Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Grasparkiet is een kleine, langstaartige papegaaiachtige die van oorsprong uit Australië komt. Ze staan bekend om hun heldere kleuren, sociale aard en vermogen om te imiteren. In het wild zijn ze overwegend groen met gele kop, maar gekweekte variëteiten vertonen een breed scala aan kleuren en patronen.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 18-20 centimeter, inclusief de lange staartveren
- Spanwijdte
- 29-33 centimeter
- Gewicht
- 24-40 gram
- Levensduur
- 5-8 jaar in het wild, tot 15 jaar of langer in gevangenschap
- Voedsel
- Voornamelijk zaden van grassen en kruiden, aangevuld met fruit, bessen en insectenlarven
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- De wilde vorm heeft een felgroen lichaam, een gele kop met zwarte, gegolfde strepen (vandaar 'undulatus') op de kruin en nek, die zich uitstrekken over de rug en vleugels. De wangen hebben kobaltblauwe vlekken, met drie zwarte vlekken die een 'halsketting' vormen. De borst is heldergeel. De staart is donkerblauw. Gekweekte variëteiten vertonen een enorm kleurenspectrum, waaronder blauw, geel, wit, grijs en combinaties hiervan.
- Snavelvorm
- Korte, sterke, haakvormige snavel, grijsbruin bij volwassen wildkleurige vogels, met een wasachtige cere aan de basis.
- Oogkleur
- Witte iris met een zwarte pupil bij volwassen vogels, donkere iris bij juvenielen.
- Pootkleur
- Grijsblauwe poten met zygodactyle tenen (twee tenen naar voren, twee naar achteren) voor optimale grip.
- Onderscheidende kenmerken
- De unieke gegolfde markeringen op de mantel en de aanwezigheid van de wasachtige cere voor geslachtsonderscheid.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen hebben een donkerdere iris, waardoor hun ogen volledig donker lijken. De golftekening strekt zich verder over de kruin uit, tot aan de cere, en de cere is rozeachtig of paarsachtig. De kleuren zijn ook minder intens dan bij volwassen vogels.
- Seizoensveranderingen
- Geen significante seizoensgebonden veranderingen in verenkleed. De kleur van de cere van vrouwtjes kan intensiveren tijdens de broedperiode.
- Geslachtsdimorfisme
- Het meest opvallende verschil is de kleur van de cere: bij volwassen mannetjes is deze helderblauw, terwijl deze bij volwassen vrouwtjes bruin of lichtbruin, soms donkerder bruin tijdens de broedperiode, is. Bij juvenielen is de cere vaak rozeachtig of paarsachtig getint en moeilijker te onderscheiden.
Hoe herken je
- 1
Grootte en Vorm
Kleine, slanke, langstaartige parkiet. De lange staart is kenmerkend.
- 2
Kleur en Patroon (Wildkleur)
Heldere groene romp, gele kop met fijne, golvende zwarte strepen op de kruin en nek, doorlopend op de vleugels en mantel. Zwarte keelvlekken en blauwe wangvlekken.
- 3
Cere Kleur
De kleur van de cere (wasachtige plek boven de snavel) is een sleutel tot geslachtsonderscheid bij volwassenen: helderblauw bij mannetjes, bruin of lichtbruin bij vrouwtjes.
- 4
Vlucht
Snelle, rechte vlucht met ritmische vleugelslagen.
- 5
Gedrag
Extreem sociaal, vaak in grote zwermen. Voortdurend contactroepen.
- 6
Geluid
Karakteristiek, vrolijk getjilp en kwetteren; geen melodieuze zang maar een constante stroom van communicatieve geluiden.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Droge en halfdroge open graslanden, savannes, scrublands, open bossen (eucalyptusbossen). Ze vermijden dichte bossen en kustgebieden.
- Verspreidingsgebied
- Oorspronkelijk endemisch in Australië, voornamelijk in het binnenland. Geïntroduceerd in verschillende delen van de wereld als ontsnapte kooivogels, maar zelden met succesvolle wilde kolonies buiten Australië.
- Hoogtebereik
- Voornamelijk in laaglanden en vlakke gebieden, tot ongeveer 800 meter hoogte.
- Voorkeursomgevingen
- Gebieden met toegang tot waterbronnen en overvloedige grasvelden met rijpe zaden. Ze zijn vaak te vinden in de nabijheid van rivieren en waterpoelen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Dagactief. Ze zijn het meest actief in de vroege ochtend en late namiddag, en rusten vaak tijdens de heetste uren van de dag.
- Eetgewoonten
- Grasparkieten zijn voornamelijk grondvoeders. Ze zoeken grote delen van de dag naar zaden van grassen en kruiden, waarbij ze behendig zaden van de stengels halen. Ze drinken regelmatig.
- Sociaal gedrag
- Zeer sociaal, leven in het wild in grote, vaak nomadische zwermen die duizenden vogels kunnen omvatten. Ze communiceren constant met elkaar door middel van getjilp en roepen. Ze vertonen allopreening (elkaar poetsen).
- Vliegpatroon
- Snelle, directe vlucht met snelle vleugelslagen. Grote zwermen bewegen zich gecoördineerd en kunnen spectaculaire manoeuvres uitvoeren. Ze zijn in staat om lange afstanden af te leggen op zoek naar voedsel en water.
