Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Vink is een van de meest voorkomende en wijdverspreide zangvogels in Europa. Het is een robuuste vogel, bekend om zijn opvallende kleuren bij het mannetje en zijn karakteristieke zang. Ze zijn vaak te vinden in tuinen, parken, bossen en landbouwgebieden.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 14-16 cm
- Spanwijdte
- 24-29 cm
- Gewicht
- 18-29 g
- Levensduur
- Gemiddeld 2-3 jaar in het wild, maximaal 14 jaar
- Voedsel
- Omnivoor (voornamelijk zaden, insecten en bessen)
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Mannetjes hebben een opvallend roodbruine borst en wangen, een blauwgrijze kruin en nek, een groenige onderrug en twee duidelijke witte vleugelstrepen. Vrouwtjes en juvenielen zijn veel valer, voornamelijk grijsbruin met een groenige tint op de rug en behouden de witte vleugelstrepen.
- Snavelvorm
- Kegelvormig, stevig, puntig, geschikt voor het kraken van zaden. Kleur is grijsachtig, bij broedende mannetjes donkerder.
- Oogkleur
- Donkerbruin
- Pootkleur
- Grijsbruin
- Onderscheidende kenmerken
- De twee witte vleugelstrepen zijn een constant kenmerk bij beide geslachten en alle leeftijden. De witte buitenste staartpennen zijn ook opvallend, vooral in vlucht.
- Uiterlijk jongen
- Lijken sterk op vrouwtjes, maar hebben vaak een iets lossere, minder gestructureerde bevedering en kunnen een vage streping op de borst hebben.
- Seizoensveranderingen
- Mannetjes zijn in het broedseizoen op hun felst gekleurd. Buiten het broedseizoen kunnen de kleuren iets doffer lijken door slijtage van de veerranden, maar de basiskleuren blijven behouden. Er is geen volledige rui naar een afwijkend winterkleed.
- Geslachtsdimorfisme
- Sterk. Mannetjes zijn veel kleurrijker met roodbruine, blauwgrijze en groenige tinten. Vrouwtjes zijn overwegend bruingrijs en onopvallender.
Hoe herken je
- 1
Kleurpatroon (mannetje)
Let op de roodbruine borst en wangen, de blauwgrijze kruin en nek, en de groenige onderrug. Deze combinatie is uniek voor de mannelijke Vink.
- 2
Witte vleugelstrepen
Twee duidelijke witte vleugelstrepen zijn aanwezig bij zowel mannetjes als vrouwtjes en juvenielen. Dit is een zeer betrouwbaar kenmerk, zowel zittend als in vlucht.
- 3
Witte buitenste staartpennen
Vooral goed te zien wanneer de vogel wegvliegt of landt. Dit is een ander onderscheidend kenmerk.
- 4
Zang
De luide, vrolijke en karakteristieke zang met de 'slag' aan het einde is onmiskenbaar en vaak de eerste aanwijzing van de aanwezigheid van een Vink.
- 5
Roep
De heldere 'pink' of 'fink' roep is zeer kenmerkend en helpt bij identificatie, zelfs als de vogel niet goed zichtbaar is.
- 6
Gedrag
Zoekt vaak voedsel op de grond, scharrelend onder bomen en struiken. De golvende vlucht is ook een goede indicator.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Gematigde bossen, parken, tuinen, landbouwgebieden, boomgaarden, heggen, stedelijke gebieden.
- Verspreidingsgebied
- Wijdverspreid over Europa, Noordwest-Afrika en delen van West-Azië. Geïntroduceerd in Nieuw-Zeeland.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter in bergachtige gebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Voorkeur voor open bossen met ondergroei, bosranden, parken en tuinen met een mix van bomen en open plekken. Ze vermijden dichte, donkere bossen en open, boomloze vlaktes.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Zoekt voedsel voornamelijk op de grond, vaak onder bomen en struiken. Eet zaden (vooral beukennootjes, zonnebloempitten), knoppen, bessen en insecten (rupsen, kevers, spinnen), vooral tijdens het broedseizoen om de jongen te voeden.
- Sociaal gedrag
- Buiten het broedseizoen vaak in grote, gemengde groepen met andere vogelsoorten, zoals mussen en andere vinken. Tijdens het broedseizoen territoriaal en leven ze in paren.
- Vliegpatroon
- Golvende vlucht, met snelle vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten. Vaak in kleine groepjes of alleen. De witte vleugelstrepen en buitenste staartpennen zijn goed zichtbaar in vlucht.
- Trekpatroon
- De Vink is een deeltrekker. Noordelijke populaties trekken in de winter naar het zuiden en westen van Europa. Zuidelijke en westelijke populaties zijn vaak standvogels. De trek vindt plaats in grote groepen.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes zijn territoriaal tijdens het broedseizoen en verdedigen hun territorium met zang en agressieve vertoningen tegen rivalen.
