Birdby LogoBirdby
Noordelijke Dwerguil (Glaucidium gnoma)

Noordelijke Dwerguil

Niet bedreigd (Least Concern)

Glaucidium gnoma

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Noordelijke Dwerguil is een kleine, gedrongen uilensoort, bekend om zijn relatief lange staart en prominente 'schijnogen' op de nek. Deze dagactieve uil is opmerkelijk wendbaar en agressief voor zijn formaat. Hij jaagt zowel overdag als in de schemering op insecten, kleine zoogdieren en vogels, soms groter dan hijzelf. Ondanks zijn kleine formaat is het een formidabele jager en een belangrijk onderdeel van het ecosysteem van naaldbossen en gemengde bossen in Noord-Amerika.

Grootte en levensduur

Lengte
16-18 cm
Spanwijdte
31-38 cm
Gewicht
50-75 gram
Levensduur
Tot 7 jaar in het wild
Voedsel
Voornamelijk kleine zangvogels (tot de grootte van een lijster), kleine zoogdieren (muizen, spitsmuizen, woelmuizen), en grote insecten (kevers, sprinkhanen). Af en toe hagedissen en kikkers.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Bovenzijde is grijs-bruin met fijne witte vlekken op de kop en vleugels. De onderzijde is wit met brede bruine strepen langs de flanken. Kenmerkend zijn twee opvallende zwarte vlekken omrand met wit op het achterhoofd, lijkend op ogen ('schijnogen'). De staart is donkerbruin met 2-3 smalle witte banden. Sommige ondersoorten (Pacific Northwest) vertonen een roodbruine morphe.
Snavelvorm
Kleine, haakvormige, geelgroene of grijsblauwe snavel.
Oogkleur
Fel geel.
Pootkleur
Geelachtig tot groenachtig geel, bedekt met veren tot aan de tenen.
Onderscheidende kenmerken
De 'schijnogen' op het achterhoofd dienen om roofdieren te misleiden. Lange staart, gedrongen lichaam, en agressieve jachtstrategie. De vlieglijn is recht en snel, vaak dicht bij de grond met snelle vleugelslagen.
Uiterlijk jongen
Juvenielen hebben een zachter, minder gestreept verenkleed, vooral op de borst. De 'schijnogen' op de nek zijn minder duidelijk en de kop is minder gevlekt dan bij volwassenen. De algemene kleur kan iets uniformer zijn.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter en zwaarder dan mannetjes, maar dit is in het veld niet visueel waarneembaar.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en Vorm

    Zeer klein, gedrongen uiltje met een relatief lange staart. Zittend vaak met een 'gestrekte' houding.

  2. 2

    Patroon op de Neks

    Zoek naar de twee opvallende zwarte 'schijnogen' omrand met wit op het achterhoofd, een zeer betrouwbaar kenmerk.

  3. 3

    Verenkleed

    Grijsbruin met witte vlekken en strepen. De onderzijde is wit met brede donkere strepen langs de flanken.

  4. 4

    Ogen

    Felgele ogen, die de actieve, scherpe blik benadrukken.

  5. 5

    Vocalisatie

    Luister naar de karakteristieke, monotone, fluitende 'poep-poep-poep'-roep, vaak vroeg in de ochtend of laat in de middag.

  6. 6

    Gedrag

    Dagactief, vaak zittend op een blootgestelde tak aan de bosrand of op grotere hoogte binnen het bos, wachtend op prooi. Zeer agressief voor zijn formaat.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Naaldbossen, gemengde bossen, bergachtige gebieden.
Verspreidingsgebied
Westelijk Noord-Amerika, van zuidoostelijk Alaska en westelijk Canada zuidwaarts door de Rocky Mountains tot in Mexico. Enkele populaties in de Appalachen.
Hoogtebereik
Meestal tussen 600 en 3000 meter boven zeeniveau, afhankelijk van het geografische bereik. In de bergen komen ze vaak voor op middenhoge tot hoge hellingen.
Voorkeursomgevingen
Dichte tot open naaldbossen (Picea, Abies, Pinus) en gemengde bossen met loofbomen. Voorkeur voor gebieden met voldoende dicht struikgewas en open plekken om op prooien te jagen, vaak in de buurt van waterlopen of bosranden.

Gedrag

Activiteitstijd
Primair dagactief, vooral in de vroege ochtend en late namiddag. Jaagt ook in de schemering.
Eetgewoonten
Hij is een 'sit-and-wait' jager, die van een lage zitplaats jaagt. Grijpt prooien met zijn klauwen, soms in de vlucht. Bekend om zijn vermogen om prooien veel groter dan zichzelf neer te halen. Slaat voedsel op in holtes van bomen voor later gebruik.
Sociaal gedrag
Territoriaal en solitair buiten het broedseizoen. Tijdens het broedseizoen vormen ze monogame paren.
Vliegpatroon
Snelle, rechte vlucht met krachtige vleugelslagen afgewisseld met glijvluchten. Zeer wendbaar tussen bomen.
Trekpatroon
Overwegend standvogel. Hoogalpiene populaties kunnen in de winter naar lagere hoogten afdalen (verticale migratie) op zoek naar voedsel, vooral bij strenge winters.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen. Roept fel naar indringers en patrouilleert regelmatig zijn territorium. Territoria kunnen vrij groot zijn, afhankelijk van de voedselbeschikbaarheid.

