Birdby LogoBirdby
Nachtegaal (Luscinia megarhynchos)

Nachtegaal

Niet bedreigd (LC - Least Concern) wereldwijd, maar onder invloed van habitatverlies lokaal in sommige gebieden kwetsbaar of achteruitgaand.

Luscinia megarhynchos

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De nachtegaal is een middelgrote, onopvallend gekleurde zangvogel, voornamelijk bekend om zijn buitengewoon complexe en luide zang. Ondanks zijn bescheiden uiterlijk is hij een van de meest gewaardeerde zangers in de avifauna.

Grootte en levensduur

Lengte
15-16.5 cm
Spanwijdte
23-26 cm
Gewicht
16-25 g
Levensduur
Gemiddeld 2-5 jaar, maximaal 8 jaar in het wild.
Voedsel
Voornamelijk insecten en hun larven, spinnen en andere ongewervelden. In de nazomer en herfst wordt het dieet aangevuld met bessen en zachte vruchten.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
De bovenzijde is uniform warmbruin, met een rossige tint op de stuit en de staart. De onderzijde is lichter, grijsbruin tot vuilwit, met een rossige gloed op de flanken. De borst is licht gevlekt, vooral bij jonge vogels. De vleugels zijn donkerder bruin. Er ontbreken opvallende strepen of patronen.
Snavelvorm
Slanke, puntige snavel, donker hoornkleurig tot zwart.
Oogkleur
Donkerbruin, scherp.
Pootkleur
Lichtbruin tot rozeachtig bruin.
Onderscheidende kenmerken
De meest onderscheidende kenmerken zijn de onopvallende bruine kleur en vooral de krachtige en gevarieerde zang. De rossige staart kan bij een vlucht een handig identificatiekenmerk zijn.
Uiterlijk jongen
Jonge vogels hebben een gevlekte of geschubde bovenzijde en borst, die geleidelijk verdwijnt bij de eerste rui. De staart is vaak intenser rossig dan bij volwassen vogels.
Seizoensveranderingen
Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed, behalve lichte slijtage en verkleuring door de zon gedurende het jaar.
Geslachtsdimorfisme
Er is vrijwel geen seksuele dimorfie; mannetjes en vrouwtjes zijn qua verenkleed identiek. Mannetjes zingen, vrouwtjes in principe niet.

Hoe herken je

  1. 1

    Zang

    De meest betrouwbare manier is de unieke, krachtige en gevarieerde zang, vooral 's nachts of in de schemering. Let op de lange, melodische fluittonen en het geleidelijk opbouwen van volume.

  2. 2

    Kleur en Uiterlijk

    Een vrij egaal bruine vogel, met een opvallende rossige stuit en staart. Vaak te zien met opgehesen staartje. Geen strepen op het lijf, behalve bij jongere vogels.

  3. 3

    Gedrag

    Schuilt vaak diep in dichte vegetatie, maar mannetjes zingen onverstoorbaar vanaf een beschutte zitplaats. Springt vaak op de grond met een snelle, schichtige beweging.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde loofbossen, struikgewas en bosranden.
Verspreidingsgebied
Broedt in Europa en West-Azië, van Zuid-Engeland tot diep in Rusland en het Midden-Oosten. Overwintert in tropisch Afrika ten zuiden van de Sahara.
Hoogtebereik
Meestal te vinden op lagere hoogten, van zeeniveau tot ongeveer 1000 meter, soms hoger in bergachtige gebieden met geschikte vegetatie.
Voorkeursomgevingen
Dicht struikgewas, ondergroei in loofbossen, parken, tuinen met dichte begroeiing, heggen, rivierbossen en andere vochtige gebieden met voldoende beschutting en bladerstrooisel.

Gedrag

Activiteitstijd
Vooral actief tijdens de schemering en de nacht, vooral de mannetjes met hun zang. Overdag zijn ze ook actief, maar meer verborgen.
Eetgewoonten
Foerageert voornamelijk op de grond, tussen gevallen bladeren en dichte vegetatie, op zoek naar insecten. Springt vaak over de grond met een licht opgerichte staart. Kan ook insecten uit bladeren plukken of in de vlucht vangen.
Sociaal gedrag
Tijdens het broedseizoen zijn nachtegalen territoriaal en solitair. Buiten het broedseizoen en tijdens de trek kunnen ze zich verzamelen in losse groepen in foerageergebieden.
Vliegpatroon
Korte, onrustige vlucht tussen dichte begroeiing, zelden hoog of over grote afstanden in open terrein. De vleugelslagen zijn snel en ondiep.
Trekpatroon
Langeafstandstrekker. Vertrekt in augustus-september uit Europa en West-Azië naar de overwinteringsgebieden in tropisch Afrika. Keert terug in april-mei.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal tijdens het broedseizoen. Mannetjes verdedigen hun territorium fel met zang en agressie tegen indringers.

