Birdby LogoBirdby
Tapuit (Oenanthe oenanthe)

Tapuit

Europa: Veilig (Least Concern). Nederland: Kwetsbaar (Vogelrichtlijn Bijlage I). De soort neemt in veel delen van zijn verspreidingsgebied af door habitatverlies.

Oenanthe oenanthe

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Tapuit is een kleine, slanke zangvogel die bekend staat om zijn langeafstandstrek. Het is een bodembewonende vogel die vaak rechtop zit en snel van de ene naar de andere plek hopt. De vogel heeft een karakteristieke witte stuit en buitenste staartpennen die contrasteren met de zwarte staarteinden, wat opvallend is tijdens de vlucht. Ze broeden in open, vaak rotsachtige of heideachtige landschappen.

Grootte en levensduur

Lengte
14-16 cm
Spanwijdte
26-32 cm
Gewicht
17-30 g
Levensduur
Gemiddeld 2-5 jaar, maximaal rond 9 jaar
Voedsel
Voornamelijk insecten en andere ongewervelde dieren, zoals spinnen, kevers, rupsen, vliegen en mieren. In de herfst worden ook bessen gegeten.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Mannetjes in broedkleed hebben een lichtgrijze kruin en rug, zwarte vleugels en zwarte wangen die overgaan in een donkere oogstreep. De onderzijde is wit tot crèmekleurig met een oranjebruine borst. Vrouwtjes zijn matter gekleurd, met bruingrijze bovendelen en een minder uitgesproken oogstreep. De borst is licht bruinachtig. Beide geslachten hebben een kenmerkende witte stuit en t-vormige zwarte staarttekening.
Snavelvorm
Slank, puntig en zwart, typisch voor insecteneters.
Oogkleur
Donkerbruin
Pootkleur
Zwart
Onderscheidende kenmerken
De meest opvallende kenmerken zijn de witte stuit en de t-vormige zwarte staarttekening (witte staart met zwart eindband) die goed zichtbaar zijn tijdens de vlucht. Mannetjes in broedkleed hebben een opvallend grijze kop en rug, plus een zwart masker.
Uiterlijk jongen
Juvenielen zijn bruinachtig gevlekt op de bovendelen en hebben een onregelmatig geschubde borst, lijkend op jonge Merels, maar met de typische witte stuit. Ze missen het scherpe contrast van de volwassen vogels.
Seizoensveranderingen
Mannetjes in het broedkleed (voorjaar/zomer) zijn spectaculairder gekleurd. In het najaar en de winter (rinkleed) lijken mannetjes meer op de vrouwtjes, met een doffer verenkleed, meer beige tinten en een vager masker, hoewel de grijze bovendelen nog vaak te onderscheiden zijn.
Geslachtsdimorfisme
Ja, mannetjes zijn helderder en contrastrijker gekleurd, vooral in het broedkleed, met een duidelijk grijsblauwe rug en kop, en een zwart masker. Vrouwtjes zijn doffer bruingrijs en hebben een minder scherp afgetekend masker.

Hoe herken je

  1. 1

    Witte Stuit en Staart

    Dit is het meest betrouwbare kenmerk, zichtbaar bij zowel zittende als vliegende vogels. Een witte stuit en de buitenste helft van de staartpennen die contrasteren met een t-vormige zwarte staartpunt. Geen andere Europese vogel heeft precies deze staarttekening.

  2. 2

    Houding en Gedrag

    Zit vaak rechtop op een steen, paaltje of heuveltje en knikt regelmatig. Hopt met snelle bewegingen over de grond. De combinatie van deze houding en de omgeving (open, schraal terrein) is een goede indicatie.

  3. 3

    Broedkleed Mannetje

    Grijze kruin en rug, zwarte vleugels en een opvallend zwart masker over de ogen. Witte keel en borst met een oranjebruine waas. Zeer kenmerkend en gemakkelijk te herkennen.