Zang en geluiden

Zang
Een reeks zachte, fluitende tonen die monotoon worden herhaald: 'poep... poep... poep...' of 'hoe hoe hoe...' met intervallen van ongeveer 0,5 tot 1 seconde. Soms versnelt de roep aan het einde.
Roep
Naast de territoriale roep variëren alarmroepen van snelle 'kip-kip-kip'-tonen tot schelle, krassende geluiden bij confrontaties met roofdieren of indringers. Bedelgeluiden van juvenielen zijn zachte, raspende 'tsjiip'-geluiden.
Wanneer hij roept
Het meest vocaal tijdens het broedseizoen (vroege lente) in de ochtend en avond, maar kan het hele jaar door en op elk moment van de dag roepen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juni, afhankelijk van de breedtegraad en hoogte.
Nestgewoonten
Nestelt in holtes van bomen, vaker oude spechtengaten (vooral van grotere soorten zoals de Bonte Specht). Er wordt geen extra nestmateriaal toegevoegd, eieren worden direct op het houtsnippers gelegd.
Legselgrootte
2-7 eieren, meestal 4-5.
Eierbeschrijving
Witte, gladde, bijna ronde eieren.
Broedperiode
28 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
27-30 dagen na het uitkomen. De jongen blijven na het uitvliegen nog enkele weken afhankelijk van de ouders.
Ouderlijke zorg
Het vrouwtje broedt en verzorgt de kuikens in het begin, terwijl het mannetje voedsel aanlevert. Later jagen beide ouders. De jongen worden nog een tijd gevoerd nadat ze zijn uitgevlogen.

Waar te vinden

Naaldbossen

Zoek in volwassen naaldbossen (spar, den, zilverspar) met open plekken en omvallende bomen. Dit zijn ideale jachtgebieden.

Gemengde bossen

Ook te vinden in gemengde bossen, vooral waar naaldbomen overheersen. Ze gebruiken loofbomen soms als overnachtingsplaatsen of jachtposten.

Bosranden en open plekken

Vaak aan de randen van bossen of langs wegen en beekjes binnen het bos, waar ze een goed zicht hebben op passerende prooien.

Oude spechtengaten

Deze uilen nestelen in oude spechtengaten. Als je spechtengaten in bomen ziet, vooral die van grotere spechten, is de kans groot dat een Noordelijke Dwerguil de omgeving als territorium gebruikt.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De gemakkelijkste manier om deze uil te vinden is door te luisteren naar zijn karakteristieke 'poep'-roep. Hij roept vaak langdurig en kan moeilijk te lokaliseren zijn vanwege zijn ventriloquistische kwaliteit. Concentreer je op de richting van het geluid.
  2. Zoek naar kleine roofvogels. Kijk uit naar kleine zangvogels die fel reageren (mobbing) op een roofdier. Vaak zijn deze in staat om een Noordelijke Dwerguil te lokaliseren en beginnen ze met agressief roepen en aanvallen in een poging hem te verjagen.
  3. Scan boomtoppen en hoge takken. Ze zitten vaak op prominente, maar gecamoufleerde takken, bij voorkeur naaldbomen, vanwaar ze hun omgeving scannen. Gebruik een verrekijker om zorgvuldig dichte bomen te controleren, vooral in de ochtend en late middag.
  4. Let op spechtengaten. De aanwezigheid van spechtengaten kan duiden op potentiële nestplaatsen. De uilen zijn overdag actief en kunnen in de buurt van hun nest worden gezien.
  5. Ga vroeg in de ochtend of laat in de middag. Dit zijn de meest actieve periodes van de uil, zowel qua jagen als qua vocalisatie.

Gelijkende soorten

Mexicaanse Dwerguil

Glaucidium palmarum

Iets kleiner en slanker, met een andere vocalisatie en een meer zuidelijke verspreiding in Mexico. Vaak met minder duidelijke strepen op de onderzijde.

Ferruginous Pygmy-Owl

Glaucidium brasilianum

Heeft een roestbruine morphe die ook voorkomt bij sommige Noordelijke Dwerguilen, maar de Ferruginous Pygmy-Owl heeft doorgaans een meer roodbruin algemeen verenkleed en het verenkleed is meestal effener op de rug, met minder witte vlekken. De roep is ook anders.

Elf Owl

Micrathene whitneyi

De Elf Owl is kleiner, heeft geen 'schijnogen' op de nek en een kortere staart. Zijn verenkleed is meer geelbruin met dichtere vlekken. Voorkeur voor woestijnhabitats met cactussen.

Snelle feiten

Jachtstrategie:
Dagactieve 'sit-and-wait' jager.
Schijnogen:
Heeft twee opvallende zwarte vlekken op de nek die op ogen lijken.
Dieet:
Vogels (ook grotere), kleine zoogdieren en insecten.
Nesten:
In oude spechtengaten.
Vocalisatie:
Monotone, fluitende 'poep-poep-poep' roep.

Leuke weetjes

  • De Noordelijke Dwerguil staat bekend om zijn onverschrokkenheid; hij jaagt regelmatig op prooien die groter zijn dan hijzelf, waaronder spechten, lijsters, of zelfs eekhoorns.
  • De 'schijnogen' op de achterkant van zijn nek zijn een vorm van mimicry, vermoedelijk om roofdieren en indringers te misleiden te denken dat de uil hen in de gaten houdt, ongeacht de richting waarin hij kijkt.
  • Ondanks zijn kleine formaat is het een toproofdier in zijn subalpiene en bergachtige habitat, en speelt het een cruciale rol bij het reguleren van populaties van kleine zangvogels en knaagdieren.
  • Deze uilen zijn in staat om voedsel op te slaan in holtes van bomen, wat hen helpt om de wintermaanden te overleven wanneer voedsel schaars is.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Strigiformes
Familie
Strigidae
Geslacht
Glaucidium
Soort
Glaucidium gnoma

Ontdek de Noordelijke Dwerguil

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app