Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Ivoormeeuw is een middelgrote meeuwensoort die bekend staat om zijn volledig witte verenkleed, wat een uitstekende camouflage biedt in zijn arctische habitat. Het is een standvogel in de hoge Arctische gebieden, met een zeer gespecialiseerde ecologie en gedrag, nauw verbonden met pakijs en open water.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 40-45 cm
- Spanwijdte
- 108-120 cm
- Gewicht
- 450-800 gram
- Levensduur
- Tot ongeveer 15-20 jaar in het wild
- Voedsel
- Zeer divers, omvat voornamelijk aas (walviskarkassen, zeehonden), vis, weekdieren, schaaldieren, eieren en kuikens van andere zeevogels, en soms uitwerpselen van roofdieren. Ze zijn opportunistische eters en volgen vaak ijsberen.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Volwassen vogels zijn geheel sneeuwwit, zonder enige donkere markeringen. Juvenielen hebben zwarte vlekken op de kop, vleugels en staart, die geleidelijk verdwijnen naarmate ze ouder worden.
- Snavelvorm
- Relatief klein en stevig, met een lichtgele tot geelgroene kleur en een donkere, vaak roodachtige punt.
- Oogkleur
- Zwart
- Pootkleur
- Zwart
- Onderscheidende kenmerken
- Het meest onderscheidende kenmerk is het volledig witte verenkleed van volwassen vogels en de opvallende gele snavel met donkere punt. De relatief korte poten en robuuste bouw zijn ook kenmerkend.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen in hun eerste winter hebben een witte basiskleur met variabele zwarte vlekken: een donkere oogvlek, donkere vlekken op de rug en vleugeldekveren, en een donkere band op de staartpunt. De snavel is donkerder dan die van volwassenen, vaak grijs of zwartachtig met een lichtere basis.
- Seizoensveranderingen
- Bij volwassen vogels geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed; ze blijven het hele jaar door spierwit. Juvenielen verliezen geleidelijk hun donkere markeringen in hun tweede en derde kalenderjaar.
- Geslachtsdimorfisme
- Niet aanwezig; mannetjes en vrouwtjes zijn qua uiterlijk identiek, hoewel mannetjes mogelijk iets groter zijn.
Hoe herken je
- 1
Verenkleed (volwassen)
Volledig, ongerept wit lichaam en vleugels zonder enige donkere markering. Dit is uniek onder meeuwen.
- 2
Snavel
Relatief kleine, stevige snavel die geel of geelgroen is met een duidelijke donkere, vaak roodachtige punt.
- 3
Poten
Zwarte poten, een kenmerk dat afwijkt van de meeste andere 'witte' meeuwen die roze poten hebben.
- 4
Juveniel verenkleed
Witte basis met variabele zwarte vlekken op de kop (rond het oog), rug, vleugels en een zwarte staartband. Dit is een belangrijke indicator voor jonge vogels.
- 5
Habitat
Bijna uitsluitend te vinden in de hoge Arctis, vaak in de buurt van pakijs of aan de rand daarvan. Waarnemingen buiten dit gebied zijn zeer zeldzaam.
- 6
Vlucht
De geheel witte verschijning in de vlucht is opvallend. De vleugels zijn relatief breed en de vlucht is krachtig.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Poolgebieden, arctische toendra, pakijsgebieden
- Verspreidingsgebied
- Circumpolair Arctisch gebied, broedt op eilanden en kusten van de hoge Arctis, zoals Groenland, Canada (Arctische Archipel), Svalbard, Frans Jozefland, Severny-eiland en andere Russische arctische eilanden. Overwintert in gebieden met drijfijs aan de randen van het pakijs, soms zuidelijker drijvend met het ijs.
- Hoogtebereik
- Meestal op zeeniveau, broedt op kliffen en rotsachtige kusten tot enkele honderden meters boven zeeniveau.
- Voorkeursomgevingen
- Hoge Arctis, kustgebieden met kliffen en rotsachtige uitstulpingen voor kolonies, open water tussen pakijs (polynia's en leads), ijsranden, en gebieden waar zeezoogdieren en vis beschikbaar zijn.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Dagactief, maar in de Arctische zomer, met continue daglicht, zijn ze 24 uur per dag actief.
- Eetgewoonten
- Zeer opportunistisch, volgt vaak ijsberen om te profiteren van hun prooien. Eet aas van walvissen en zeehonden, pikt voedsel van het wateroppervlak, duikt soms naar ondiep water, en plundert nesten van andere zeevogels. Zoekt ook voedsel langs ijsranden en in open water.
- Sociaal gedrag
- Broedt in kleine, losse kolonies, vaak op geïsoleerde kliffen. Buiten het broedseizoen solitair of in kleine groepjes, vaak in associatie met ijs en open water. Kan agressief zijn tegenover soortgenoten bij voedselbronnen.
- Vliegpatroon
- Elegant en doelgericht, met krachtige vleugelslagen. Kan zweven bij thermiek en wind. In de lucht lijkt het een 'zachte' indruk te maken door het volledig witte verenkleed.
- Trekpatroon
- Korte-afstandstrekker of gedeeltelijke trekker. Trekt in de winter niet ver van zijn broedgebieden, maar volgt de rand van het pakijs zuidwaarts tot de ijsgrens. Sommige populaties zijn meer sedentair. Zwervers kunnen ver buiten hun normale verspreidingsgebied worden waargenomen.