- Trekpatroon
- Nomadisch, niet strikt migrerend. Hun bewegingen zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel en water, vaak na regenval die zorgt voor zaadgroei in droge gebieden. Ze kunnen grote afstanden afleggen.
- Territoriaal gedrag
- Niet bijzonder territoriaal buiten het directe broedgebied rond het nest. De zwerm biedt veiligheid en deelt bronnen. Tijdens het broeden kan een paartje een kleine ruimte rond de nestholte verdedigen.
Zang en geluiden
- Zang
- Grasparkieten hebben geen complexe 'zang' in de traditionele zin. Hun vocalisaties bestaan uit een reeks vrolijk getjilp, kwetteren en neuriën. Mannetjes kunnen intensiever 'praten' en variatie tonen, vooral naar vrouwtjes of tijdens solitair spel. Het is meer een aaneenschakeling van geluiden dan een gestructureerd lied.
- Roep
- Voortdurend contactroepen: een hoog, scherp 'tsiep-tsiep' of 'kwiek-kwiek' om contact te houden met de zwerm. Alarmroep is een luider en sneller 'tjeet-tjeet'.
- Wanneer hij roept
- Het meest vocaal tijdens foerageren en rustperiodes in de zwerm. Actief van zonsopgang tot zonsondergang.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Variabel en opportunistisch, afhankelijk van regenval en beschikbaarheid van zaden. Meestal na zware regenval in zowel de lente als de herfst in een groot deel van hun verspreidingsgebied.
- Nestgewoonten
- Holtebroeders. Ze broeden in gaten of holtes in levende of dode eucalyptusbomen, of in omgevallen boomstammen. Ze bekleden het nest nauwelijks, soms met wat houtsnippers.
- Legselgrootte
- Meestal 4-8, maar kan variëren van 2 tot 10 eieren.
- Eierbeschrijving
- 2-10 (meestal 4-8) witte, ovaalvormige eieren.
- Broedperiode
- 18-21 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- Jongen vliegen uit na ongeveer 30-35 dagen na het uitkomen. Ze blijven nog enige tijd afhankelijk van de ouders voor voedsel.
- Ouderlijke zorg
- Het vrouwtje broedt en wordt gevoerd door het mannetje. Na het uitkomen voeden beide ouders de jongen met opgebraakt voedsel.
Waar te vinden
Waterpoelen en Rivieroevers
Grasparkieten zijn sterk afhankelijk van water en zullen vaak in grote aantallen gezien worden bij waterbronnen, vooral in droge gebieden.
Graslanden en Savannes
Zoek naar open, droge graslanden met overvloedige graszaadproductie. Ze foerageren op de grond.
Eucalyptusbossen (open)
Hoewel ze geen dichte bossen prefereren, gebruiken ze open eucalyptusbossen voor schuilplaats en broedplaatsen (boomholtes).
Veldtips
- Luister naar geluid. Hun constante getjilp en gekwetter maakt ze vaak hoorbaar voordat ze zichtbaar zijn, vooral in grote zwermen.
- Zoek naar zwermen. Grasparkieten zijn bijna altijd in groepen te vinden, zelden solitair. Let op snelle bewegingen van hele zwermen.
- Waterbronnen observeren. Bezoek waterplekken in de vroege ochtend of late namiddag, wanneer ze komen drinken.
- Wees geduldig. In hun natuurlijke omgeving kunnen ze schuw zijn. Gebruik een verrekijker en vermijd plotselinge bewegingen.
Gelijkende soorten
Bourke's Parkiet
Neopsephotus bourkii
Bourke's parkieten zijn iets groter, hebben een zachtere roze-bruinige tint met blauwe markeringen bij mannetjes, en missen de prominente zwarte golven op de rug en kop. Ze zijn ook meer schemeractief.
Schitteringparkiet
Neophema splendida
Schitteringparkieten zijn helderder gekleurd met meer blauw, rood en geel, en hebben een ander patroon en lichaamsbouw. Ze missen de kenmerkende golftekening van de grasparkiet.
Snelle feiten
- Dieet:
- Graszaadetend
- Socale structuur:
- Zeer sociaal, vormt grote zwermen
- Broedplek:
- Boomholtes
- Specifiek kenmerk:
- Golvende tekening op mantel en cere-kleur voor geslachtsonderscheid
- Oorsprong:
- Australië
Leuke weetjes
- Grasparkieten kunnen een enorme afstand afleggen om water en voedsel te vinden, soms tot wel honderden kilometers per dag als de omstandigheden dit vereisen.
- Ondanks hun kleine formaat kunnen mannetjes in gevangenschap indrukwekkend complexe woordenschat leren, soms duizenden woorden, en zelfs zinnen vormen.
- De wilde grasparkiet is de voorouder van alle tamme grasparkieten die wereldwijd als huisdier worden gehouden en kwam voor het eerst in Europa aan in 1840.
- Hun nomadische levensstijl is een aanpassing aan de onvoorspelbare regenval en vegetatiegroei in de droge binnenlanden van Australië.
- Het woord 'budgerigar' is afgeleid van het Gamilaraay-woord 'betcherrygah', wat 'goed eten' betekent, vermoedelijk verwijzend naar hun nomadische aard en de zoektocht naar voedsel.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Psittaciformes
- Familie
- Psittaculidae
- Geslacht
- Melopsittacus
- Soort
- Melopsittacus undulatus
Ontdek de Grasparkiet
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
