui die resulteert in een significant afwijkend 'broedkleed' of 'winterkleed'.
Geslachtsdimorfisme
Ja, mannetjes zijn significant helderder geelgroen dan de meer gedempte grijsgroene of bruingroene vrouwtjes. De gele vlekken zijn bij mannetjes intenser.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en Vorm

    Een stevige vogel, iets groter dan een mus, met een compact lichaam, een grote, kegelvormige snavel en een relatief korte, gevorkte staart.

  2. 2

    Kleur (Mannetje)

    Overwegend geelgroen lichaam, met heldere gele vlekken op de vleugelranden en aan de staartbasis. Grijsgroene kruin en nek.

  3. 3

    Kleur (Vrouwtje en Juveniel)

    Doffer en bruingroener dan het mannetje, met minder opvallende gele vlekken. Juvenielen zijn sterk gestreept op borst en flanken.

  4. 4

    Vlucht

    Golvende vlucht, maar let op de opvallende trillende baltsvlucht met stijve vleugelslagen en gespreide staart, vaak begeleid door zang.

  5. 5

    Roep/Zang

    Kenmerkende rinkelende roep ('tsjiet-tsjiet-tsjiet') en een langgerekte, nasaal klinkende 'tsweeee' of 'drrriiiiih' in de zang.

  6. 6

    Gedrag

    Vaak te vinden bij voedertafels in tuinen, waar ze zonnebloempitten eten. Foerageert vaak op de grond in kleine groepjes.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde bossen, struikgewas, agrarisch land, stedelijke en voorstedelijke gebieden.
Verspreidingsgebied
Grotendeels Europa, Noord-Afrika, West-Azië. Geïntroduceerd in Nieuw-Zeeland en Australië. Binnen Europa wijdverspreid, met uitzondering van het uiterste noorden en sommige eilandgebieden.
Hoogtebereik
Meestal van zeeniveau tot ongeveer 1000 meter, lokaal hoger in bergachtige gebieden mits geschikt habitat aanwezig is.
Voorkeursomgevingen
Randen van bossen, parken, tuinen, boomgaarden, heggenrijen, struikgewas, parkachtige landschappen en agrarische gebieden met voldoende beschutting en zaden. Ze gedijen goed in menselijke nabijheid, vooral waar voedselaanbod (zoals voedertafels) aanwezig is.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief. Het meest actief in de vroege ochtend en late namiddag.
Eetgewoonten
Foerageert voornamelijk op de grond en in lage vegetatie. Gebruikt de sterke snavel om zaden te kraken. Kan ook acrobatisch aan zaden hangen, bijvoorbeeld aan distels. Bezoekt regelmatig voedertafels waar ze zonnebloempitten en andere zaden eten. Kan ook insecten vangen, vooral vliegende insecten tijdens het broedseizoen.
Sociaal gedrag
Buiten het broedseizoen leven Groenlingen vaak in losse groepen, soms in gemengde groepen met Vinken of Mussens. Ze zijn relatief sociaal bij voedertafels. Tijdens het broedseizoen vormen ze territoriale paren, hoewel koloniebroeden in losse vorm kan voorkomen.
Vliegpatroon
De normale vlucht is golvend. Kenmerkend is de baltsvlucht van het mannetje: een trillende, langzame vlucht met stijve vleugelslagen en gespreide staart, vaak begeleid door zang.
Trekpatroon
Overwegend standvogel in West-Europa. Noordelijke en oostelijke populaties zijn deels trekvogels die zuidelijker trekken in de winter. Jonge vogels kunnen ook meer zwerven. Ze trekken voornamelijk overdag.
Territoriaal gedrag
Mannetjes verdedigen een broedterritorium rond het nest, vooral tegen soortgenoten. De grootte van het territorium varieert afhankelijk van het habitat en voedselaanbod.

Zang en geluiden

Zang
Een reeks twinkelende en trillerige tonen, vaak onderbroken door een langgerekte, nasaal klinkende 'tsweeee' of 'drrriiiiih' klank. Wordt vaak ten gehore gebracht vanaf een hoge zitplaats of tijdens de baltsvlucht.
Roep
De meest kenmerkende roep is een snel, rinkelend 'tsjiet-tsjiet-tsjiet' of 'tjup-tjup-tjup', vaak in vlucht. Ook een kort, droog 'tjupp'. De alarmroep is een luidere, scherpere variant van de contactroep.
Wanneer hij roept
Het hele jaar door te horen, maar het meest frequent en intensief tijdens het broedseizoen, van februari tot juli. Zang is het meest prominent in de vroege ochtend en late namiddag.