  4. 4

    Roep

    Het harde en droge 'tsjek-tsjek' of 'tak-tak' is een zeer kenmerkende roep, vooral wanneer de vogel gealarmeerd is.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Tundra, heide, bergweiden, steppe, schrale graslanden.
Verspreidingsgebied
Broedt in grote delen van Europa, Azië en het noorden van Noord-Amerika (Alaska en Oost-Canada). Overwintert in tropisch Afrika (ten zuiden van de Sahara) en Arabië. Het onderscheid in broedgebieden en trekroutes leidt tot verschillende ondersoorten (zie hieronder).
Hoogtebereik
Komt voor van zeeniveau tot op grote hoogte in bergachtige gebieden, afhankelijk van het verspreidingsgebied (bijv. tot 3000 meter in de Alpen).
Voorkeursomgevingen
Open, stenige of zanderige gebieden met korte vegetatie, zoals heidevelden, duinen, kale heuvels, akkers, steengroeven, en ruïnes. Vereist holen of spleten om in te nestelen, bijvoorbeeld verlaten konijnenholen, scheuren in rotsen of muren.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief.
Eetgewoonten
Zoekt voedsel voornamelijk op de grond door te rennen, te stoppen en insecten op te pikken. Springerig en actief. Soms vangt hij vliegende insecten in de vlucht. Vaak vanaf een verhoogd uitkijkpunt (steen, paaltje) foeragerend.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Tijdens de trek en in overwinteringsgebieden kunnen ze zich in kleine groepjes verzamelen, maar zijn zelden in grote zwermen te zien.
Vliegpatroon
Snelle, golvende vlucht, vaak laag over de grond. De witte stuit is dan duidelijk zichtbaar, contrasterend met de zwarte staartpunt. Kan ook biddend stilhangen in de lucht (hoveren) om prooien te lokaliseren.
Trekpatroon
Langeafstandstrekker. Europese broedvogels migreren via het Iberisch Schiereiland en Noord-Afrika naar overwinteringsgebieden in Sub-Sahara Afrika. Alaska broedvogels steken de Beringstraat over en migreren soms helemaal tot in Oost-Afrika, een van de langste trekroutes van kleine zangvogels ter wereld.
Territoriaal gedrag
Territoriaal tijdens het broedseizoen. Mannetjes verdedigen hun broedgebied intensief, vaak met zang en vertoningsvluchten.

Zang en geluiden

Zang
De zang is een kort, helder, melodieus en gevarieerd lied, bestaande uit een mengeling van fluittonen, raspende geluiden en imitatie van andere vogelsoorten. Vaak gezongen vanaf een uitkijkpost of in een zangvlucht.
Roep
De roep is een kenmerkend hard en droog 'tsjek' of 'tak-tak', vaak herhaald als de vogel opgewonden of gealarmeerd is. Ook een zacht 'hueet' of 'huit' als contactroep.
Wanneer hij roept
Vooral actief in de zang tijdens het broedseizoen, van maart tot juli. Roepgeluiden zijn het hele jaar door te horen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juli (afhankelijk van geografische locatie).
Nestgewoonten
Het nest wordt gebouwd in een holle ruimte op de grond, zoals een verlaten konijnenhol, een spleet in een rots, tussen stenen, onder struiken of in een holte van een muur. Het nest is een losse constructie van gras, mos en wortels, gevoerd met haar, wol en veren.
Legselgrootte
Meestal 1-2 legsels per jaar, met gemiddeld 5-7 eieren per legsel.
Eierbeschrijving
5-7 (soms 4-8) eieren per legsel, lichtblauw of blauwgroen, soms met fijne roodbruine stippen aan de stompe zijde.
Broedperiode
13-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
14-16 dagen na uitkomst komen de jongen uit het nest.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen. Na het uitvliegen worden de jongen nog enkele dagen gevoerd voordat ze zelfstandig worden.

Waar te vinden

Heidevelden

Open heidegebieden met zandige plekken en verspreide struiken zijn ideale broed- en doortrekgebieden.

