Birdby LogoBirdby

Westelijke Bandslangarend

Niet Bedreigd (Least Concern)

Circaetus cinerascens

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Westelijke Bandslangarend is een middelgrote roofvogel die gespecialiseerd is in het jagen op slangen en andere reptielen. Het is een gedrongen arend met relatief korte vleugels en een korte staart, kenmerkend voor bosbewonende roofvogels. Zijn donkere verenkleed en opvallende gele ogen maken hem onderscheidend.

Grootte en levensduur

Lengte
50-58 cm
Spanwijdte
100-115 cm
Gewicht
600-1100 g
Levensduur
Onbekend in het wild, vermoedelijk 10-15 jaar
Voedsel
Carnivoor (voornamelijk slangen, hagedissen, kikkers, af en toe kleine zoogdieren en vogels)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een overwegend donkergrijs tot leigrijs verenkleed, met een fijn gebandeerde buik en onderdekveren. De staart is kort en zwart met één brede witte band in het midden en een smalle witte eindband. De onderzijde van de vleugels is donker met een lichte bandering op de slagpennen.
Snavelvorm
Sterke, haakvormige snavel, donkergrijs tot zwart met een gele washuid (cere).
Oogkleur
Opvallend heldergeel tot oranjegeel.
Pootkleur
Bleekgeel tot oranjegeel, met sterke klauwen aangepast voor het vangen van slangen.
Onderscheidende kenmerken
De combinatie van het donkere verenkleed, de heldergele ogen, de korte staart met één brede witte band en de gebandeerde buik is kenmerkend. In vlucht vallen de brede, afgeronde vleugels en de korte, gebandeerde staart op.
Uiterlijk jongen
Juvenielen zijn bruiner dan volwassenen, met een lichtere, vaak roestbruine kop en nek. De onderzijde is lichter en meer gebandeerd. De ogen zijn aanvankelijk bruin en worden geleidelijk geel. De staartband is vaak minder duidelijk of afwezig.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Gering; vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter en zwaarder dan mannetjes, maar de verenkleedverschillen zijn minimaal.

Hoe herken je

  1. 1

    Verenkleed

    Let op het overwegend donkergrijze tot leigrijze lichaam met de fijne, lichte bandering op de buik en onderdekveren. Juvenielen zijn bruiner met een lichtere kop.

  2. 2

    Ogen

    De heldergele tot oranjegele ogen zijn zeer opvallend en contrasteren sterk met het donkere verenkleed.

  3. 3

    Staart

    De korte, zwarte staart met één brede, witte band in het midden en een smalle witte eindband is een sleutelkenmerk, vooral in vlucht.

  4. 4

    Silhouet in vlucht

    Brede, afgeronde vleugels en een korte staart. De vlucht is zwaar en diep, met minder zweven dan andere arenden.

  5. 5

    Gedrag

    Zoekt vaak vanuit een verdekte zitplaats in een boom naar prooi op de grond. Gespecialiseerd in het jagen op slangen.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Tropische en subtropische bossen, savannebossen, rivierbossen, galerijbossen.
Verspreidingsgebied
West- en Centraal-Afrika, van Senegal en Gambia oostwaarts tot in Oeganda en het westen van Kenia, en zuidwaarts tot in Angola en Zambia.
Hoogtebereik
Meestal in laaglanden, van zeeniveau tot ongeveer 1500 meter.
Voorkeursomgevingen
Dichte bossen en bosranden, vaak in de nabijheid van water, waar een overvloed aan reptielen te vinden is. Ze vermijden open savannes en dichte regenwouden.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Jaagt voornamelijk vanuit een verdekte zitplaats in een boom, vanwaar hij de grond afspeurt. Zodra een prooi is gespot, duikt hij naar beneden om deze te vangen. Slangen worden vaak met de kop eerst ingeslikt. Ze zijn gespecialiseerd in het vangen van slangen, inclusief giftige soorten, dankzij hun dikke huid en sterke klauwen.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren. Ze zijn territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen.
Vliegpatroon
Vlucht is relatief traag en zwaar, met diepe vleugelslagen. Ze zweven vaak op thermiek, maar minder dan andere arenden. Ze kunnen ook langdurig bidden (stilhangen in de lucht) boven potentiële jachtgebieden.
Trekpatroon
Overwegend standvogel, hoewel er lokale verplaatsingen kunnen plaatsvinden als gevolg van voedselbeschikbaarheid of weersomstandigheden.
Territoriaal gedrag
Territoriaal, vooral rond het nest. Ze verdedigen hun broedgebied tegen indringers.

