Birdby LogoBirdby
Kraanvogel (Grus grus)

Kraanvogel

Least Concern (Niet bedreigd)

Grus grus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Kraanvogel is een grote, elegante trekvogel die bekend staat om zijn indrukwekkende baltsgedrag en luide, trompetterende roep. Het is een van de grootste vogelsoorten in Europa en Azië, met een kenmerkend grijs verenkleed en een opvallende rood-zwarte koptekening. Ze broeden in uitgestrekte, natte gebieden en overwinteren in warmere streken, vaak in grote groepen.

Grootte en levensduur

Lengte
96-119 cm
Spanwijdte
180-220 cm
Gewicht
3.0-6.1 kg
Levensduur
Tot 20 jaar in het wild, met uitschieters tot 30-40 jaar in gevangenschap.
Voedsel
Omnivoor, voornamelijk plantaardig (granen, zaden, wortels, knollen) aangevuld met insecten, wormen, slakken, kleine amfibieën en reptielen.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een overwegend leigrijs verenkleed. De nek en kop zijn zwart met een opvallende witte streep die van achter het oog naar beneden langs de zijkant van de nek loopt. De kruin heeft een kale, rode vlek. De slagpennen zijn zwart, en de tertials zijn verlengd en pluimachtig, hangend over de staart, wat een 'staart' effect geeft.
Snavelvorm
Relatief korte, stevige, puntige snavel, geelachtig tot olijfgroen van kleur.
Oogkleur
Roodachtig bruin.
Pootkleur
Donkergrijs tot zwart.
Onderscheidende kenmerken
De combinatie van de grote gestalte, het grijze verenkleed, de zwarte nek met witte streep, de rode kruin en de pluimachtige tertials zijn zeer kenmerkend. In vlucht zijn de lange, uitgestrekte nek en poten, en de rechte vleugelslag opvallend.
Uiterlijk jongen
Juveniele vogels zijn over het algemeen bruiner en minder grijs dan volwassenen. De kop en nek zijn bruinachtig, zonder de scherpe zwart-witte tekening en de rode kruin. De pluimachtige tertials zijn minder ontwikkeld. Ze krijgen geleidelijk het volwassen verenkleed in hun tweede of derde levensjaar.
Seizoensveranderingen
Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. De rode kruin kan tijdens de broedperiode intenser van kleur zijn.
Geslachtsdimorfisme
Mannen en vrouwen zijn qua verenkleed identiek. Mannen zijn gemiddeld iets groter en zwaarder dan vrouwen, maar dit is in het veld moeilijk te onderscheiden.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en silhouet

    Let op de indrukwekkende grootte, lange nek en lange poten. In vlucht zijn de gestrekte nek en poten en de rechte vleugelslag kenmerkend.

  2. 2

    Kop- en nekpatroon

    De zwarte nek met de opvallende witte streep die van achter het oog naar beneden loopt, en de kale rode kruin zijn de meest onderscheidende kenmerken van een volwassen vogel.

  3. 3

    Verenkleed

    Het overwegend leigrijze verenkleed met de pluimachtige, overhangende tertials ('staart') is een goede indicator.

  4. 4

    Roep

    De luide, trompetterende roep is onmiskenbaar en vaak het eerste teken van hun aanwezigheid, vooral tijdens de trek.

  5. 5

    Gedrag

    Let op hun statige tred tijdens het foerageren en de spectaculaire baltsrituelen met dansen en springen.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde bossen, taiga, toendra, moerassen, veengebieden, natte graslanden, landbouwgebieden.
Verspreidingsgebied
Broedt in Noord- en Oost-Europa en een groot deel van Azië. Overwintert in Zuid-Europa, Noord-Afrika, het Midden-Oosten, India en delen van China.
Hoogtebereik
Voornamelijk in laaglanden, maar kan in bergachtige gebieden tot 2000 meter hoogte worden waargenomen tijdens de trek.
Voorkeursomgevingen
Uitgestrekte, ongestoorde moerassen, veengebieden, natte bossen en open landschappen met voldoende water en voedsel. Tijdens de trek en in de wintermaanden vaak te vinden op akkers en graslanden.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Zoekt voedsel voornamelijk op de grond, zowel in open velden als in ondiep water. Scharrelt, pikt en graaft met de snavel naar zaden, wortels en ongewervelden. Kan ook kleine gewervelde dieren vangen.
Sociaal gedrag
Broedt solitair of in losse paren. Buiten het broedseizoen zeer sociaal, vormt grote tot zeer grote groepen (duizenden vogels) op foerageer- en slaapplaatsen. Bekend om hun spectaculaire baltsrituelen met dansen, buigen en springen.
Vliegpatroon
Vliegt met krachtige, langzame vleugelslagen, met de nek en poten volledig gestrekt. Vormt tijdens de trek vaak grote V-formaties of schuine lijnen. Kan op thermiek cirkelen tot grote hoogten.
Trekpatroon
Volledige trekvogel. Trekt in het voorjaar (maart-april) naar de broedgebieden in het noorden en oosten, en in het najaar (september-november) naar de overwinteringsgebieden in het zuiden. De trek vindt vaak overdag plaats, op grote hoogte.
Territoriaal gedrag
Broedparen zijn territoriaal en verdedigen hun nestgebied tegen indringers. Buiten het broedseizoen zijn ze niet territoriaal en leven ze in grote groepen.

