Birdby LogoBirdby
Zilvermeeuw (Larus argentatus)

Zilvermeeuw

Niet Bedreigd (Least Concern)

Larus argentatus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Zilvermeeuw is een grote, robuuste meeuwensoort die wijdverspreid is in het noordelijk halfrond. Het is een opportunistische omnivoor die zich heeft aangepast aan diverse habitats, inclusief stedelijke gebieden. Ze staan bekend om hun luide roep en hun vermogen om te profiteren van menselijke activiteiten.

Grootte en levensduur

Lengte
55-67 cm
Spanwijdte
138-150 cm
Gewicht
750-1500 g
Levensduur
Gemiddeld 10-15 jaar in het wild, met uitschieters tot meer dan 30 jaar.
Voedsel
Omnivoor; vis, ongewervelden (schelpdieren, wormen, insecten), kleine zoogdieren, eieren en kuikens van andere vogels, aas, afval, bessen en zaden.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een witte kop, nek, onderdelen en staart. De rug en bovenvleugels zijn lichtgrijs. De vleugelpunten zijn zwart met witte vlekken (spiegels).
Snavelvorm
Groot, stevig, geel met een opvallende rode vlek op de onderkaakpunt.
Oogkleur
Lichtgeel met een rode oogring.
Pootkleur
Roze tot vleeskleurig.
Onderscheidende kenmerken
Grote gestalte, lichtgrijze rug, gele snavel met rode vlek, roze poten, en de karakteristieke zwarte vleugelpunten met witte spiegels.
Uiterlijk jongen
Juveniele Zilvermeeuwen zijn complex en variëren sterk in de eerste vier levensjaren. Ze zijn overwegend bruin gespikkeld met donkere snavel en poten. Ze worden geleidelijk lichter en krijgen meer grijs en wit naarmate ze ouder worden, tot ze in hun vierde jaar het volwassen verenkleed bereiken.
Seizoensveranderingen
Gering; in de winter kan de kop van volwassen vogels licht gestreept zijn met bruingrijs, vooral op de kruin en nek. Het broedkleed is helderder wit op de kop.
Geslachtsdimorfisme
Gering; mannetjes zijn gemiddeld iets groter en zwaarder dan vrouwtjes, maar dit is in het veld moeilijk te onderscheiden.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en bouw

    Let op de grote, robuuste bouw. De Zilvermeeuw is een van de grotere meeuwensoorten.

  2. 2

    Rugkleur

    De lichtgrijze rug en bovenvleugels zijn een belangrijk kenmerk. Dit onderscheidt hem van de donkerdere mantelmeeuwen en de lichtere Stormmeeuw.

  3. 3

    Snavel

    De gele snavel met de opvallende rode vlek op de onderkaakpunt is een sleutelkenmerk voor volwassen vogels.

  4. 4

    Poten

    De roze tot vleeskleurige poten zijn onderscheidend van de gele poten van de Kleine Mantelmeeuw en Stormmeeuw.

  5. 5

    Vleugelpunten

    De zwarte vleugelpunten met duidelijke witte 'spiegels' zijn een goed identificatiekenmerk in vlucht en rust.

  6. 6

    Roep

    De luide, 'lachende' roep is zeer karakteristiek en helpt bij identificatie, zelfs als de vogel niet goed zichtbaar is.

  7. 7

    Juvenielen

    Juveniele Zilvermeeuwen zijn bruin gespikkeld. Let op de grootte en de robuuste bouw om ze te onderscheiden van juveniele mantelmeeuwen of andere bruine meeuwensoorten.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Kustgebieden, estuaria, riviermondingen, meren, landbouwgebieden, stedelijke en voorstedelijke gebieden, vuilnisbelten.
Verspreidingsgebied
Wijdverspreid in het noordelijk halfrond, inclusief Europa, Azië en Noord-Amerika. In Europa broedt de Zilvermeeuw langs de kusten van de Atlantische Oceaan, de Noordzee, de Oostzee en delen van het binnenland.
Hoogtebereik
Voornamelijk op zeeniveau en in laaglanden, maar kan in het binnenland ook op hogere locaties worden aangetroffen, vooral bij grote wateren of voedselbronnen.
Voorkeursomgevingen
Kusten, havens, stranden, kliffen, eilanden, daken van gebouwen in steden, landbouwgronden, viskwekerijen en vuilnisbelten.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief), hoewel ze bij volle maan of kunstlicht ook 's nachts kunnen foerageren, vooral op vuilnisbelten.
Eetgewoonten
Zeer opportunistisch. Ze foerageren langs de kustlijn op vis, schelpdieren en krabben. In het binnenland eten ze wormen, insecten, knaagdieren en afval. Ze zijn ook bekend om kleptoparasitisme (voedsel stelen van andere vogels) en predatie op eieren en kuikens.
Sociaal gedrag
Zeer sociaal, vooral buiten het broedseizoen. Ze vormen grote groepen bij voedselbronnen en op slaapplaatsen. Broeden in kolonies, soms zeer dicht op elkaar.
Vliegpatroon
Krachtige, directe vlucht met diepe vleugelslagen. Ze kunnen ook behendig zweven en glijden op thermiek of wind. Vaak te zien in grote groepen, vooral tijdens migratie of bij voedselbronnen.
Trekpatroon
De Zilvermeeuw is deels een trekvogel. Noordelijke populaties trekken in de winter naar het zuiden, terwijl zuidelijke populaties standvogels zijn of slechts korte afstanden afleggen. Veel vogels uit Scandinavië en de Baltische staten overwinteren langs de kusten van West-Europa.
Territoriaal gedrag
Tijdens het broedseizoen verdedigen broedparen een klein territorium rondom het nest. Buiten het broedseizoen zijn ze minder territoriaal en tolereren ze elkaar in grote groepen.

