Birdby LogoBirdby
Scholekster (Haematopus ostralegus)

Scholekster

Kwetsbaar (Vulnerable)

Haematopus ostralegus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Scholekster is een opvallende, zwart-witte steltloper met een lange, feloranje snavel en roze poten. Het is een karakteristieke vogel van kustgebieden, estuaria en landbouwgronden in grote delen van Europa en Azië. Bekend om zijn luidruchtige roep en zijn vermogen om schelpdieren te openen.

Grootte en levensduur

Lengte
40-45 cm
Spanwijdte
80-86 cm
Gewicht
420-820 g
Levensduur
Gemiddeld 10-15 jaar, maximaal 36 jaar
Voedsel
Carnivoor (voornamelijk weekdieren, wormen, insectenlarven, schaaldieren)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een glanzend zwarte kop, nek, borst en bovendelen, scherp contrasterend met een zuiver witte buik en stuit. Een brede witte vleugelstreep is zichtbaar in vlucht. De staart is zwart met een witte basis.
Snavelvorm
Lang (7-10 cm), recht, stevig en feloranje tot rood van kleur, met een lichtere, geelachtige punt. De snavel is zijdelings afgeplat aan de punt, ideaal voor het openen van schelpdieren.
Oogkleur
Felrood met een oranje oogring.
Pootkleur
Robuuste, middellange roze tot roodachtige poten met drie tenen naar voren en een rudimentaire achterteen.
Onderscheidende kenmerken
De unieke combinatie van zwart-wit verenkleed, lange oranje snavel, rode ogen en roze poten maakt de Scholekster onmiskenbaar. De witte vleugelstreep en witte stuit zijn opvallend in vlucht.
Uiterlijk jongen
Juvenielen hebben een doffer zwart verenkleed met bruinachtige tinten op de bovendelen en een witachtige keel. De snavel is korter en donkerder aan de basis, vaak met een bruinachtige of oranjebruine kleur, en de poten zijn grijsachtig. De oogring is donkerder. Ze krijgen geleidelijk het volwassen verenkleed in hun eerste winter.
Seizoensveranderingen
Broedkleed en winterkleed zijn vrijwel identiek. In het winterkleed kan een kleine witte vlek op de keel aanwezig zijn, die in het broedseizoen verdwijnt. De snavelkleur kan in de winter iets doffer zijn.
Geslachtsdimorfisme
Gering. Mannetjes en vrouwtjes zijn qua verenkleed identiek. Vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter en hebben een iets langere snavel, maar dit is in het veld moeilijk te onderscheiden.

Hoe herken je

  1. 1

    Verenkleed

    Let op het scherpe contrast tussen de glanzend zwarte kop, nek, borst en bovendelen en de zuiver witte buik en stuit. Dit is het meest opvallende kenmerk.

  2. 2

    Snavel

    De lange, rechte, feloranje tot rode snavel met een geelachtige punt is uniek en direct herkenbaar.

  3. 3

    Poten en Ogen

    De roze tot roodachtige poten en de felrode ogen met oranje oogring zijn duidelijke identificatiekenmerken.

  4. 4

    Vlucht

    In vlucht zijn de brede witte vleugelstreep en de witte stuit zeer opvallend tegen de zwarte vleugels en rug.

  5. 5

    Roep

    De luide, schelle 'kiep' of 'kiek' roep is zeer karakteristiek en vaak het eerste teken van aanwezigheid, zelfs voordat de vogel wordt gezien.

