Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Roodpootorganist is een kleine, opvallend gekleurde zangvogel die bekend staat om zijn levendige, iriserende blauwe verenkleed bij het mannetje en zijn heldere rode poten. De soort is wijdverspreid in Midden- en Zuid-Amerika en bewoont diverse bosrijke habitats. Ze voeden zich voornamelijk met nectar en kleine insecten.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 10-12 cm
- Spanwijdte
- 15-17 cm
- Gewicht
- 10-15 g
- Levensduur
- Ongeveer 6-8 jaar in het wild
- Voedsel
- Nectar, bessen en kleine insecten zoals spinnen en kevers.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Mannetjes in broedkleed zijn voornamelijk diep violetblauw met zwarte vleugels, een zwarte staart en een zwarte 'band' die van de snavel door het oog loopt. De kruin is turkooisblauw. De onderkant van de vleugels vertoont een opvallende gele vlek die vooral zichtbaar is tijdens de vlucht. Vrouwtjes en juvenielen zijn voornamelijk groen met een lichtere, streperige onderzijde en roodbruine poten.
- Snavelvorm
- Slanke, licht naar beneden gebogen snavel, ideaal voor het drinken van nectar.
- Oogkleur
- Donkerbruin.
- Pootkleur
- Helder rood bij volwassen mannetjes, roodbruin bij vrouwtjes en juvenielen.
- Onderscheidende kenmerken
- De combinatie van het iriserende blauw bij het mannetje, de zwarte 'maskerband' en de helderrode poten is uniek. Vrouwtjes onderscheiden zich door hun groene verenkleed met roodbruine poten.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen lijken sterk op volwassen vrouwtjes, met een overwegend groen verenkleed, lichtere, streperige onderzijde en roodbruine poten.
- Seizoensveranderingen
- Mannetjes vertonen buiten het broedseizoen een minder intensieve kleur, maar behouden grotendeels hun kenmerkende blauwe en zwarte verenkleed. Sommige subspecies kunnen variaties in intensiteit vertonen.
- Geslachtsdimorfisme
- Sterk seksueel dimorf; mannetjes zijn levendig blauw met rode poten, terwijl vrouwtjes overwegend groen zijn met roodbruine poten.
Hoe herken je
- 1
Kleur mannetje
Onmiskenbaar diep violetblauw lichaam met zwarte vleugels, staart en een zwarte oogband. Let op de turkooisblauwe kruin en de gele ondervleugelvlek.
- 2
Kleur vrouwtje
Overwegend groen met lichte strepen op de onderzijde. Dit onderscheidt haar van de opvallende mannetjes.
- 3
Poten
De helderrode poten zijn een cruciaal identificatiekenmerk, vooral bij mannetjes, maar roodbruine poten bij vrouwtjes en juvenielen zijn ook typerend.
- 4
Snavel
De slanke, licht gebogen snavel is kenmerkend voor nectar-etende vogels.
- 5
Gedrag
Zoeken naar nectar in bloemen, vaak ondersteboven hangend. Actief foeragerend in bovenste en middenlagen van de vegetatie.
- 6
Stem
Let op de hoge, ijle piepende roep- en zangnoten.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Tropische en subtropische vochtige laaglandbossen, secundair bos, bosranden, koffieplantages, tuinen en parken.
- Verspreidingsgebied
- Van Zuid-Mexico door Midden-Amerika tot in Zuid-Amerika, inclusief het Amazonegebied, en strekt zich uit tot in het Atlantisch Woud van Brazilië. Ook te vinden op Trinidad en Tobago.
- Hoogtebereik
- Meestal van zeeniveau tot ongeveer 1200 meter, soms lokaal hoger tot 1800 meter.
- Voorkeursomgevingen
- Open plekken in het bos, bosranden, boomgaarden met veel bloeiende planten en tuinen met nectarrijke bloemen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal, het meest actief in de vroege ochtend en late namiddag.
- Eetgewoonten
- Voedt zich voornamelijk met nectar door de snavel in bloemen te steken. Ze eten ook kleine insecten, die ze foerageren van bladeren of vangen in vlucht, en bessen. Ze zijn vaak te vinden in gemengde groepen met andere nectar-etende vogels.
- Sociaal gedrag
- Meestal solitair of in paartjes, maar kan ook in kleine groepen worden gezien, vooral bij rijke voedselbronnen. Vaak onderdeel van gemengde foerageergroepen met andere vogelsoorten.