Zang en geluiden

Zang
Zilvermeeuwen hebben geen complexe zang. Hun vocalisaties bestaan voornamelijk uit roepen.
Roep
Een breed repertoire aan luide, schelle roepen. De meest kenmerkende is een 'lach'-roep, een serie van 'ga-ga-ga-ga-ga-GAH-GAH-GAH' die in toonhoogte stijgt. Andere roepen zijn een diep 'kauw' of 'kiau', alarmroepen en bedelroepen van juvenielen.
Wanneer hij roept
Het hele jaar door vocaal, maar vooral luidruchtig tijdens het broedseizoen en bij voedselconflicten.

Voortplanting

Broedseizoen
Mei tot juli, afhankelijk van de geografische locatie.
Nestgewoonten
Nesten worden gebouwd op de grond, op kliffen, duinen, eilanden, maar ook steeds vaker op daken van gebouwen in stedelijke gebieden. Het nest is een slordige constructie van plantenmateriaal, zeewier, veren en afval, vaak in een ondiepe kuil.
Legselgrootte
Meestal 3 eieren, soms 2 of 4.
Eierbeschrijving
Meestal 3 eieren, olijfgroen tot bruinachtig met donkere vlekken en spikkels. Gemiddelde grootte: 73 x 50 mm.
Broedperiode
28-30 dagen, door beide ouders.
Uitvliegperiode
35-40 dagen. De jongen zijn semi-precociaal, wat betekent dat ze het nest kort na het uitkomen kunnen verlaten, maar nog wel afhankelijk zijn van de ouders voor voedsel en bescherming.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en zorgen voor de jongen. Ze verdedigen het nest en de jongen fel tegen indringers.

Waar te vinden

Kustgebieden

Langs stranden, havens, kliffen en estuaria zijn Zilvermeeuwen het hele jaar door te vinden.

Stedelijke gebieden

Op daken van gebouwen, vuilnisbelten, parken en pleinen, vooral in kuststeden.

Landbouwgebieden

Vooral in de winter en tijdens trekperiodes kunnen ze foerageren op akkers en weilanden.

Binnenwateren

Bij grote meren en rivieren, vooral als er vis of afval beschikbaar is.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De luide, 'lachende' roep is vaak het eerste teken van hun aanwezigheid. Leer deze roep herkennen.
  2. Observeer gedrag. Zilvermeeuwen zijn opportunistische eters. Let op waar ze foerageren: achter vissersboten, op vuilnisbelten, of ruziënd om voedsel.
  3. Let op de poten en snavel. De roze poten en de gele snavel met rode vlek zijn cruciale kenmerken voor volwassen vogels. Dit helpt bij het onderscheiden van vergelijkbare soorten.
  4. Bestudeer juveniele kleden. De identificatie van juveniele meeuwen kan lastig zijn. Bestudeer de verschillende juveniele kleden van de Zilvermeeuw en vergelijk deze met die van andere grote meeuwen.
  5. Bezoek broedkolonies. Tijdens het broedseizoen zijn ze geconcentreerd in kolonies, wat een uitstekende gelegenheid biedt voor observatie (houd gepaste afstand).

Gelijkende soorten

Grote Mantelmeeuw

Larus marinus

De Grote Mantelmeeuw is aanzienlijk groter en zwaarder, heeft een donkerdere, bijna zwarte rug en bovenvleugels, en roze poten. De snavel is ook groter en robuuster.

Kleine Mantelmeeuw

Larus fuscus

De Kleine Mantelmeeuw is kleiner en slanker dan de Zilvermeeuw, heeft een donkerdere, leigrijze tot zwarte rug en bovenvleugels, en gele poten. De rode vlek op de snavel is vaak minder prominent.

Stormmeeuw

Larus canus

De Stormmeeuw is aanzienlijk kleiner en eleganter dan de Zilvermeeuw. Hij heeft een lichtere grijze rug, een dunnere gele snavel zonder rode vlek, en geelgroene poten. De vleugelpunten zijn ook anders getekend.

Snelle feiten

Wetenschappelijke naam:
Larus argentatus
Familie:
Laridae (Meeuwen)
Lengte:
55-67 cm
Spanwijdte:
138-150 cm
Gewicht:
750-1500 g
Dieet:
Omnivoor
Habitat:
Kustgebieden, stedelijke gebieden, binnenwateren
Broedseizoen:
Mei-juli
Aantal eieren:
2-4 (meestal 3)
Conservatiestatus:
Niet Bedreigd

Leuke weetjes

  • De rode vlek op de snavel van de Zilvermeeuw dient als een 'doelwit' voor de kuikens. Ze pikken ernaar om de ouders te stimuleren voedsel op te braken.
  • Zilvermeeuwen zijn zeer intelligent en adaptief. Ze hebben geleerd om verkeerslichten te gebruiken om schelpdieren te laten vallen en te breken op de weg.
  • De Zilvermeeuw is een van de meest bestudeerde meeuwensoorten, mede door zijn wijdverspreide voorkomen en interactie met de mens.
  • Er zijn verschillende ondersoorten van de Zilvermeeuw, en de taxonomie van de 'zilvermeeuw-groep' is complex en onderwerp van discussie onder ornithologen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Charadriiformes
Familie
Laridae
Geslacht
Larus
Soort
Larus argentatus

Ontdek de Zilvermeeuw

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app