Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Wulp is de grootste steltloper van Europa, herkenbaar aan zijn lange, sterk naar beneden gebogen snavel en zijn karakteristieke roep. Het is een trekvogel die broedt in open landschappen en overwintert in kustgebieden en op modderige oevers.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 50-60 cm
- Spanwijdte
- 80-100 cm
- Gewicht
- 575-1000 g (man), 675-1100 g (vrouw)
- Levensduur
- Gemiddeld 10-15 jaar, maximaal 32 jaar
- Voedsel
- Omnivoor, voornamelijk ongewervelden (wormen, insectenlarven, krabben, weekdieren), aangevuld met bessen en zaden.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Bovenzijde is bruingrijs met donkere strepen en vlekken; onderzijde is lichter, witachtig met fijne strepen op de borst en flanken. De stuit is wit en contrasteert duidelijk met de donkere staartveren, vooral in vlucht. De kop heeft een donkere oogstreep en een lichte wenkbrauwstreep.
- Snavelvorm
- Zeer lang (10-15 cm), dun en sterk naar beneden gebogen, donker van kleur met een lichtere basis.
- Oogkleur
- Donkerbruin
- Pootkleur
- Blauwgrijs
- Onderscheidende kenmerken
- De lange, gebogen snavel is het meest opvallende kenmerk. De witte stuit is ook een belangrijk identificatiekenmerk, vooral in vlucht. De grootte onderscheidt hem van de meeste andere steltlopers.
- Uiterlijk jongen
- Jonge vogels lijken op volwassenen, maar hebben een kortere, minder gebogen snavel die geleidelijk langer en krommer wordt. Hun verenkleed is vaak iets frisser en minder versleten.
- Seizoensveranderingen
- Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het broedkleed is iets frisser en minder versleten dan het winterkleed.
- Geslachtsdimorfisme
- Vrouwtjes zijn gemiddeld iets groter en hebben een langere snavel dan mannetjes, maar dit is in het veld moeilijk te zien.
Hoe herken je
- 1
Snavel
Let op de extreem lange, dunne en sterk naar beneden gebogen snavel. Dit is het meest onderscheidende kenmerk.
- 2
Grootte
De Wulp is de grootste steltloper van Europa. Zijn omvang is een goede indicator.
- 3
Verenkleed
Het bruingrijze, gestreepte verenkleed met een witte stuit (vooral zichtbaar in vlucht) is kenmerkend.
- 4
Roep
De melancholische, fluitende 'koer-liii' roep is onmiskenbaar en vaak de eerste aanwijzing van zijn aanwezigheid.
- 5
Gedrag
Let op het foerageergedrag: diep prikken met de snavel in zachte grond.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Graslanden, heidevelden, veengebieden, kwelders, estuaria, modderplaten, akkers.
- Verspreidingsgebied
- Broedt in een brede band van West-Europa tot Oost-Siberië. Overwintert langs de kusten van West-Europa, Afrika, het Midden-Oosten en Zuid-Azië.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 1000 meter in bergachtige broedgebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Open, vochtige graslanden en heidevelden voor de broedtijd; tijdens de trek en in de wintermaanden estuaria, wadden, modderige kusten en natte akkers.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal, maar kan ook 's nachts foerageren op getijdengebieden wanneer het tij gunstig is.
- Eetgewoonten
- Zoekt voedsel door met zijn lange snavel diep in de modder of zachte grond te prikken. Eet voornamelijk wormen, insectenlarven, krabben, garnalen en weekdieren. Kan ook bessen en zaden eten, vooral in de herfst.
- Sociaal gedrag
- Broedt solitair of in losse kolonies. Buiten de broedtijd vormen ze vaak grote groepen, vooral op overwinteringsplaatsen en tijdens de trek.
- Vliegpatroon
- Vlucht is krachtig en direct, met diepe vleugelslagen. Vliegt vaak in losse groepen of V-formaties tijdens de trek. De witte stuit is goed zichtbaar in vlucht.
- Trekpatroon
- Een trekvogel. Europese populaties trekken in de herfst naar de kusten van West-Europa, Afrika en het Middellandse Zeegebied. De voorjaarstrek vindt plaats van februari tot april, de najaarstrek van juli tot oktober.
- Territoriaal gedrag
- Man en vrouw verdedigen gezamenlijk een broedterritorium, vooral tegen soortgenoten en andere grondbroeders.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang is een kenmerkende, melancholische, fluitende 'koer-liii' of 'koer-loe-ie', vaak herhaald en oplopend in toonhoogte. Deze roep is zeer karakteristiek en heeft de vogel zijn naam gegeven.
