Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Watersnip (Gallinago gallinago) is een middelgrote, schuwe steltloper die bekend staat om zijn uitstekende camouflage en karakteristieke baltsvlucht. Het is een moeilijk te observeren vogel op de grond vanwege zijn verborgen levenswijze en voorkeur voor dichtbegroeide, natte gebieden. Hij wordt vaak eerder gehoord dan gezien.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 23-28 cm
- Spanwijdte
- 39-45 cm
- Gewicht
- 80-140 g
- Levensduur
- Gemiddeld 2-4 jaar, maximaal 10 jaar in het wild
- Voedsel
- Invertebraten, voornamelijk insectenlarven (vooral muggenlarven), wormen, weekdieren en soms wat plantaardig materiaal.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- De Watersnip heeft een uitstekende camouflage met een complexe tekening van bruine, zwarte en crème strepen en vlekken. De rug is donkerbruin met vier crèmekleurige lengtestrepen. De borst is lichtbruin met strepen, terwijl de buik wit is. De staart is wigvormig, bruin met een roodbruine band aan de zijkanten.
- Snavelvorm
- Zeer lange, rechte en slanke snavel, tot 7 cm lang, met een lichte buiging naar beneden aan het uiteinde, en een gevoelige punt om diep in de modder te tasten.
- Oogkleur
- Donkerbruin, met een opvallende donkere streep door het oog en een lichte supercilaire streep boven het oog.
- Pootkleur
- Groenachtig grijs tot groenachtig bruin.
- Onderscheidende kenmerken
- De combinatie van de lange snavel, gestreepte koptekening (met een centrale lengtestreep en twee superciliaire strepen), de vier lichte lengtestrepen op de rug, en de zigzag vlucht bij opvliegen zijn onderscheidende kenmerken.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen lijken sterk op volwassenen, maar hebben vaak een iets matter verenkleed en de lichte lengtestrepen op de rug kunnen minder prominent zijn.
- Seizoensveranderingen
- Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed, behalve algemene slijtage van de veren buiten het broedseizoen.
- Geslachtsdimorfisme
- Er is vrijwel geen seksueel dimorfisme in verenkleed tussen mannetjes en vrouwtjes. Mannetjes zijn gemiddeld iets groter, maar dit is in het veld niet zichtbaar.
Hoe herken je
- 1
Vlucht
Schiet bij verstoring met een snelle zigzagvlucht omhoog, vergezeld van een 'schkepp'-roep. Dit is een van de meest betrouwbare veldkenmerken.
- 2
Snavel
De lange, rechte en slanke snavel is opvallend en langer dan die van de meeste andere snipachtigen, behalve de Grote Goudsnip.
- 3
Koptekening
Karakteristieke streperige koptekening met een donkere streep door het oog, omzoomd door lichte strepen (supercilium), en een lichte centrale kruinstreep.
- 4
Rugtekening
Vier duidelijke crèmekleurige tot geelbruine lengtestrepen op de rug, die contrasteren met het donkerbruine verenkleed.
- 5
Baltsgeluid
Het unieke 'trommelen' of 'hemelgeit' geluid, veroorzaakt door trillende staartveren tijdens de baltsvlucht, is onmiskenbaar.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Gematigde graslanden, toendra, veenlanden, moerassen, drassige weiden en wetlands.
- Verspreidingsgebied
- Palearctisch en Nearctisch gebied. Broedt in grote delen van Europa, Azië en Noord-Amerika. Overwintert in Zuid-Europa, Afrika, Zuid-Azië en Midden- en Zuid-Amerika.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 3000 meter in bergachtige gebieden tijdens de trek.
- Voorkeursomgevingen
- Dichte vegetatie van natte weiden, moerassen, rietlanden, veenmoerassen en heide met poelen en slootkanten. Vereist zachte, modderige bodems voor foerageren en dichte dekking voor bescherming.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Hoofdzakelijk schemeractief en nachtactief, vooral tijdens de trek en het foerageren. Baltsvluchten vinden voornamelijk plaats tijdens schemering en 's nachts.
- Eetgewoonten
- Foerageert door de lange, gevoelige snavel diep in zachte modder en modderige oevers te steken, waarbij het sensorische uiteinde van de snavel insectenlarven, wormen en andere kleine ongewervelden detecteert. Kan ook oppervlakkig voedsel picken. Meestal solitair tijdens het foerageren, maar kan in losse groepen voorkomen buiten het broedseizoen.
- Sociaal gedrag
- Tijdens het broeden territoriaal. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich verzamelen in losse groepen op geschikte foerageerplaatsen of roestplaatsen.
- Vliegpatroon
- Vliegt bij opvliegen met een snelle, onregelmatige zigzagbeweging, vaak vergezeld van een rauw 'schkep'-geluid. Tijdens de baltsvlucht, duikt het mannetje met hoge snelheid, waardoor een karakteristiek vibrerend geluid, 'trommelen', met de buitenste staartveren ontstaat.
- Trekpatroon
- Veelal een trekvogel. Noordelijke populaties zijn volledig trekvogel en overwinteren in zuidelijker gebieden. West-Europese populaties kunnen standvogels zijn of korte afstanden trekken. Migratie vindt plaats in brede fronten, vaak 's nachts, en kan hoog in de lucht plaatsvinden.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes vestigen broedterritoria die ze verdedigen tegen indringers, voornamelijk via baltsvluchten en vocalisaties.
