Birdby LogoBirdby
Noordse stormvogel (Fulmarus glacialis)

Noordse stormvogel

Least Concern (Niet bedreigd)

Fulmarus glacialis

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Noordse stormvogel is een middelgrote zeevogel die behoort tot de familie van de stormvogels en pijlstormvogels (Procellariidae). Het is een pelagische soort die het grootste deel van zijn leven op open zee doorbrengt en alleen aan land komt om te broeden. Kenmerkend zijn de stijve vleugelslag afgewisseld met lange glijvluchten, en de buisvormige neusgaten op de bovensnavel, typisch voor Procellariiformes. Ze zijn opvallend door hun vermogen om een olieachtige maaginhoud uit te spuwen ter verdediging.

Grootte en levensduur

Lengte
45-50 cm
Spanwijdte
101-117 cm
Gewicht
700-1000 g
Levensduur
Gemiddeld 30-40 jaar, met uitschieters tot meer dan 50 jaar
Voedsel
Voornamelijk vis, schaaldieren, inktvissen en aas (visafval van trawlers).

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Er zijn twee hoofdkleurmorfen: een lichte en een donkere. De lichte morf, die het meest voorkomt in de Atlantische Oceaan, heeft een witte kop, nek en onderdelen, met een lichtgrijze rug en bovenvleugels. De vleugelpunten zijn donkerder. De donkere morf, vaker in de Pacifische Oceaan, is uniform donkergrijs tot bruingrijs. Tussenliggende morfen komen ook voor. De staart is kort en afgerond, meestal lichtgrijs.
Snavelvorm
De snavel is stevig, geelachtig met een donkere punt en heeft opvallende buisvormige neusgaten op de bovensnavel, kenmerkend voor stormvogels. Deze buisjes dienen voor de uitscheiding van zout.
Oogkleur
Donkerbruin.
Pootkleur
De poten zijn grijsachtig tot vleeskleurig.
Onderscheidende kenmerken
De stijve, snelle vleugelslag afgewisseld met lange, strakke glijvluchten dicht boven het wateroppervlak. De relatief korte, dikke nek en de 'bull-necked' uitstraling. De buisvormige neusgaten zijn een belangrijk kenmerk van de orde Procellariiformes. De lichte onderzijde van de vleugels met een donkere achterrand is een goed veldkenmerk.
Uiterlijk jongen
Juvenielen lijken sterk op volwassen vogels, maar kunnen een iets doffer verenkleed hebben en de snavelkleur kan minder intens zijn. Ze zijn over het algemeen niet te onderscheiden van volwassenen in het veld.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Geen significant seksueel dimorfisme in verenkleed of grootte. Mannetjes en vrouwtjes zijn uiterlijk identiek.

Hoe herken je

  1. 1

    Vlucht

    Let op de stijve, snelle vleugelslag afgewisseld met lange, rechte glijvluchten, vaak laag over het water. Dit is een sleutelkenmerk dat hem onderscheidt van pijlstormvogels.

  2. 2

    Grootte en bouw

    Middelgrote, compacte zeevogel met een relatief dikke nek ('bull-necked') en een korte, afgeronde staart. Groter dan meeuwen, maar kleiner dan albatrossen.

  3. 3

    Verenkleed

    De lichte morf (meest voorkomend in de Atlantische Oceaan) heeft een witte kop en onderdelen, met een lichtgrijze rug en bovenvleugels. Let op de donkere vleugelpunten en de donkere achterrand van de onderzijde van de vleugels. De donkere morf is uniform donkergrijs.

  4. 4

    Snavel

    De stevige, geelachtige snavel met donkere punt en de opvallende buisvormige neusgaten op de bovensnavel zijn diagnostisch voor stormvogels.