- Territoriaal gedrag
- Verdedigt een klein territorium rond het nest binnen de kolonie, maar is minder territoriaal bij voedselbronnen buiten het broedseizoen.
Zang en geluiden
- Zang
- Heeft geen specifieke zang. Vocalisaties zijn meestal scherp en rauw.
- Roep
- Meest voorkomende roep is een luide, scherpe, raspende 'kree-aah' of 'klee-uh'. Klinkt harder en minder melodieus dan veel andere meeuwen. Kan ook klagende, katachtige geluiden produceren.
- Wanneer hij roept
- Vooral luidruchtig in de broedkolonies, maar ook te horen tijdens het foerageren en bij interacties met soortgenoten.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Mei tot juli, afhankelijk van de locatie en het smelten van het ijs. Eieren worden meestal gelegd in juni.
- Nestgewoonten
- Nesten op richels en spleten van steile kliffen, vaak in kleine kolonies. Het nest is een ondiepe uitholling bekleed met mos, korstmossen, gras en veren.
- Legselgrootte
- 1-3 eieren, meestal 2
- Eierbeschrijving
- Eén tot drie eieren (meestal twee), olijfgroen tot lichtbruin van kleur met donkerdere vlekken en spikkels.
- Broedperiode
- 24-28 dagen, uitgevoerd door beide ouders.
- Uitvliegperiode
- 30-35 dagen na uitkomen. De jongen verlaten het nest voordat ze volledig kunnen vliegen, maar zijn dan al behoorlijk mobiel.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders broeden en zorgen voor de jongen. Ze verdedigen het nest fel tegen roofdieren zoals poolvossen en andere zeevogels.
Waar te vinden
Arctische broedkolonies
Steile kliffen en rotsachtige kusten van arctische eilanden zoals Svalbard, Groenland, en Canadese Arctische Archipel.
Arctische zeegebieden
Aan de randen van het pakijs, in polynia's (open water tussen ijs) en langs ijsranden, waar ze op zoek gaan naar voedsel.
Zwerfwaarnemingen
Zeer zelden in gematigde streken als zwerver, meestal na perioden van strenge kou of sterke stormen die ze uit hun normale leefgebied duwen. Deze waarnemingen zijn zeer waardevol.
Veldtips
- Locatie en tijd. De beste kansen om Ivoormeeuwen te zien zijn tijdens expedities naar de hoge Arctis, vooral in de zomermaanden op broedplaatsen, of in de winter langs de ijsrand.
- Zoek naar aas. Ze worden vaak gevonden in de buurt van karkassen van zeezoogdieren (walvissen, zeehonden) of bij jagers zoals ijsberen.
- Observeer ijsbewegingen. Ivoormeeuwen zijn nauw verbonden met drijfijs; gebieden met veel ijs en open water zijn de meest waarschijnlijke plaatsen om ze te vinden.
- Verrekijker en telescoop. Essentieel voor het waarnemen van deze vaak afgelegen vogel en voor het onderscheiden van juvenielen. Let goed op de snavelkleur en pootkleur.
Gelijkende soorten
Stormmeeuw
Larus canus
De Stormmeeuw is kleiner en heeft een donkergrijze rug, zwarte vleugelpunten, gele snavel en groengele poten. De Ivoormeeuw is geheel wit.
Grote Burgemeester
Larus hyperboreus
Volwassen Grote Burgemeesters zijn ook overwegend wit, maar hebben een lichtgrijze rug en vleugeldekveren, roze poten en een zware gele snavel met een rode vlek. Juvenielen zijn duidelijk bruin/grijs gevlekt. De Ivoormeeuw is volledig wit zonder grijs, en heeft zwarte poten.
Kleine Burgemeester
Larus glaucoides
De Kleine Burgemeester is kleiner dan de Grote Burgemeester, maar heeft ook een lichtgrijze rug, roze poten en een gele snavel met rode vlek. Het ontbreekt aan zwarte vleugelpunten. Ook deze soort is niet volledig wit zoals de Ivoormeeuw.
Snelle feiten
- Broedgebied:
- Hoge Arctis
- Uniek kenmerk:
- Volledig wit verenkleed als volwassene
- Dieet:
- Opportunistische aaseter en roofdier
- Status:
- Bijna bedreigd
- Pootkleur:
- Zwart
Leuke weetjes
- De Ivoormeeuw is de enige meeuwensoort die volledig wit is als volwassene, wat hem de bijnaam 'Sneeuwmeeuw' heeft opgeleverd.
- Ze worden vaak gezien in het gezelschap van ijsberen, wiens jachtresten een belangrijke voedselbron vormen, waardoor ze een fascinerende ecologische relatie hebben.
- De wetenschappelijke naam 'Pagophila eburnea' betekent 'ijsliefhebber' (Pagophila) en 'ivoorkleurig' (eburnea), een perfecte beschrijving van deze arctische soort.
- Vanwege hun afgelegen en uitdagende habitat behoren Ivoormeeuwen tot de minst bestudeerde meeuwensoorten ter wereld.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Charadriiformes
- Familie
- Laridae
- Geslacht
- Pagophila
- Soort
- Pagophila eburnea
Ontdek de Ivoormeeuw
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.