  6. 6

    Gedrag

    Let op het foerageergedrag: het prikken in de modder of het openen van schelpdieren. Ze zijn vaak te vinden in groepen op getijdenplaten.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Kustgebieden, estuaria, wadden, zoutmoerassen, riviermondingen, landbouwgronden, graslanden, uiterwaarden.
Verspreidingsgebied
Broedt in grote delen van Europa (vooral West-Europa, Scandinavië, Baltische staten) en Centraal-Azië. Overwintert langs de kusten van West-Europa, Noord-Afrika en het Midden-Oosten. De ondersoort H. o. longipes broedt in Centraal-Azië en overwintert in India en Pakistan. H. o. osculans broedt in Oost-Azië en overwintert in China en Korea.
Hoogtebereik
Voornamelijk laagland, van zeeniveau tot enkele honderden meters boven zeeniveau, zelden hoger.
Voorkeursomgevingen
Kustlijnen met zand- of modderplaten, rotsachtige kusten, estuaria, kwelders, maar ook toenemend in agrarische gebieden zoals graslanden en akkers, vooral in Nederland en Duitsland.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal, maar kan ook 's nachts foerageren op getijdenplaten bij volle maan of bij voldoende kunstlicht.
Eetgewoonten
Zoekt voedsel door te prikken in zachte modder of zand met zijn lange snavel, of door schelpdieren (mosselen, kokkels) te openen. Dit laatste gebeurt door de snavel tussen de schelphelften te steken en de sluitspier door te snijden, of door de schelp open te hameren. Eet ook wormen, insectenlarven, krabben en soms kleine vissen. Foerageert vaak in groepen.
Sociaal gedrag
Zeer sociaal buiten het broedseizoen, vormt grote groepen op hoogwatervluchtplaatsen en foerageergebieden. Tijdens het broedseizoen territoriaal, maar kan ook in losse kolonies broeden. Vormt vaak levenslange paren.
Vliegpatroon
Krachtige, directe vlucht met snelle vleugelslagen. De witte vleugelstreep en witte stuit zijn dan goed zichtbaar. Vliegt vaak in compacte groepen, vooral tijdens migratie.
Trekpatroon
De meeste populaties zijn trekvogels. West-Europese vogels trekken in de herfst naar zuidelijker gelegen kusten, hoewel een deel van de populatie in mildere gebieden standvogel is. Scandinavische en Baltische vogels trekken naar de kusten van de Noordzee en de Atlantische Oceaan. Aziatische populaties trekken naar Zuid-Azië. De voorjaarstrek vindt plaats van maart tot mei, de najaarstrek van juli tot oktober.
Territoriaal gedrag
Tijdens het broedseizoen verdedigen paren een territorium rond het nest. Buiten het broedseizoen zijn ze niet territoriaal en verzamelen ze zich in grote groepen.

Zang en geluiden

Zang
Geen echte zang. De 'zang' bestaat uit een snelle, herhaalde serie van luide, schelle 'kiek-kiek-kiek' roepen, vaak uitgevoerd in een 'trippelvlucht' boven het territorium, waarbij de vogel met snelle, ondiepe vleugelslagen vliegt.
Roep
Zeer luidruchtig. De meest kenmerkende roep is een schel, doordringend 'kiep' of 'kiek', vaak herhaald. Bij alarm een sneller 'kiek-kiek-kiek'. Tijdens het foerageren en in groepen een constant gekwetter en getjilp. De alarmroep is een scherp 'piet'.
Wanneer hij roept
Het hele jaar door vocaal, maar vooral luidruchtig tijdens het broedseizoen en bij het verzamelen in groepen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juli, met een piek in mei-juni.
Nestgewoonten
Het nest is een ondiepe kuil in de grond, vaak bekleed met kleine steentjes, schelpjes of plantenresten. Het wordt meestal gebouwd op open plekken, zoals stranden, duinen, kwelders, akkers, graslanden of zelfs platte daken in stedelijke gebieden. Beide ouders kiezen de nestplaats en bouwen het nest.
Legselgrootte
2-4 eieren
Eierbeschrijving
Meestal 2-4 eieren (zelden 1 of 5), peervormig, lichtbruin tot olijfgroen van kleur met donkere vlekken en strepen, wat zorgt voor camouflage.
Broedperiode
24-27 dagen, door beide ouders bebroed.
Uitvliegperiode
30-35 dagen. De jongen zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze worden door beide ouders gevoed en begeleid totdat ze kunnen vliegen.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en zorgen voor de jongen. Ze verdedigen het nest en de jongen fel tegen predatoren. De jongen blijven na het uitvliegen nog enige tijd bij de ouders en leren foerageren.