Zang en geluiden

Zang
Geen specifieke zang. Vocalisaties zijn meestal roepen.
Roep
De meest voorkomende roep is een hoog 'ko-ko-ko-ko' of 'kwo-kwo-kwo', vaak herhaald. Ook een klagend 'wheee-oh' of 'kweee-ah' kan gehoord worden, vooral tijdens het broedseizoen of bij verstoring. De roepen zijn minder krachtig dan die van grotere arenden.
Wanneer hij roept
Meestal tijdens de broedperiode, bij het verdedigen van het territorium, of bij interactie tussen partners. Ook bij verstoring.

Voortplanting

Broedseizoen
Varieert regionaal, vaak tijdens het droge seizoen of aan het begin van het regenseizoen (bijv. november-maart in West-Afrika, juli-oktober in Centraal-Afrika).
Nestgewoonten
Bouwt een relatief klein nest van takken, bekleed met bladeren, in de vork van een hoge boom, vaak dicht bij de stam. Het nest wordt meestal goed verborgen in dicht gebladerte.
Legselgrootte
1 ei
Eierbeschrijving
Meestal één ei, zelden twee. Het ei is witachtig, soms met lichte bruine vlekken.
Broedperiode
Ongeveer 45-50 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
Ongeveer 90-100 dagen na het uitkomen. De jongen blijven nog enige tijd afhankelijk van de ouders na het uitvliegen.
Ouderlijke zorg
Beide ouders zorgen voor het jong. Het vrouwtje broedt en voedt het jong in de eerste weken, terwijl het mannetje jaagt en voedsel aanlevert. Later jagen beide ouders.

Waar te vinden

Rivierbossen

Langs rivieren en beken met dichte begroeiing.

Galerijbossen

Bosstroken die diep in savannegebieden doordringen.

Bosranden

De overgangszones tussen bos en open savanne.

Dichte savannebossen

Gebieden met verspreide bomen en struiken, maar met voldoende dekking.

Veldtips

  1. Zoek naar zitplaatsen. Scan hoge bomen langs bosranden of waterlopen, waar de arend vaak stil zit te wachten op prooi.
  2. Luister naar roepen. De kenmerkende 'ko-ko-ko-ko' roep kan helpen bij het lokaliseren, vooral tijdens het broedseizoen.
  3. Let op vluchtpatroon. Hoewel ze minder zweven, kunnen ze soms bidden of langzaam over het bladerdak vliegen.
  4. Geduld. Deze arend is vaak schuw en goed gecamoufleerd in zijn bosrijke omgeving. Geduld is essentieel.

Gelijkende soorten

Bruine Slangarend

Circaetus cinereus

De Bruine Slangarend is groter, heeft een uniform bruin verenkleed (geen bandering op de buik), en een langere staart zonder de opvallende witte band. De ogen zijn ook geel, maar het algehele silhouet en de kleur zijn anders.

Zuidelijke Bandslangarend

Circaetus fasciolatus

De Zuidelijke Bandslangarend is kleiner, heeft een donkerder, meer roodbruin verenkleed en een fijnere bandering op de onderzijde. De staart heeft meerdere smalle witte banden in plaats van één brede. Het verspreidingsgebied overlapt niet significant.

Snelle feiten

Dieet:
Voornamelijk slangen en reptielen
Ogen:
Heldergeel
Staartkenmerk:
Eén brede witte band
Habitat:
Bosranden, rivierbossen
Status:
Niet Bedreigd

Leuke weetjes

  • De Westelijke Bandslangarend heeft een dikke huid op zijn poten en lichaam, wat hem beschermt tegen slangenbeten.
  • Hij is een van de weinige roofvogels die gespecialiseerd is in het jagen op giftige slangen.
  • De naam 'slangarend' verwijst direct naar zijn primaire voedselbron.
  • Ondanks zijn specialisatie kan hij ook andere kleine dieren vangen als slangen schaars zijn.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Accipitriformes
Familie
Accipitridae
Geslacht
Circaetus
Soort
Circaetus cinerascens

Ontdek de Westelijke Bandslangarend

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app