Voortplanting

Broedseizoen
Meestal van april tot juli, soms met twee of drie broedsels per jaar.
Nestgewoonten
Het nest, gebouwd door het vrouwtje, is een compacte kom van takjes, mos, grassen en worteltjes, bekleed met fijnere materialen zoals haren en dons. Het wordt vaak goed verborgen in dichte struiken of lage bomen, meestal op een hoogte van 1 tot 3 meter boven de grond.
Legselgrootte
Meestal 4-6 eieren.
Eierbeschrijving
3-6 eieren, glad, glanzend, witachtig tot bleekblauw of grijsgroen, met donkere vlekken en strepen, vooral aan de stompe kant.
Broedperiode
12-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
13-16 dagen. De jongen worden door beide ouders gevoed, voornamelijk met insecten en onrijpe zaden.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen. Het vrouwtje broedt, het mannetje brengt voedsel. Na het uitvliegen worden de jongen nog enkele dagen door de ouders gevoerd totdat ze volledig zelfstandig zijn. Ze kunnen gezamenlijk de jongen van een tweede of derde broedsel voeren.

Waar te vinden

Tuinen en Parken

Zeer algemeen in tuinen, vooral waar voedertafels met zonnebloempitten aanwezig zijn, en in parken met dichte struikbegroeiing.

Agrarisch Land

Langs heggenrijen, bosranden en in boomgaarden in open landbouwgebieden.

Bossen

Vooral aan de randen van loofbossen en gemengde bossen, met voorkeur voor open plekken en struikgewas.

Stedelijke Gebieden

Ook in steden en dorpen, mits er voldoende groen en beschutting is.

Veldtips

  1. Luister naar de zang. De kenmerkende 'tsweeee'-roep en trillerige zang zijn vaak de eerste aanwijzing van hun aanwezigheid, zelfs als ze verborgen zitten.
  2. Bezoek voedertafels. Groenlingen zijn vaste gasten bij voedertafels in de winter. Bied zonnebloempitten aan om ze te lokken.
  3. Observeer baltsgedrag. In het voorjaar is de trillende baltsvlucht van het mannetje een uitstekende manier om de soort te identificeren.
  4. Let op dichte begroeiing. Groenlingen houden van dichte struiken en heggen, zowel voor nestgelegenheid als voor beschutting. Scan deze gebieden aandachtig.

Gelijkende soorten

Vink

Fringilla coelebs

Groenlingen zijn over het algemeen groener en hebben prominentere gele vlekken in de vleugels en staart. De Vink heeft opvallende dubbele vleugelstrepen (wit/roze) en een meer roestbruine borst bij het mannetje. De Groenling heeft een dikkere, kegelvormige snavel dan de Vink.

Kneu

Linaria cannabina

De Kneu is slanker en heeft een roodbruine rug en kop bij het mannetje in de zomer. De gele vlekken bij de Groenling ontbreken bij de Kneu. De snavel van de Kneu is fijner dan die van de Groenling.

Geelgors

Emberiza citrinella

De Geelgors is duidelijk geler op de kop en onderdelen en heeft een roodbruine stuit. De gele vlekken in de vleugels van de Groenling zijn afwezig bij de Geelgors. De zang van de Geelgors ('een-tje-tje-tje-tje-zeven') is ook zeer onderscheidend.

Snelle feiten

Dieetvoorkeur:
Zaden, vooral zonnebloempitten en zaden van distel en brandnetel
Zang:
Trillerig met kenmerkende lange 'tsweeee'-tonen
Opvallend kenmerk:
Gele vlekken in vleugels en staart
Snavel:
Groot en kegelvormig, geschikt voor zaden
Sociale structuur:
Vaak in groepen buiten het broedseizoen

Leuke weetjes

  • De Groenling heeft een opmerkelijk vermogen om zaden met harde schillen te kraken dankzij zijn stevige snavel.
  • Mannetjes voeren de vrouwtjes tijdens de broedperiode, zelfs terwijl zij op de eieren broeden.
  • De populatie heeft de afgelopen decennia in sommige delen van Europa te kampen gehad met de ziekte Trichomonas gallinae, wat leidde tot significante dalingen.
  • Hun naam 'Groenling' verwijst duidelijk naar de opvallende groene kleur van het mannetje.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Fringillidae
Geslacht
Chloris
Soort
Chloris chloris

Ontdek de Groenling

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app