Birdby LogoBirdby
Grote bonte specht (Dendrocopos major)

Grote bonte specht

Niet bedreigd (Least Concern)

Dendrocopos major

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Grote bonte specht is een middelgrote, opvallend zwart-wit-rode specht, wijdverspreid in Europa en Azië. Het is een van de meest voorkomende spechtensoorten en staat bekend om zijn karakteristieke roffelgedrag en zijn vermogen om zaden uit dennenappels te halen.

Grootte en levensduur

Lengte
20-24 cm
Spanwijdte
34-39 cm
Gewicht
70-100 g
Levensduur
Gemiddeld 5-7 jaar in het wild, maximaal 11 jaar
Voedsel
Omnivoor (voornamelijk insecten, larven, spinnen, zaden, noten, bessen, en soms eieren of jonge vogels)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een glanzend zwarte bovenzijde met grote witte schoudervlekken. De onderzijde is vuilwit tot lichtgrijs, met een opvallende rode onderbuik en onderstaartdekveren. De kop is wit met een zwarte baardstreep die doorloopt tot de nek en een zwarte kruin. De vleugels zijn zwart met witte dwarsbanden.
Snavelvorm
Sterke, beitelvormige, donkergrijze snavel, ideaal voor het hakken in hout.
Oogkleur
Roodbruin
Pootkleur
Donkergrijs
Onderscheidende kenmerken
De combinatie van zwarte bovendelen, witte schoudervlekken, rode onderbuik en de zwarte baardstreep die niet doorloopt tot de snavelbasis (in tegenstelling tot de Middelste bonte specht) zijn kenmerkend.
Uiterlijk jongen
Juvenielen hebben een rode kruin (zowel mannetjes als vrouwtjes), die bij het mannetje intenser en uitgebreider is. De rode onderbuik is vaak minder fel en meer oranjeachtig dan bij volwassen vogels. De witte schoudervlekken zijn vaak minder scherp afgetekend.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Het mannetje heeft een rode vlek op het achterhoofd, terwijl het vrouwtje deze mist en een volledig zwarte kruin heeft.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en algemene indruk

    Middelgrote specht met een opvallend zwart-wit-rood verenkleed.

  2. 2

    Koptekening

    Witte wangen met een zwarte baardstreep die doorloopt tot de nek. Zwarte kruin. Let op de rode vlek op het achterhoofd bij het mannetje.

  3. 3

    Rug en vleugels

    Glanzend zwarte rug met grote, opvallende witte schoudervlekken. Zwarte vleugels met witte dwarsbanden.

  4. 4

    Onderzijde

    Vuilwitte tot lichtgrijze onderzijde met een helderrode onderbuik en onderstaartdekveren.

  5. 5

    Geluid

    Luister naar de korte, snelle, krachtige roffel (0,5-1 seconde) en de scherpe 'kjik'-roep.

  6. 6

    Gedrag

    Zoekt vaak voedsel op boomstammen en takken, klemt dennenappels vast in boomspleten om ze open te hakken.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Bossen, parken, tuinen, boomgaarden
Verspreidingsgebied
Wijdverspreid over Europa en een groot deel van Azië, van West-Europa tot Japan en Kamtsjatka, en in Noord-Afrika.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter, afhankelijk van de regio.
Voorkeursomgevingen
Voorkeur voor loof- en naaldbossen, gemengde bossen, maar ook te vinden in parken, grote tuinen en lanen met oude bomen. Belangrijk is de aanwezigheid van voldoende oude of dode bomen voor nest- en foerageerplaatsen.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Voornamelijk insectivoor in de lente en zomer, waarbij insectenlarven en kevers onder de bast van bomen worden gezocht. In de herfst en winter schakelt hij over op zaden van naaldbomen (vooral dennen en sparren), noten en bessen. Hij klemt dennenappels of noten vaak vast in boomspleten ('spechtsmeden') om ze open te hakken. Soms bezoekt hij voedertafels voor vetbollen of pinda's.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze soms in kleine groepen worden gezien bij voedselbronnen, maar zijn over het algemeen niet erg sociaal.
Vliegpatroon
Golvende vlucht met korte vleugelslagen, waarbij de vogel tussen de slagen door even 'duikt'.
Trekpatroon
Overwegend standvogel in het grootste deel van zijn verspreidingsgebied. In noordelijke en oostelijke delen van Europa en Azië kunnen populaties trekgedrag vertonen, vooral juvenielen, die in de herfst naar zuidelijker gebieden trekken bij voedseltekorten.
Territoriaal gedrag
Territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen. Verdedigt zijn territorium door te roffelen en te roepen.