  5. 5

    Gedrag

    Vaak te zien in de buurt van vissersschepen, waar ze aas opnemen. Ze kunnen ook een olieachtige maaginhoud uitspuwen ter verdediging, wat een uniek gedrag is.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Marien, pelagisch, kustgebieden tijdens het broedseizoen.
Verspreidingsgebied
Circumpolair in de Noordelijke Atlantische Oceaan en Noordelijke Stille Oceaan. Broedt op kliffen en eilanden in arctische en subarctische gebieden, waaronder IJsland, Groenland, Spitsbergen, de Britse Eilanden, Noorwegen, en delen van Noord-Amerika en Siberië. Buiten het broedseizoen verspreiden ze zich over de open oceaan, tot aan de gematigde breedtegraden.
Hoogtebereik
Zeeniveau tot de hoogte van broedkliffen (enkele honderden meters).
Voorkeursomgevingen
Steile zeekliffen en rotsachtige kusten voor broedkolonies. Op zee prefereren ze koude, productieve wateren, vaak in de buurt van de continentale platranden of visgronden.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Voedt zich voornamelijk door van het wateroppervlak te pikken of door ondiep te duiken. Volgt vaak vissersschepen om visafval en bijvangst te consumeren. Ze kunnen ook vliegen achter walvissen en dolfijnen om te profiteren van verstoorde prooien. Ze hebben een goed ontwikkelde reukzin om voedselbronnen te lokaliseren.
Sociaal gedrag
Broedt in grote, dichte kolonies op kliffen. Buiten het broedseizoen zijn ze solitair of vormen ze losse groepen op zee, vaak geconcentreerd rond voedselbronnen zoals vissersschepen.
Vliegpatroon
Kenmerkend is de stijve, snelle vleugelslag afgewisseld met lange, efficiënte glijvluchten, waarbij ze de wind gebruiken om energie te besparen. Ze vliegen vaak laag over de golven, profiterend van de opwaartse luchtstromen. Ze zijn zeer wendbaar in de lucht, zelfs bij harde wind.
Trekpatroon
De Noordse stormvogel is een deeltrekker. Veel vogels blijven het hele jaar door in de buurt van hun broedgebieden, vooral in gebieden met voldoende voedsel. Andere trekken na het broedseizoen zuidwaarts naar meer gematigde wateren, maar er is geen sprake van een strikte, gecoördineerde trek zoals bij veel andere vogelsoorten. Jonge vogels zwerven verder uit dan volwassenen.
Territoriaal gedrag
Territoriaal rond de nestplaatsen binnen de kolonies, waar ze agressief kunnen zijn tegen indringers. Op zee zijn ze niet territoriaal.

Zang en geluiden

Zang
De Noordse stormvogel heeft geen zang in de traditionele zin. Vocalisaties zijn beperkt tot het broedseizoen en de broedkolonies.
Roep
In de broedkolonies produceren ze een reeks kakelende, grommende en kokhalzende geluiden, vaak beschreven als 'kak-kak-kak' of 'garr-garr-garr'. Deze geluiden worden gebruikt voor communicatie tussen partners en als waarschuwing voor indringers. Op zee zijn ze meestal stil.
Wanneer hij roept
Voornamelijk tijdens het broedseizoen in de kolonies, zowel overdag als 's nachts.

Voortplanting

Broedseizoen
Mei tot september, met de piek van het leggen van eieren in juni.
Nestgewoonten
Broedt in kolonies op steile kliffen, rotsrichels en hellingen, vaak in spleten of ondiepe holtes. Het nest is een eenvoudig kuiltje, soms bekleed met wat plantaardig materiaal of kleine steentjes. Ze zijn monogaam en vormen langdurige paarbanden.
Legselgrootte
1 ei.
Eierbeschrijving
Eén enkel, wit ei, soms met een lichte bruine vlek. Het ei is relatief groot voor de lichaamsgrootte van de vogel.
Broedperiode
47-53 dagen, door beide ouders afwisselend bebroed.
Uitvliegperiode
49-59 dagen na het uitkomen. De jongen worden door beide ouders gevoerd met halfverteerd voedsel.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en voeden het jong. Na het uitvliegen zijn de jongen zelfstandig.

