Birdby LogoBirdby

Kleine Antilliaanse Mus

Niet Bedreigd (Least Concern)

Loxigilla noctis

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Kleine Antilliaanse Mus (Loxigilla noctis) is een kleine zangvogel die endemisch is voor de Kleine Antillen. Het is een opvallende vogel, vooral het mannetje, met een overwegend zwart verenkleed en kenmerkende roodbruine vlekken. Deze soort is algemeen voorkomend binnen zijn verspreidingsgebied en bewoont diverse habitats, van droge struikgewassen tot vochtige bossen en tuinen. Het is een opportunistische eter die zich voedt met zaden, vruchten en insecten.

Grootte en levensduur

Lengte
13-15 cm
Spanwijdte
19-22 cm
Gewicht
12-19 g
Levensduur
Ongeveer 3-5 jaar in het wild
Voedsel
Omnivoor (voornamelijk zaden, vruchten, nectar en insecten)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen mannetjes zijn glanzend zwart over het hele lichaam, met uitzondering van een opvallende roodbruine keelvlek en een roodbruine vlek op de onderstaartdekveren. De schouders kunnen ook een subtiele roodbruine tint hebben. Vrouwtjes zijn veel onopvallender, met een dof olijfbruin tot grijsbruin verenkleed aan de bovenzijde en een lichtere, grijzere onderzijde. Ze hebben vaak een vage, lichtere keelvlek en een iets lichtere onderstaart, maar deze zijn veel minder prominent dan bij het mannetje. Juvenielen lijken op vrouwtjes, maar zijn vaak nog doffer en hebben soms een gestreepte borst.
Snavelvorm
De snavel is kegelvormig, stevig en relatief kort, aangepast voor het kraken van zaden. De kleur is glanzend zwart bij mannetjes en donkergrijs tot zwart bij vrouwtjes en juvenielen.
Oogkleur
Donkerbruin
Pootkleur
Donkergrijs tot zwart
Onderscheidende kenmerken
Het meest onderscheidende kenmerk van het mannetje is de combinatie van het glanzend zwarte lichaam met de heldere roodbruine keel- en onderstaartvlekken. Vrouwtjes zijn moeilijker te onderscheiden, maar hun algemene vorm en gedrag, samen met de aanwezigheid van mannetjes, kunnen helpen. De stevige snavel is ook een goed kenmerk.
Uiterlijk jongen
Juvenielen lijken op vrouwtjes, maar zijn over het algemeen doffer van kleur, met een meer gestreepte of gevlekte borst en buik. De snavel kan lichter zijn dan bij volwassen vogels.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het verenkleed blijft het hele jaar door hetzelfde.
Geslachtsdimorfisme
Sterk seksueel dimorfisme. Mannetjes zijn glanzend zwart met opvallende roodbruine vlekken, terwijl vrouwtjes dof olijfbruin/grijsbruin zijn met een veel minder prominente of afwezige roodbruine tekening.

Hoe herken je

  1. 1

    Verenkleed mannetje

    Let op het glanzend zwarte lichaam gecombineerd met de heldere roodbruine keelvlek en onderstaartdekveren. Dit is uniek voor de soort in zijn verspreidingsgebied.

  2. 2

    Verenkleed vrouwtje

    Vrouwtjes zijn dof olijfbruin tot grijsbruin. Zoek naar een vage, lichtere keelvlek en een iets lichtere onderstaart, hoewel deze veel minder opvallend zijn dan bij het mannetje. De stevige, kegelvormige snavel is ook een goed kenmerk.

  3. 3

    Grootte en vorm

    Een kleine, compacte vogel met een relatief korte staart en een stevige, kegelvormige snavel. De houding is vaak enigszins gedrongen.

  4. 4

    Zang en roep

    De heldere, melodieuze fluittonen van de zang en de scherpe 'chip'-roep zijn zeer kenmerkend en helpen bij identificatie, vooral wanneer de vogel moeilijk te zien is in dicht struikgewas.

  5. 5

    Gedrag

    Zoek naar vogels die foerageren in de lagere vegetatielagen, vaak op zoek naar zaden of insecten. Ze zijn vaak schuw maar kunnen in tuinen en parken tammer zijn.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Tropische en subtropische droge bossen, vochtige laaglandbossen, struikgewassen, plantages, tuinen en stedelijke gebieden.
Verspreidingsgebied
Endemisch voor de Kleine Antillen, inclusief eilanden zoals St. Kitts, Nevis, Montserrat, Guadeloupe, Dominica, Martinique, St. Lucia, St. Vincent en Grenada. Er zijn verschillende ondersoorten die elk op specifieke eilanden of eilandgroepen voorkomen.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot in de hogere berggebieden van de eilanden, afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte vegetatie.
Voorkeursomgevingen
De soort is zeer adaptief en komt voor in een breed scala aan habitats, van dichte ondergroei in bossen tot open tuinen en parken. Ze geven de voorkeur aan gebieden met voldoende struikgewas en bomen voor dekking en voedsel.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
De Kleine Antilliaanse Mus is een opportunistische eter. Het dieet bestaat voornamelijk uit zaden van grassen en kruiden, kleine vruchten en bessen, nectar van bloemen (vooral van planten zoals Erythrina en Hibiscus), en insecten en andere ongewervelden, vooral tijdens het broedseizoen om de jongen te voeden. Ze foerageren vaak laag bij de grond in struikgewas of in de lagere takken van bomen.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren, vooral tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich soms aansluiten bij kleine, losse groepen, maar grote zwermen worden zelden waargenomen.
Vliegpatroon
De vlucht is snel en direct, vaak in korte, golvende bewegingen tussen struiken of bomen. Ze vliegen zelden over lange afstanden in de open lucht.
Trekpatroon
Standvogel; er is geen sprake van migratie. De vogels blijven het hele jaar door in hun broedgebieden.
Territoriaal gedrag
Mannetjes zijn territoriaal tijdens het broedseizoen en verdedigen hun territorium met zang en agressieve vertoningen tegen indringers van dezelfde soort.

