Birdby LogoBirdby
Boerenzwaluw (Hirundo rustica)

Boerenzwaluw

Niet bedreigd (Least Concern), maar lokale populaties kunnen achteruitgaan door verlies van leefgebied, pesticidegebruik en verstoring.

Hirundo rustica

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Boerenzwaluw is een sierlijke, kleine zangvogel, wijdverspreid en bekend om zijn behendige vlucht en lange gevorkte staart. Het is een insectivoor die zijn prooi voornamelijk in de vlucht vangt. Ze zijn sterk geassocieerd met menselijke bebouwing en zijn een welkome lentebode in grote delen van de wereld.

Grootte en levensduur

Lengte
17-21 cm (inclusief staartpennen van 2-7 cm)
Spanwijdte
32-35 cm
Gewicht
16-22 gram
Levensduur
Gemiddeld 2-4 jaar, maximaal opgenomen 11 jaar
Voedsel
Uitsluitend vliegende insecten, zoals vliegen, muggen, kevers, motten en libellen.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
De volwassen Boerenzwaluw heeft een glanzende, metaalblauwe bovenzijde, een roodbruin voorhoofd en keel, gescheiden van de vuilwitte onderzijde door een donkere, blauwzwarte borstband. De staart is diep gevorkt met lange buitenste staartpennen, vooral bij mannetjes, en kleine witte vlekken op de binnenste staartpennen die zichtbaar zijn in vlucht.
Snavelvorm
Klein, plat en breed, aangepast voor het vangen van vliegende insecten.
Oogkleur
Donkerbruin
Pootkleur
Zwartachtig
Onderscheidende kenmerken
Glanzend blauwe rug, roodbruine keel en voorhoofd, zwarte borstband, diep gevorkte staart met witte vlekken op de binnenste staartpennen.
Uiterlijk jongen
Juvenielen zijn doffer van kleur dan volwassenen. De bovenzijde is minder glanzend blauw en meer bruinachtig. De roodbruine delen zijn fletser en de borstband is minder prominent. De staart is korter en minder diep gevorkt, meer vergelijkbaar met die van een Huiszwaluw.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed, afgezien van slijtage. Bij terugkeer uit het overwinteringsgebied hebben ze een vers, glanzend verenkleed.
Geslachtsdimorfisme
Volwassen mannetjes hebben doorgaans langere en dieper gevorkte staartpennen dan vrouwtjes. De roodbruine kleur op de keel en het voorhoofd van het mannetje is vaak intenser. Vrouwtjes hebben een kortere staart en minder intense kleuren.

Hoe herken je

  1. 1

    Vlucht

    Herkenbaar aan de snelle, wendbare vlucht met sierlijke bochten, vaak laag over het landschap.

  2. 2

    Lichaamskenmerken in de vlucht

    Let op het diep gevorkte 'staartschot' en de donkerblauwe rug, in combinatie met een roodbruine keel.

  3. 3

    Zitplaatsen

    Zien we vaak zittend op telefoondraden, hekken, of dakranden, vanwaar ze insecten spotten of rusten.

  4. 4

    Roep/Zang

    De vrolijke kwettergeluiden en het karakteristieke 'tswit-tswit' helpen bij de identificatie, zelfs als de vogel hoog vliegt.

  5. 5

    Nesten

    De open komvormige moddernesten, vaak binnenin gebouwen, zijn een duidelijke indicator voor de aanwezigheid van Boerenzwaluwen.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde streken, graslanden, landbouwgebieden, open bossen, savannes, stedelijke en semi-stedelijke gebieden.
Verspreidingsgebied
Broedt in het grootste deel van het Noordelijk Halfrond (Europa, Azië, Noord-Amerika). Overwintert in Afrika, Zuid-Azië, de Indonesische archipel en Zuid-Amerika.
Hoogtebereik
Meestal van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter, lokaal hoger in bergachtige gebieden.
Voorkeursomgevingen
Open landschappen met vee en water, zoals boerderijen, weilanden, dorpen en steden. Ze hebben gebouwen, bruggen of andere structuren nodig om hun nesten aan te bouwen en open gebieden om te jagen op insecten.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (overdag actief).
Eetgewoonten
Vangt insecten behendig in de vlucht, vaak laag boven de grond, water of weilanden. Ze vliegen in snelle, behendige bochten en duiken om hun levende prooi te grijpen. Ze drinken ook in de vlucht, door laag over het water te scheren.
Sociaal gedrag
Tijdens het broedseizoen leven ze vaak in losse kolonies. Buiten het broedseizoen vormen ze grote slaapplaatsen, soms met duizenden vogels, vaak in rietvelden. Ze zijn monogaam binnen een broedseizoen, maar buitenechtelijke paringen komen voor.
Vliegpatroon
Zeer behendig en snel, met regelmatige, veerkrachtige vleugelslagen afgewisseld met glijvluchten. Ze manoeuvreren met opmerkelijke precisie, vooral bij het jagen op insecten of het verzamelen van modder voor nesten.
Trekpatroon
Langeafstandstrekker. Broedpopulaties uit Europa overwinteren voornamelijk in Afrika, terwijl Noord-Amerikaanse populaties naar Midden- en Zuid-Amerika trekken. De voorjaarstrek vindt plaats van maart tot mei, de najaarstrek van augustus tot oktober.
Territoriaal gedrag
Verdedigen een klein territorium direct rond het nest tijdens het broedseizoen. Buiten het nest zijn ze toleranter ten opzichte van soortgenoten.