Zang en geluiden

Zang
De roep van de Kraanvogel is een luid, trompetterend 'krrruuu-krrruuu' of 'kraa-kraa', dat over grote afstanden te horen is. Het geluid wordt geproduceerd door de lange luchtpijp die diep in het borstbeen is gekruld, wat resulteert in een resonerend geluid. Vaak roepen paren in duet.
Roep
Naast de kenmerkende trompetroep, produceren ze ook zachtere contactgeluiden, alarmroepen en bedelgeluiden van juvenielen.
Wanneer hij roept
Het meest vocaal tijdens de trek, wanneer grote groepen overvliegen, en in de broedgebieden tijdens de balts en om territoria af te bakenen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juni, afhankelijk van de geografische locatie.
Nestgewoonten
Het nest is een grote hoop vegetatie (riet, grassen, mos) gebouwd op de grond, vaak in ondiep water of op een kleine verhoging in een moerassig gebied, goed verborgen tussen dichte vegetatie. Beide ouders bouwen het nest.
Legselgrootte
1-3 eieren, meestal 2.
Eierbeschrijving
Meestal 2 eieren, zelden 1 of 3. De eieren zijn ovaal, olijfgroen tot bruinachtig van kleur met donkere vlekken en spikkels.
Broedperiode
28-31 dagen. Beide ouders broeden, maar het vrouwtje neemt het grootste deel van de broedtijd voor haar rekening.
Uitvliegperiode
De jongen zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze kunnen na ongeveer 65-70 dagen vliegen, maar blijven nog lange tijd bij de ouders.
Ouderlijke zorg
Beide ouders zorgen intensief voor de jongen. Ze begeleiden ze bij het foerageren en beschermen ze tegen roofdieren. De familieband blijft vaak tot de volgende broedperiode bestaan.

Waar te vinden

Moerassen en veengebieden

Dit zijn de primaire broedgebieden. Zoek naar uitgestrekte, ongestoorde natte gebieden met dichte vegetatie.

Akkers en graslanden

Tijdens de trek en in de overwinteringsgebieden foerageren ze vaak in grote groepen op landbouwgronden, vooral op stoppels van graanvelden.

Trekroutes en verzamelplaatsen

Specifieke locaties zoals Diepholz (Duitsland), Lac du Der-Chantecoq (Frankrijk) en Hornborgasjön (Zweden) zijn beroemd om de grote aantallen Kraanvogels tijdens de trek.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De trompetterende roep is vaak al van ver te horen, zelfs voordat de vogels zichtbaar zijn, vooral tijdens de trek.
  2. Kijk omhoog tijdens de trek. In het voor- en najaar vliegen grote groepen Kraanvogels op grote hoogte over. Zoek naar V-formaties of schuine lijnen in de lucht.
  3. Bezoek bekende verzamelplaatsen. Op specifieke locaties waar Kraanvogels samenkomen voor de trek, zijn de kansen om ze te zien en te horen zeer groot.
  4. Gebruik een verrekijker of telescoop. Vanwege hun schuwheid en de open habitats waarin ze vaak verblijven, is optische apparatuur essentieel voor goede waarnemingen.
  5. Wees geduldig en onopvallend. Kraanvogels zijn schuw. Blijf op afstand en vermijd plotselinge bewegingen om ze niet te verstoren.

Gelijkende soorten

Canadese Kraanvogel

Antigone canadensis

De Canadese Kraanvogel is over het algemeen kleiner en heeft een kortere snavel. De rode vlek op de kruin is groter en strekt zich verder uit over het voorhoofd. De witte streep op de nek is minder prominent of afwezig. Komt voornamelijk voor in Noord-Amerika.

Monnikskraanvogel

Grus monacha

De Monnikskraanvogel is kleiner en donkerder grijs, bijna zwart, met een witte nek en kop, en een rode vlek op de kruin. De witte streep op de nek van de Kraanvogel ontbreekt. Komt voor in Oost-Azië.

Snelle feiten

Grootte:
Grote vogel, tot 1.2 meter hoog
Roep:
Luid, trompetterend 'krrruuu-krrruuu'
Trek:
Volledige trekvogel, vormt grote groepen
Habitat:
Moerassen, veengebieden, akkers
Voedsel:
Omnivoor (granen, insecten, wortels)
Levensduur:
Tot 20 jaar

Leuke weetjes

  • Kraanvogels zijn een van de oudste vogelsoorten ter wereld, met fossielen die miljoenen jaren oud zijn.
  • Hun spectaculaire baltsrituelen, waarbij ze dansen, buigen en springen, zijn een van de meest indrukwekkende schouwspelen in de natuur.
  • De lange, gekrulde luchtpijp van de Kraanvogel, die diep in het borstbeen ligt, fungeert als een resonator en geeft hun roep zijn kenmerkende, verdragende geluid.
  • In veel culturen symboliseren Kraanvogels geluk, een lang leven en trouw, deels vanwege hun monogame levensstijl en lange levensduur.
  • De Kraanvogel is de nationale vogel van Duitsland en wordt daar 'Vogel des Glücks' (vogel van geluk) genoemd.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Gruiformes
Familie
Gruidae
Geslacht
Grus
Soort
Grus grus

Ontdek de Kraanvogel

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app