Zang en geluiden
- Zang
- Een luide, vrolijke en kenmerkende zang die vaak wordt omschreven als 'fiet-fiet-fiet-tel-tel-tel-tjoewie-tjoewie-tjoewie-tsjie-tsjie-tsjie-tsjoew'. Het eindigt vaak met een krachtige 'slag' of 'flourish'. Er zijn regionale dialecten in de zang.
- Roep
- Meest voorkomende roep is een helder 'pink' of 'fink', waaraan de vogel zijn naam dankt. Ook een zacht 'tsjirp' of 'tsjup' als contactroep en een scherp 'huit' als alarmroep.
- Wanneer hij roept
- Vooral in het broedseizoen (maart-juli) zingen de mannetjes intensief om territoria af te bakenen en partners aan te trekken. Roepen zijn het hele jaar door te horen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- April tot juli, met vaak twee broedsels per jaar.
- Nestgewoonten
- Het nest wordt voornamelijk door het vrouwtje gebouwd, meestal in een vork van een boom of struik, goed gecamoufleerd met korstmossen, spinnenwebben en mos. Het is een compact, komvormig nest, bekleed met haar en veren.
- Legselgrootte
- 4-6 eieren
- Eierbeschrijving
- 4-6 eieren, lichtblauw tot groenachtig van kleur, met donkere vlekken en strepen, vooral aan de stompe kant. Grootte: ongeveer 19 x 14 mm.
- Broedperiode
- 11-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 11-14 dagen na uitkomst verlaten de jongen het nest.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeden de jongen, voornamelijk met insecten. Het vrouwtje broedt en de man voedt haar tijdens het broeden.
Waar te vinden
Tuinen en parken
Zeer algemeen in stedelijke en voorstedelijke tuinen en parken, vooral waar bomen en struiken aanwezig zijn.
Bossen en bosranden
Vooral in loofbossen en gemengde bossen, maar ook in naaldbossen, vaak aan de randen of bij open plekken.
Landbouwgebieden
In heggen, boomgaarden en kleine bosjes in agrarische landschappen.
Veldtips
- Luister naar de zang. De zang van de Vink is zeer opvallend en vaak de eerste manier om de vogel te detecteren, vooral in het voorjaar en de vroege zomer.
- Let op de grond. Vinken foerageren vaak op de grond, dus scan de bodem onder bomen en struiken.
- Bezoek voederplaatsen. In de winter zijn Vinken regelmatige bezoekers van voedertafels, vooral als er zaden zoals zonnebloempitten worden aangeboden.
- Observeer in vlucht. De witte vleugelstrepen en buitenste staartpennen zijn goede kenmerken om een Vink in vlucht te herkennen.
Gelijkende soorten
Keep
Fringilla montifringilla
De Keep heeft een oranje borst en schouders, een zwarte kop en rug (bij het mannetje in broedkleed) en een witte stuit. De Vink heeft een roodbruine borst, blauwgrijze kop en groenige stuit. De Keep heeft ook een meer gevlekte borst en een opvallende oranje vleugelstreep die de Vink mist.
Groenling
Chloris chloris
De Groenling is groener van kleur, vooral het mannetje, en heeft opvallende gele vlekken in de vleugels en staart. De Vink heeft roodbruine en blauwgrijze tinten en duidelijke witte vleugelstrepen.
Heggenmus
Prunella modularis
De Heggenmus is kleiner, slanker en heeft een veel onopvallender, egaal grijsbruin verenkleed zonder de opvallende vleugelstrepen van de Vink. De Heggenmus heeft ook een dunnere snavel.
Snelle feiten
- Wetenschappelijke naam:
- Fringilla coelebs
- Familie:
- Fringillidae (Vinkachtigen)
- Lengte:
- 14-16 cm
- Gewicht:
- 18-29 g
- Dieet:
- Zaden, insecten, bessen
- Broedseizoen:
- April - Juli
- Aantal eieren:
- 4-6
- Conservation Status:
- Niet bedreigd (Least Concern)
Leuke weetjes
- De naam 'Vink' is een onomatopee van zijn kenmerkende roep 'pink' of 'fink'.
- Mannetjesvinken leren hun zang van andere mannetjes in hun omgeving, wat leidt tot regionale 'dialecten'.
- In de winter kunnen Vinken grote zwermen vormen, soms met duizenden individuen, vaak samen met Keepen.
- De Vink is een van de meest talrijke vogelsoorten in Europa.
- De wetenschappelijke naam 'coelebs' betekent 'alleenstaand' of 'vrijgezel', wat verwijst naar het feit dat de mannetjes in de winter soms alleen blijven terwijl de vrouwtjes wegtrekken.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Fringillidae
- Geslacht
- Fringilla
- Soort
- Fringilla coelebs
Ontdek de Vink
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