Zang en geluiden

Zang
De zang is beroemd om zijn uitbundigheid, kracht en gevarieerdheid. Het is een lange, complexe reeks van fluittonen, trillers, klikkende geluiden en crescendo's, die elkaar snel opvolgen. Het begint vaak zacht en bouwt op in volume en intensiteit. Het is duidelijk onderscheidend van andere zangvogels en kan zowel overdag als 's nachts gehoord worden.
Roep
Roept meestal een zacht 'huit' of 'huitt' als contactroep. Bij verstoring een hard 'krr'. De alarmroep is een kort, scherp 'tsjek'.
Wanneer hij roept
Mannen zingen het meest intens tijdens de schemering en 's nachts, vooral in de vroege broedperiode om partners aan te trekken. Overdag zingen ze ook, maar minder frequent en vaak dieper in de vegetatie. De zang neemt af naarmate het broeden vordert.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juli, met een piek in mei-juni.
Nestgewoonten
Het nest wordt op of dicht bij de grond gebouwd, goed verborgen in dichte vegetatie, zoals bramenstruiken of brandnetels. Het is een losse kom gemaakt van bladeren, grassen en mos, bekleed met fijnere materialen.
Legselgrootte
Meestal 4-6 eieren, soms 3-7.
Eierbeschrijving
4-6 eieren, olijfbruin, olijfgroen of donker roodbruin zonder vlekken, met een licht glimmend oppervlak.
Broedperiode
13-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje broedend.
Uitvliegperiode
11-13 dagen na uitkomst verlaten de jongen het nest, maar ze blijven nog enkele dagen in de buurt en worden gevoerd door beide ouders.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje het grootste deel van het broeden op zich neemt. Na het uitvliegen worden de jongen door beide ouders verzorgd totdat ze zelfstandig zijn. Gewoonlijk één broedsel per jaar.

Waar te vinden

Dichte struikgewas

Zoek in bosranden, parken en tuinen met goed ontwikkelde ondergroei, zoals braamstruiken, meidoorn en andere dichte struiken.

Vochtige bossen

Specifiek in loofbossen langs rivieren of beken waar veel ondergroei is.

Rietkragen en wilgenstruwelen

Soms te vinden in de nabijheid van water, mits er dichte struiken aanwezig zijn.

Veldtips

  1. Ga luisteren in de vroege ochtend of late avond/nacht.. Het is de beste tijd om de nachtegaal te horen zingen. In mei en juni, wanneer de mannetjes nog geen partner hebben, zingen ze zelfs de hele nacht.
  2. Zoek naar dichte dekking.. Nachtegalen zijn schuwe vogels die zich zelden in het openbaar vertonen. Ze blijven meestal verborgen in de dichte vegetatie.
  3. Gebruik je oren, niet alleen je ogen.. De nachtegaal wordt vaker gehoord dan gezien. Luister aandachtig naar de zang en probeer de richting te bepalen. Met geduld en een beetje geluk kun je hem misschien kort waarnemen.

Gelijkende soorten

Noordse nachtegaal

Luscinia luscinia

De Noordse nachtegaal is iets valer van kleur, heeft vage streping op de borst en mist de duidelijke rossige tint op de stuit en staart. Het grootste verschil zit in de zang: die van de Noordse nachtegaal is sneller, meer hortend en stotend, minder vloeiend en mist de lange, aanhoudende crescendo's en diepe fluittonen van de Westelijke nachtegaal. De roep van de Noordse nachtegaal is een kenmerkend 'huid-tick-tick'.

Blauwborst

Luscinia svecica

Hoewel ze tot hetzelfde geslacht behoorden (vroeger), is de Blauwborst zeer verschillend in uiterlijk met zijn opvallende blauwe keelvlek bij het mannetje en lichtere onderzijde. De zang is ook anders, hoewel gevarieerd, en mist de kracht en langgerektheid van de nachtegaal.

Snelle feiten

Bijnaam:
Koning van de nachtelijke zang
Zangduur:
Kan tot 500 verschillende zangstrofen bevatten en urenlang zingen.
Trekafstand:
Meer dan 5.000 km per enkele reis.
Voorkeur:
Dichte, rommelige ondergroei.

Leuke weetjes

  • De nachtegaal heeft een van de meest complexe en gevarieerde zangen van alle vogels. Elke vogel heeft een uniek repertoire.
  • Alleen de mannetjes zingen. Ze gebruiken hun zang om territoria af te bakenen en vrouwtjes aan te trekken. Wanneer een mannetje een partner heeft gevonden, neemt de nachtzang sterk af.
  • De naam 'nachtegaal' komt van 'nacht' en het Oudengelse 'galan', wat 'zingen' betekent.
  • In veel culturen en literaturen is de nachtegaal een symbool van liefde, poëzie en melancholie.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Muscicapidae
Geslacht
Luscinia
Soort
Luscinia megarhynchos

Ontdek de Nachtegaal

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app