- Roep
- Naast de zang produceert de Wulp ook een alarmroep, een snelle, trillende 'kwie-kwie-kwie' of 'kui-kui-kui' wanneer hij verstoord wordt. Ook een zacht 'wup-wup' kan gehoord worden.
- Wanneer hij roept
- Vooral vocaal tijdens het broedseizoen, zowel overdag als 's nachts. Ook tijdens de trek en op overwinteringsplaatsen kunnen roepen gehoord worden, zij het minder frequent.
Voortplanting
- Broedseizoen
- April tot juli
- Nestgewoonten
- Het nest is een ondiepe kuil op de grond, vaak verborgen in dichte vegetatie, bekleed met wat gras, mos of bladeren. Beide ouders kiezen de nestplaats en bouwen het nest.
- Legselgrootte
- Meestal 4 eieren
- Eierbeschrijving
- Meestal 4 eieren, peervormig, olijfgroen tot bruinachtig met donkere vlekken en spikkels.
- Broedperiode
- 27-29 dagen
- Uitvliegperiode
- 32-38 dagen na het uitkomen zijn de jongen vliegvlug. Ze worden echter al eerder door de ouders weggeleid van het nest.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders broeden en zorgen voor de jongen. Het mannetje neemt vaak de leiding bij het grootbrengen van de kuikens, terwijl het vrouwtje soms al eerder vertrekt naar de overwinteringsgebieden.
Waar te vinden
Broedgebieden
Vochtige graslanden, heidevelden, veengebieden en extensief beheerde akkers in Noord- en West-Europa.
Overwinteringsgebieden
Kustgebieden, estuaria, wadden en modderplaten langs de kusten van West-Europa, Afrika en het Midden-Oosten.
Trekroutes
Tijdens de trek kunnen ze worden waargenomen in diverse open landschappen, waaronder akkers en polders, op weg naar of van hun broed- en overwinteringsgebieden.
Veldtips
- Luister naar de roep. De karakteristieke 'koer-liii' roep is vaak al van ver te horen en verraadt de aanwezigheid van de Wulp, zelfs als hij niet direct zichtbaar is.
- Gebruik een telescoop. Op open terrein of wadden kunnen Wulpen op grote afstand foerageren. Een telescoop helpt om de details van de snavel en het verenkleed goed te zien.
- Bezoek getijdengebieden. Tijdens laagwater op wadden en estuaria zijn Wulpen vaak actief aan het foerageren. Let op de getijdenkalender.
- Observeer in de schemering. Hoewel diurnaal, kunnen Wulpen ook in de schemering actief zijn, vooral op overwinteringsplaatsen.
Gelijkende soorten
Regenwulp
Numenius phaeopus
De Regenwulp is kleiner dan de Wulp, heeft een kortere en minder sterk gebogen snavel. Het meest opvallende verschil is de donkere kruinstreep met lichte wenkbrauwstrepen die elkaar op de kruin ontmoeten, en een donkere oogstreep. De Wulp heeft een egale kruin. De Regenwulp heeft ook een minder opvallende witte stuit.
Grote Grijze Snip
Limosa limosa
De Grote Grijze Snip heeft een lange, rechte of licht opgewipte snavel, in tegenstelling tot de sterk gebogen snavel van de Wulp. De Grote Grijze Snip heeft ook langere poten en een ander verenkleed, met in broedkleed een opvallende oranjebruine borst en buik.
Snelle feiten
- Grootste steltloper:
- De grootste steltloper van Europa.
- Kenmerkende snavel:
- Lange, sterk naar beneden gebogen snavel.
- Onmiskenbare roep:
- Melancholische 'koer-liii' roep.
- Witte stuit:
- Duidelijk zichtbaar in vlucht.
- Bedreigde status:
- Wereldwijd 'Bijna Bedreigd' door habitatverlies en verstoring.
Leuke weetjes
- De naam 'Wulp' is een onomatopee, afgeleid van zijn karakteristieke roep.
- Wulpen kunnen hun snavel gebruiken als een soort pincet om prooien diep uit de modder te trekken.
- Sommige Wulpen kunnen meer dan 30 jaar oud worden, wat uitzonderlijk is voor een steltloper.
- De Wulp is een belangrijke indicatorsoort voor de kwaliteit van graslanden en veengebieden.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Scolopacidae
- Geslacht
- Numenius
- Soort
- Numenius arquata
Ontdek de Wulp
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