Zang en geluiden
- Zang
- Het 'lied' van de Watersnip is een mechanisch geluid, bekend als 'trommelen' of 'hemelgeit', geproduceerd door de vibratie van de buitenste staartpennen tijdens de baltsvlucht. Dit geluid is een repeterend, pulserend 'huh-huh-huh-huh' dat doet denken aan een trommel of een bezoemende geit. Het kan van kilometers afstand te horen zijn.
- Roep
- Bij het opvliegen stoot de Watersnip een rauw, nasaal 'schkepp' of 'kzeck'-geluid uit. Deze alarmroep is kort en explosief.
- Wanneer hij roept
- Het trommelen vindt voornamelijk plaats tijdens de baltsvlucht, van de late avond tot de vroege ochtend, en soms ook overdag, vooral van maart tot juli. Alarmroepen worden het hele jaar door gehoord wanneer de vogel wordt verstoord.
Voortplanting
- Broedseizoen
- April tot juli, met een piek in mei-juni.
- Nestgewoonten
- Het nest is een ondiepe kuil op de grond, vaak goed verborgen in dichte vegetatie, zoals graspollen of biezen, in natte moerassige gebieden. Het nest is bekleed met gras en plantenmateriaal. Vrouwtje bouwt het nest alleen.
- Legselgrootte
- 4 eieren, zelden 3 of 5.
- Eierbeschrijving
- Meestal 4 peervormige eieren. De eieren zijn olijfbruin, lichtgroen of lichtgeel van kleur met donkerbruine tot zwarte vlekken en spikkels, vooral aan de stompere zijde.
- Broedperiode
- 18-21 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- Kuikens zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze worden vliegvlug na 19-20 dagen, maar blijven langer onder de hoede van de ouders, vaak tot 4-5 weken.
- Ouderlijke zorg
- Voornamelijk het vrouwtje broedt en verzorgt de jongen. Mannetjes kunnen soms een tweede broedsel beginnen met een ander vrouwtje of helpen bij de zorg voor de jongen van een eerste broedsel.
Waar te vinden
Veenlanden
Vochtige, moerassige veengebieden met dichte vegetatie zijn ideale broed- en foerageerhabitat.
Natte graslanden en moerassen
Extensief beheerde natte graslanden, uiterwaarden en rietmoerassen met ondiep water en zachte grond.
Rijstvelden en drassige akkers
Tijdens de trek en overwintering kunnen ze te vinden zijn in rijstvelden en andere drassige agrarische gebieden.
Veldtips
- Ga tijdens schemering of nacht. Vooral tijdens het broedseizoen zijn Watersnippen 's avonds en vroeg in de ochtend het meest actief en is de kans groter om het 'trommelen' te horen.
- Luister naar het 'schkepp'-geluid. Als je door geschikt habitat loopt en een vogel vlak voor je voeten opvliegt met een luide, rauwe roep en zigzagvlucht, is de kans groot dat het een Watersnip is.
- Gebruik een verrekijker. Vanwege hun schuwheid en camouflage zijn Watersnippen moeilijk te zien. Een verrekijker helpt om details van het verenkleed vast te stellen als een vogel opvliegt en landt.
- Zoek naar moddersporen. Op modderige oevers en in ondiep water kunnen lange, slanke prikgaten van de snavel van Watersnippen te vinden zijn.
Gelijkende soorten
Poelsnip
Gallinago media
De Poelsnip is groter en forser dan de Watersnip, heeft een kortere snavel, lichtere flanken en vooral opvallende witte zijdelingse staartpennen die goed zichtbaar zijn bij opvliegen. Vliegt bovendien zonder zigzagbeweging en is stiller. De balts is een 'lek'-display op een open plek.
Bokje
Lymnocryptes minimus
Het Bokje is aanzienlijk kleiner dan de Watersnip en heeft een kortere snavel. Mist de duidelijke centrale kruinstreep en de lichte lengtestrepen op de rug van de Watersnip. Heeft een kortere, stompere staart. Vliegt bij verstoring langzaam en laag over het water, zonder zigzagbeweging of opvallende roep.
Snelle feiten
- Groeistatus (Nederland):
- Kwetsbaar
- Trekstatus:
- Trekvogel, gedeeltelijk standvogel in West-Europa
- Voedingsmethode:
- Tasten met de snavel in de modder
- Bijzonder geluid:
- Trommelen met staartveren (Hemelgeit)
Leuke weetjes
- Het geluid dat de Watersnip tijdens zijn baltsvlucht maakt, wordt niet geproduceerd door zijn stem, maar door de vibratie van zijn buitenste staartpennen wanneer hij met hoge snelheid duikt. Dit wordt ook wel 'trommelen' of 'ruisen' genoemd.
- De Watersnip heeft ogen die relatief ver naar achteren op zijn kop geplaatst zijn, waardoor hij een zeer breed gezichtsveld heeft. Dit stelt hem in staat om roofdieren van alle kanten te detecteren terwijl zijn snavel in de modder zit.
- Zijn extreem lange snavel is flexibel aan de punt, wat betekent dat hij het uiteinde kan openen om voedsel te grijpen terwijl de basis van de snavel gesloten blijft, een eigenschap die 'rhynchokinesis' wordt genoemd.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Scolopacidae
- Geslacht
- Gallinago
- Soort
- Gallinago gallinago
Ontdek de Watersnip
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