Zang en geluiden

Zang
Geen echte zang. Het meest kenmerkende geluid is de roffel, een korte, snelle serie van 10-16 slagen per seconde, die ongeveer 0,5-1 seconde duurt. Deze roffel dient als territoriumafbakening en om partners aan te trekken. De roffel is krachtig en klinkt als een machinegeweer.
Roep
De meest gehoorde roep is een scherp, explosief 'kjik' of 'tsjik', vaak herhaald. Bij opwinding of alarm kan dit overgaan in een snellere serie 'kjik-kjik-kjik'.
Wanneer hij roept
Roffelen is het meest frequent in het vroege voorjaar (februari-mei) tijdens de balts en territoriumafbakening. Roepen is het hele jaar door te horen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juni
Nestgewoonten
Nestelt in zelf uitgehakte nestholtes in dode of rottende bomen, vaak in loofbomen zoals beuken of eiken, maar ook in naaldbomen. De ingang is rond en ongeveer 5 cm in diameter. Beide ouders hakken aan de nestholte.
Legselgrootte
Meestal 4-7 eieren
Eierbeschrijving
4-7 glanzend witte, ovale eieren, zonder vlekken. Afmetingen: ongeveer 26 x 19 mm.
Broedperiode
10-13 dagen, door beide ouders
Uitvliegperiode
18-23 dagen na uitkomst. De jongen worden door beide ouders gevoerd.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en voeren de jongen. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enkele weken afhankelijk van de ouders.

Waar te vinden

Bossen

Vooral in loof- en gemengde bossen, maar ook in naaldbossen. Zoek naar oudere bomen met dood hout.

Parken en tuinen

Grote parken en tuinen met volwassen bomen bieden geschikte leefomgevingen, vooral als er voedertafels zijn.

Boomgaarden en lanen

Oude boomgaarden en lanen met oude bomen kunnen ook goede plekken zijn om ze te vinden.

Veldtips

  1. Luister naar de roffel. De roffel is vaak het eerste teken van aanwezigheid, vooral in het voorjaar. Volg het geluid om de vogel te lokaliseren.
  2. Zoek naar 'spechtsmeden'. Let op boomspleten of gaten waarin dennenappels of noten zijn vastgeklemd. Dit zijn 'spechtsmeden' en duiden op de aanwezigheid van spechten.
  3. Observeer boomstammen. Spechten bewegen zich vaak spiraalsgewijs omhoog langs boomstammen op zoek naar insecten. Let op afgebladderde bast of kleine gaten.
  4. Bezoek voedertafels. In de winter bezoeken ze vaak voedertafels met vetbollen of pinda's.
  5. Wees geduldig en stil. Spechten zijn vaak schuw. Beweeg langzaam en vermijd plotselinge bewegingen om ze niet te verstoren.

Gelijkende soorten

Middelste bonte specht

Dendrocoptes medius

De Middelste bonte specht heeft een volledig rode kruin (ook het vrouwtje), mist de zwarte baardstreep die doorloopt tot de nek, heeft geen witte schoudervlekken (maar fijne witte strepen op de vleugels) en heeft een roze-rode onderbuik die minder fel is dan bij de Grote bonte specht. Zijn roep is zachter en minder explosief ('gik-gik-gik').

Kleine bonte specht

Dryobates minor

De Kleine bonte specht is aanzienlijk kleiner (ongeveer spreeuwformaat), heeft een gestreepte rug in plaats van grote witte schoudervlekken, en mist de rode onderbuik. Het mannetje heeft een rode kruin, het vrouwtje een witte. Zijn roffel is zwakker en zijn roep is een zacht 'kiek'.

Witrugspecht

Dendrocopos leucotos

De Witrugspecht is groter en heeft een opvallende witte onderrug (stuit) en een gestreepte flank. Het mannetje heeft een rode kruin, het vrouwtje een zwarte. De rode onderbuik is minder prominent. De roffel is langer en minder snel dan die van de Grote bonte specht.

Snelle feiten

Meest voorkomende specht:
De meest wijdverspreide en talrijke specht in Europa.
Roffel:
Gebruikt roffelen op bomen als communicatiemiddel en territoriumafbakening.
Spechtsmeden:
Klemt zaden en noten vast in boomspleten om ze open te hakken.
Dieet:
Schakelt van insecten in de zomer naar zaden en noten in de winter.
Nest:
Hakt zelf nestholtes uit in dode of rottende bomen.

Leuke weetjes

  • De Grote bonte specht kan tot 12.000 keer per dag roffelen zonder hersenschade op te lopen, dankzij speciale aanpassingen in zijn schedel en nekspieren.
  • Hij heeft een extreem lange, kleverige tong die hij ver uit zijn snavel kan steken om insecten uit diepe spleten te halen.
  • De rode vlek op het achterhoofd van het mannetje is een belangrijk kenmerk voor seksuele herkenning en kan helpen bij het onderscheiden van geslachten in het veld.
  • Hoewel ze voornamelijk insecten eten, zijn ze in de winter ook belangrijke verspreiders van zaden van naaldbomen, doordat ze dennenappels openen en zaden laten vallen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Piciformes
Familie
Picidae
Geslacht
Dendrocopos
Soort
Dendrocopos major

Ontdek de Grote bonte specht

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app