Waar te vinden

Kustlijnen

Tijdens het broedseizoen zijn ze te vinden bij steile kliffen en rotsachtige kusten van broedkolonies in Noord-Europa (bijv. Schotland, IJsland, Noorwegen) en Noord-Amerika.

Open zee

Buiten het broedseizoen zijn ze wijdverspreid over de Noordelijke Atlantische en Stille Oceaan. Ze worden vaak waargenomen vanaf veerboten of pelagische boottochten, vooral in gebieden met veel visactiviteit.

Visgronden

Ze concentreren zich vaak rond vissersschepen en visgronden, waar ze profiteren van bijvangst en afval.

Veldtips

  1. Scan de horizon. Kijk bij het observeren vanaf een boot of de kustlijn naar vogels die laag over het water vliegen met hun kenmerkende glijvluchten.
  2. Let op vissersschepen. Noordse stormvogels volgen vaak vissersschepen. Als je een schip ziet, is de kans groot dat er stormvogels in de buurt zijn.
  3. Bezoek broedkolonies. Tijdens het broedseizoen zijn de kolonies de beste plek om ze van dichtbij te observeren. Houd wel gepaste afstand om de vogels niet te storen.
  4. Gebruik een verrekijker. Voor identificatie op afstand, vooral op zee, is een goede verrekijker essentieel om de subtiele kenmerken zoals de snavel en vleugelpatronen te kunnen zien.

Gelijkende soorten

Grote pijlstormvogel

Puffinus gravis

De Grote pijlstormvogel is groter, heeft een langere, dunnere snavel, een donkere kap en een witte buik met een donkere vlek. De vlucht is meer golvend met langere glijvluchten en minder stijve vleugelslag. Mist de buisvormige neusgaten van de stormvogel.

Kleine pijlstormvogel

Puffinus puffinus

De Kleine pijlstormvogel is aanzienlijk kleiner, heeft een slankere bouw, een langere snavel en een meer golvende vlucht. De bovenzijde is uniform donker, de onderzijde wit. Mist de buisvormige neusgaten.

Albatrossoorten

Diomedeidae spp.

Albatrossen zijn veel groter dan de Noordse stormvogel, hebben extreem lange, smalle vleugels en een veel massievere snavel. Hun vlucht bestaat bijna uitsluitend uit glijvluchten. Hoewel ze ook buisvormige neusgaten hebben, zijn deze veel prominenter en anders van vorm.

Snelle feiten

Orde:
Procellariiformes (buissnaveligen)
Familie:
Procellariidae (stormvogels en pijlstormvogels)
Broedplaatsen:
Steile zeekliffen en rotsachtige kusten
Voedsel:
Vis, schaaldieren, inktvis, aas
Vlucht:
Stijve vleugelslag, lange glijvluchten
Verdediging:
Uitspuwen van olieachtige maaginhoud

Leuke weetjes

  • De naam 'stormvogel' verwijst naar hun vermogen om zelfs bij zware stormen op zee te blijven en te vliegen.
  • Ze kunnen een olieachtige, stinkende maaginhoud tot wel 2 meter ver uitspuwen ter verdediging tegen roofdieren of indringers, wat hun verenkleed onbruikbaar maakt voor vliegen.
  • De buisvormige neusgaten op hun snavel zijn uniek voor de orde Procellariiformes en helpen hen overtollig zout uit zeewater te scheiden.
  • De populatie van de Noordse stormvogel is in de 20e eeuw aanzienlijk toegenomen en heeft zijn broedgebied uitgebreid, waarschijnlijk door de beschikbaarheid van visafval van de visserij.
  • Ze kunnen zeer oud worden, met geregistreerde leeftijden van meer dan 50 jaar, wat uitzonderlijk is voor een vogel van deze grootte.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Procellariiformes
Familie
Procellariidae
Geslacht
Fulmarus
Soort
glacialis

Ontdek de Noordse stormvogel

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app