Zang en geluiden

Zang
De zang is een reeks heldere, melodieuze fluittonen, vaak beginnend met een paar langzame noten die versnellen en eindigen in een complexere triller of warbling. De zang varieert per individu en geografische locatie, maar is over het algemeen aangenaam en doordringend. Voorbeelden zijn 'sweet-sweet-sweet-chew-chew-chew' of 'chip-chip-chip-churrr-churrr'.
Roep
De roep is een scherp 'chip' of 'tsip', vaak herhaald. Er is ook een zachtere 'seep' contactroep en een alarmroep die luider en indringender is.
Wanneer hij roept
Vooral actief in de vroege ochtend en late namiddag. Mannetjes zingen het meest intensief tijdens het broedseizoen om territoria af te bakenen en partners aan te trekken.

Voortplanting

Broedseizoen
Varieert per eiland, maar over het algemeen van maart tot augustus, samenvallend met het regenseizoen wanneer voedsel overvloedig is.
Nestgewoonten
Het nest is een komvormige constructie, gemaakt van plantenvezels, grassen, bladeren en wortels, vaak bekleed met fijnere materialen zoals veren of zachte plantendelen. Het wordt meestal laag in dicht struikgewas of een kleine boom geplaatst, goed verborgen.
Legselgrootte
2-3 eieren
Eierbeschrijving
De eieren zijn witachtig tot lichtblauwgroen, vaak met fijne roodbruine of paarse vlekjes en spikkels, vooral aan de bredere kant. Meestal 2-3 eieren per legsel.
Broedperiode
Ongeveer 12-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
De jongen verlaten het nest na ongeveer 10-12 dagen na het uitkomen.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeden de jongen, hoewel het vrouwtje het grootste deel van het broeden en de vroege zorg op zich neemt. Na het uitvliegen worden de jongen nog enige tijd door beide ouders gevoed.

Waar te vinden

Tuinen en parken

In stedelijke en semi-stedelijke gebieden met voldoende vegetatie, zoals tuinen, parken en plantages, zijn ze vaak te vinden bij voederplaatsen of bloeiende planten.

Bosranden en struikgewas

Langs de randen van bossen, in dichte struikgewassen en secundaire vegetatie, waar ze dekking en voedsel vinden.

Koffie- en cacaoplantages

Deze agrarische gebieden bieden vaak een mix van bomen en ondergroei die geschikt is voor de Kleine Antilliaanse Mus.

Veldtips

  1. Luister naar de zang. De zang is vaak de eerste indicatie van de aanwezigheid van de vogel. Leer de melodieuze fluittonen herkennen.
  2. Zoek in de lagere vegetatie. Deze vogels foerageren vaak laag bij de grond of in de onderste takken van struiken en bomen. Scan deze gebieden zorgvuldig.
  3. Bezoek bloeiende planten. Ze bezoeken nectarrijke bloemen, dus controleer bloeiende struiken en bomen, vooral die met rode of oranje bloemen.
  4. Wees geduldig en stil. De Kleine Antilliaanse Mus kan schuw zijn. Blijf stil en geduldig, en ze zullen waarschijnlijk tevoorschijn komen.

Gelijkende soorten

Grote Antilliaanse Mus

Loxigilla portoricensis

De Grote Antilliaanse Mus komt alleen voor op Puerto Rico en is aanzienlijk groter (ca. 19 cm). Hoewel het mannetje ook zwart is met roodbruine vlekken, zijn deze vlekken uitgebreider, inclusief een roodbruine kruin en schouders. De snavel is ook groter en robuuster.

Zwartkopmus

Melanospiza richardsoni

De Zwartkopmus is endemisch voor St. Lucia en is ook een zwarte vogel, maar mist de kenmerkende roodbruine keel- en onderstaartvlekken van de Kleine Antilliaanse Mus. De snavel is ook anders van vorm.

Zwartkeelgrasmus

Setophaga virens

Hoewel de Zwartkeelgrasmus (een trekvogel) een zwarte keel heeft, is het verenkleed verder geel en wit met zwarte strepen, en de vorm en grootte zijn duidelijk anders. De Kleine Antilliaanse Mus is een robuustere vogel met een dikkere snavel.

Snelle feiten

Wetenschappelijke naam:
Loxigilla noctis
Familie:
Thraupidae (Tangaren)
Verspreiding:
Kleine Antillen
Dieet:
Zaden, vruchten, nectar, insecten
Broedseizoen:
Maart - Augustus
Status:
Niet Bedreigd (Least Concern)

Leuke weetjes

  • De Kleine Antilliaanse Mus staat ook bekend als de 'Lesser Antillean Bullfinch' in het Engels, verwijzend naar zijn stevige snavel en compacte bouw.
  • Er zijn verschillende ondersoorten beschreven, elk met subtiele verschillen in grootte of verenkleed, afhankelijk van het eiland waarop ze voorkomen.
  • Ondanks zijn naam 'mus', behoort deze vogel tot de familie van de tangaren (Thraupidae), een grote groep zangvogels die voornamelijk in de Nieuwe Wereld voorkomt.
  • De mannetjes zijn zeer opvallend en worden vaak gezien terwijl ze zingen vanaf een prominente tak om hun territorium te markeren.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Thraupidae
Geslacht
Loxigilla
Soort
Loxigilla noctis

Ontdek de Kleine Antilliaanse Mus

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app