Zang en geluiden

Zang
Een vrolijk, snel kabbelend en kwetterend lied met veel trillers en fluitende tonen, vaak eindigend in een droge ratel. Het lied wordt vaak vanaf een zitplaats of in de vlucht ten gehore gebracht.
Roep
Een scherp 'tswit-tswit' of 'siewit-siewit' als contactroep, en een luid 'tsjirrr' of 'sjerret' als alarmroep, vooral wanneer roofdieren naderen.
Wanneer hij roept
Het meest vocaal tijdens het broedseizoen, zowel bij het nest als tijdens het jagen. Ook vocaal tijdens de trek en op gezamenlijke slaapplaatsen.

Voortplanting

Broedseizoen
April-augustus in Europa, met een piek in mei-juli. Vaak twee, soms drie legsels per jaar.
Nestgewoonten
Nesten worden gebouwd van modder en plantenmateriaal, verstevigd met speeksel, en gevoerd met veren en zacht gras. Ze worden vaak gebouwd tegen verticale oppervlakken in schuren, stallen, onder bruggen, in garages of andere open gebouwen. Het nest heeft een typische open komvorm.
Legselgrootte
Meestal 4-6 eieren, soms 3 of 7.
Eierbeschrijving
4-6 eieren, wit met roodbruine stippen en grijze vlekken, vooral aan de stompe zijde.
Broedperiode
14-16 dagen, voornamelijk door het vrouwtje, hoewel het mannetje af en toe kan meehelpen.
Uitvliegperiode
18-23 dagen na het uitkomen. Na het uitvliegen worden de jongen nog enkele dagen tot een week door de ouders gevoerd.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen intensief met insecten. Na het uitvliegen begeleiden de ouders de jongen om ze te leren foerageren en wijzen ze hen op veilige rustplaatsen.

Waar te vinden

Boerderijen en agrarisch land

De meest klassieke locatie, vooral bij schuren en stallen waar vee aanwezig is. De dieren trekken insecten aan en de gebouwen bieden nestgelegenheid.

Dorpen en buitenwijken

Waar oude gebouwen en daken aanwezig zijn, kunnen ze ook broeden, vaak in garages, carports of onder afdakjes.

Waterlichamen

Gezien hun dieet van vliegende insecten, zijn ze vaak te vinden jagend boven meren, rivieren, kanalen en vijvers.

Rietvelden

Tijdens de trekperiode en voor het slapen gaan, verzamelen Boerenzwaluwen zich vaak in grote aantallen in rietvelden.

Veldtips

  1. Kijk omhoog. Speur de lucht af, vooral boven open velden, water, en rond gebouwen, naar hun acrobatische vlucht.
  2. Luister naar zang en roep. Hun kenmerkende kwetterende zang en 'tswit-tswit' roep zijn vaak het eerste teken van hun aanwezigheid.
  3. Inspecteer gebouwen. Controleer de binnenkant van open schuren, stallen, en onder bruggen op aanwezigheid van hun moddernesten.
  4. Observeer in de vroege ochtend of late middag. Dit zijn vaak actieve foerageertijden, ook rond de schemering keren ze terug naar slaapplaatsen.
  5. Zoek naar groepjes. Buiten het broedseizoen en tijdens de trek bevinden ze zich vaak in groepen, zittend op draden of verzamelend in rietvelden.

Gelijkende soorten

Huiszwaluw

Delichon urbica

De Huiszwaluw heeft een opvallend witte stuit (onderrug), een kortere en minder diep gevorkte staart, en geen roodbruine keel of borstband. De onderzijde is egaal wit. Ze bouwen dichte, gesloten moddernesten met een kleine invliegopening, meestal aan de buitenkant van huizen.

Oeverzwaluw

Riparia riparia

De Oeverzwaluw is kleiner en bruiner, met een witte onderzijde en een duidelijke donkere borstband. De staart is kort en licht gevorkt. Ze broeden in kolonies in gaten in zandwanden en steile oevers.

Roodstuitzwaluw

Cecropis daurica

De Roodstuitzwaluw heeft, zoals de naam al aangeeft, een roodbruine stuit, een roodbruine nekband en een donkere onderzijde met donkere strepen. De staart is ook diep gevorkt, maar de kleurenpatronen zijn duidelijk anders.

Snelle feiten

Trekker:
Ja
Broedvogel in Nederland:
Ja
Meestal twee legsels:
Ja, soms drie
Nestmateriaal:
Modder, speeksel, plantaardig materiaal, veren
Voedsel:
Vliegende insecten

Leuke weetjes

  • De lengte van de staartpennen van het mannetje is een belangrijke indicator voor vrouwtjes bij het kiezen van een partner. Langere staartpennen worden geassocieerd met een betere gezondheid en genen.
  • Boerenzwaluwen drinken en baden vaak in de vlucht door kort het wateroppervlak te raken.
  • Ze kunnen slaapsamenkomsten hebben van tienduizenden tot honderdduizenden vogels in rietvelden voor de trek begint.
  • Gedurende een bloedhete dag kan een paar Boerenzwaluwen tot wel 1000 insecten per dag vangen om hun jongen te voeden.
  • Boerenzwaluwen zijn cultureel belangrijk en worden in veel culturen gezien als een teken van geluk en de komst van de lente.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Hirundinidae
Geslacht
Hirundo
Soort
Hirundo rustica

Ontdek de Boerenzwaluw

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app