Waar te vinden

Kustgebieden en estuaria

Wadden, zandstranden, modderplaten, kwelders en rotsachtige kusten zijn ideale plekken om Scholeksters te vinden, vooral tijdens laagwater wanneer ze foerageren.

Landbouwgronden

In Nederland en andere delen van West-Europa broeden Scholeksters steeds vaker in graslanden, akkers en uiterwaarden. Zoek ze hier in het broedseizoen.

Hoogwatervluchtplaatsen

Tijdens hoogwater verzamelen grote groepen Scholeksters zich op veilige rustplaatsen, zoals zandbanken, dijken of hoger gelegen kwelders.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De Scholekster is een zeer vocale vogel. Luister naar de kenmerkende schelle 'kiep'-roep, die vaak al van ver te horen is.
  2. Zoek bij laagwater. Op getijdenkusten zijn ze het meest actief tijdens laagwater, wanneer de modder- en zandplaten blootliggen en ze kunnen foerageren.
  3. Gebruik een verrekijker. Hoewel opvallend, kan een verrekijker helpen om de details van de snavel, ogen en poten goed te zien, vooral bij juvenielen of in de verte.
  4. Let op groepen. Buiten het broedseizoen zijn Scholeksters vaak in grote groepen te vinden, wat de kans op waarneming vergroot.
  5. Controleer daken. In sommige stedelijke gebieden broeden Scholeksters op platte daken. Let op hun aanwezigheid in dergelijke onverwachte locaties.

Gelijkende soorten

Amerikaanse Scholekster

Haematopus palliatus

De Amerikaanse Scholekster heeft een bruine rug en bovenvleugels, in tegenstelling tot de zwarte bovendelen van de Euraziatische Scholekster. De witte vleugelstreep is ook minder prominent.

Afrikaanse Zwarte Scholekster

Haematopus moquini

Deze soort is volledig zwart, met uitzondering van de rode snavel en poten. De Euraziatische Scholekster is duidelijk zwart-wit.

Zwarte Scholekster

Haematopus bachmani

Net als de Afrikaanse Zwarte Scholekster is deze soort volledig zwart, in tegenstelling tot de zwart-witte Euraziatische Scholekster.

Snelle feiten

Opvallend kenmerk:
Zwart-wit verenkleed met lange oranje snavel
Voedselvoorkeur:
Schelpdieren en wormen
Broedhabitat:
Kusten, graslanden, akkers
Roep:
Luid, schel 'kiep' of 'kiek'
Migratie:
Deels trekvogel, deels standvogel

Leuke weetjes

  • Scholeksters zijn meesters in het openen van schelpdieren. Ze kunnen dit op twee manieren: door de snavel tussen de schelphelften te steken en de sluitspier door te snijden ('steken'), of door de schelp open te hameren ('hameren'). De voorkeursmethode is vaak afhankelijk van de individuele vogel en de soort schelpdier.
  • De Scholekster is de nationale vogel van de Faeröer Eilanden, waar hij 'Tjaldur' wordt genoemd en zijn komst in het voorjaar wordt gevierd.
  • Ondanks hun naam 'Scholekster' (wat 'schelpenekster' betekent), eten ze ook veel wormen en insecten, vooral wanneer ze in agrarische gebieden broeden.
  • Scholeksters kunnen zeer oud worden; de oudst bekende geringde Scholekster werd meer dan 36 jaar oud.
  • In Nederland is de Scholekster een van de meest iconische weidevogels, hoewel de populatie de laatste decennia sterk is afgenomen, wat heeft geleid tot de status 'Kwetsbaar'.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Charadriiformes
Familie
Haematopodidae
Geslacht
Haematopus
Soort
Haematopus ostralegus

Ontdek de Scholekster

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app