Duinlandschappen

Vindplaatsen met lage vegetatie en zandverstuivingen, inclusief verlaten konijnenholen voor nestgelegenheid.

Bergen en Alpenweiden

In bergachtige streken broeden ze vaak boven de boomgrens op rotsachtige weiden.

Kustgebieden en Schorren

Tijdens de trek kunnen ze ook in deze open gebieden worden waargenomen.

Akkers en Steengroeven

Soms ook te vinden in open agrarische gebieden met kale plekken of in verstoorde grond zoals steengroeven.

Veldtips

  1. Let op rechtop zittende vogels. Ze zitten vaak op een verhoogd punt (paaltje, steen, struiktop) om de omgeving te overzien en te foerageren.
  2. Observeer de vlucht. Tijdens hun golvende vlucht is de witte stuit en de zwarte T op de staart erg opvallend en een uitstekend kenmerk.
  3. Luister naar de roep. De harde 'tsjek-tsjek' roep is vaak het eerste dat de aanwezigheid van een Tapuit verraadt.
  4. Zoek in de vroege ochtend of late avond. Ze zijn dan het meest actief met foerageren en zingen, vooral tijdens het broedseizoen.

Gelijkende soorten

Izabeltapuit

Oenanthe isabellina

De Izabeltapuit is groter en meer rechtopstaand, met een langere snavel en poten. De kleur is egaler zandbruin zonder grijs op de kop en rug. Het zwarte masker is veel minder prominent of afwezig. De witte stuit en t-vormige staarttekening zijn vergelijkbaar, maar de staartpunt is minder breed zwart.

Bonte Tapuit

Oenanthe pleschanka

Mannetjes Bonte Tapuit hebben een opvallend contrastrijke zwart-witte broedkleed: zwarte kop en bovendelen (met witte kruin bij het melanische morphe type) en witte onderdelen. De rug is witoor-achtig. Vrouwtjes zijn meer bruinachtig dan die van de gewone Tapuit, maar hebben wel een 'witte' look.

Grauwe Tapuit

Oenanthe oenanthe libanotica

Dit is een ondersoort van de gewone Tapuit. Mannetjes Grauwe Tapuit (ook wel oostelijke Tapuit genoemd) hebben een witter voorhoofd en een helderder getekende snavelbasis. Het grijs op de rug is vaak minder uitgebreid. Vrouwtjes zijn doorgaans wat bleker en minder roestkleurig dan de nominaatondersoort. Taxonomie is complex en ondersoorten zijn vaak moeilijk in het veld te onderscheiden.

Snelle feiten

Trekker:
Een van de langste trekkers onder de kleine zangvogels, met sommige populaties die 15.000 km enkele reis afleggen.
Subsoorten:
Er zijn meerdere ondersoorten (circa 10), waarvan 'O. o. oenanthe' (Europese), 'O. o. leucorroa' (Groenlandse) en 'O. o. libanotica' (oostelijke) de meest bekende zijn.
Habitat:
Voorkeur voor open terrein met korte vegetatie en grondholen.
Dieet:
Insecteneter, vangt vaak prooien door sprintjes en stopt.

Leuke weetjes

  • De Engelse naam 'Wheatear' is afgeleid van 'hwít' (wit) en 'ears' (achterste) in het Oudengels, verwijzend naar de opvallende witte stuit.
  • De Groenlandse ondersoort (O. o. leucorroa) is merkbaar groter en helderder gekleurd dan de Europese, en maakt een extreem lange trektocht.
  • Studies met geolokators hebben aangetoond dat sommige Tapuiten uit Alaska helemaal naar Afrika migreren, een ongelooflijke prestatie voor zo'n kleine vogel.
  • Tapuiten zijn meesters in het vinden van schuilplaatsen; ze gebruiken vaak konijnenholen of rotsspleten om te nestelen en te schuilen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Muscicapidae
Geslacht
Oenanthe
Soort
Oenanthe oenanthe

Ontdek de Tapuit

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app