- Vliegpatroon
- Snelle, directe vlucht, vaak met snelle vleugelslagen. Tijdens foerageren bewegen ze behendig tussen takken.
- Trekpatroon
- Overwegend standvogel, maar kan lokaal nomadisch zijn in reactie op de beschikbaarheid van bloeiende planten en vruchten.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes verdedigen kleine foerageergebieden met nectarrijke planten, vooral tijdens het broedseizoen.
Zang en geluiden
- Zang
- Een reeks hoge, ijle, piepende of zingende noten, vaak herhalend. Kan worden omschreven als 'tsee-tsee-tswit' of 'swee-swee-sweeee'.
- Roep
- Een scherp 'chip' of 'tchip' als contactroep, en een zachter 'seet' tijdens foerageren.
- Wanneer hij roept
- Voornamelijk tijdens het broedseizoen en bij het lokaliseren van soortgenoten of voedselbronnen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Varieert per regio, meestal tijdens het natte seizoen wanneer insecten en nectar overvloedig zijn (bijv. maart-juni in Midden-Amerika, november-maart in delen van Zuid-Amerika).
- Nestgewoonten
- Het vrouwtje bouwt een klein, komvormig nest van plantenvezels, spinnenwebben en mos, vaak in een struik of kleine boom, goed verborgen tussen het gebladerte. Het nest is meestal niet ver van de grond.
- Legselgrootte
- 2-3 eieren.
- Eierbeschrijving
- Twee, zelden drie, witachtige eieren met bruine vlekken en stipjes, vooral aan de stompe kant.
- Broedperiode
- Ongeveer 12-13 dagen, uitgevoerd door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- De juvenielen vliegen uit na ongeveer 14-16 dagen. Beide ouders voeden de jongen na het uitvliegen.
- Ouderlijke zorg
- Het vrouwtje broedt alleen, maar beide ouders voeden de jongen met een mix van insecten en nectar.
Waar te vinden
Tuinen en Parken
Vooral in stedelijke en voorstedelijke gebieden met bloeiende planten en bomen.
Bosranden en Open Plekken
Waar de zon rijkelijk bloeiende vegetatie stimuleert.
Secundair Bos
Gedegradeerde bosgebieden waar nieuwe vegetatie opkomt.
Koffieplantages
Schaduwrijke plantages met bloeiende koffieplanten of andere schaduwbomen.
Veldtips
- Ga vroeg in de ochtend of laat in de middag. Dit zijn de meest actieve foerageertijden voor de Roodpootorganist.
- Zoek naar bloeiende bomen en struiken. Ze worden sterk aangetrokken tot nectarrijke bloemen, vooral die met rode of oranje kleuren.
- Luister naar hun roep. Hun hoge, ijle piepen kunnen helpen ze te lokaliseren voordat je ze ziet.
- Controleer gemengde foerageergroepen. Ze worden vaak gezien in gezelschap van andere kleine zangvogels, waaronder andere organisten en honingkruipers.
- Gebruik een verrekijker. Hun kleine formaat en snelle bewegingen maken een verrekijker essentieel voor goede observatie.
Gelijkende soorten
Kortbekorganist
Cyanerpes nitidus
Heeft een kortere snavel en mist de zwarte 'maskerband' over het oog die de Roodpootorganist wel heeft. De kleuren zijn ook iets doffer.
Glanzende organist
Cyanerpes lucidus
Mannetjes hebben een helderdere glans op het blauw en de zwarte band over het oog is minder prominent. De geografische overlap is beperkt.
Snelle feiten
- Dieet:
- Nectar, insecten, bessen
- Habitat:
- Bossen, bosranden, tuinen
- Verspreiding:
- Mexico tot Zuid-Amerika
- Levensduur:
- 6-8 jaar
- Status:
- Niet bedreigd
Leuke weetjes
- De helderrode poten bij het mannetje zijn een belangrijke visuele indicator van zijn gezondheid en seksuele vitaliteit.
- Ze zijn bekwaam in het zweven voor bloemen om nectar te drinken, vergelijkbaar met kolibries, maar raken de bloem vaak aan met hun poten.
- Er zijn minstens 14 ondersoorten van de Roodpootorganist, die subtiele verschillen vertonen in kleurintensiteit en grootte over hun uitgestrekte verspreidingsgebied.
- Ze spelen een belangrijke rol als bestuivers van diverse plantensoorten.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Thraupidae
- Geslacht
- Cyanerpes
- Soort
- Cyanerpes cyaneus
Ontdek de Roodpootorganist
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.