Birdby LogoBirdby
Indische Pauw (Pavo cristatus)

Indische Pauw

Niet bedreigd (Least Concern)

Pavo cristatus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Indische Pauw is een grote, kleurrijke vogel, voornamelijk bekend om het spectaculaire pronkgedrag van het mannetje. Het mannetje, de pauw, heeft een buitengewoon lange staartbedekking van zo'n 150 tot 200 veren die het kan opzetten tot een indrukwekkende waaier tijdens de balts. Deze soort is inheems in het Indiase subcontinent en wordt vaak aangetroffen in open bossen, landbouwgebieden en nabij menselijke bewoning. Ze zijn omnivoor en spelen een rol in het ecosysteem als zaadverspreiders en insecteneters. Vanwege hun opvallende uiterlijk en geluid zijn ze wereldwijd populair in parken en tuinen.

Grootte en levensduur

Lengte
Mannetje: 180-230 cm (inclusief staartbedekking); Vrouwtje: 90-100 cm
Spanwijdte
Mannetje: 130-160 cm; Vrouwtje: 110-130 cm
Gewicht
Mannetje: 4-6 kg; Vrouwtje: 2.8-4 kg
Levensduur
Tot 20 jaar in het wild, langer in gevangenschap (tot 25-30 jaar)
Voedsel
Omnivoor; voornamelijk zaden, granen, fruit, insecten, kleine reptielen, amfibieën en knaagdieren

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Mannetje: Bronzegroene en blauwgroene iriserende kop, nek en borst. De rug is koperkleurig groen, de onderbuik donker. De imposante staartbedekking (niet de echte staartveren) is groen met vele 'ogen' of ocelli die blauw, brons en goudkleurig zijn. De echte staartveren eronder zijn donkerbruin. Vrouwtje: Overwegend doffer van kleur, met een bruinige tot grijze kop en nek, een groenige borst en een wittige onderbuik. Ze heeft ook een kuif, maar mist de lange, opvallende staartbedekking van het mannetje. Juveniel: Lijkt op het vrouwtje, maar is over het algemeen nog doffer en minder gedefinieerd in kleurpatronen. Jonge mannetjes beginnen pas na het tweede levensjaar hun kenmerkende staartbedekking te ontwikkelen.
Snavelvorm
Kort, stevig, conisch en donkergrijs tot zwart van kleur.
Oogkleur
Donkerbruin, omringd door een kaal, witachtig gebied.
Pootkleur
Grijsbruin, met stevige poten en sporen (bij mannetjes) die kunnen worden gebruikt in gevechten.
Onderscheidende kenmerken
De meest onderscheidende kenmerken zijn de lange, spectaculaire staartbedekking van het mannetje met de 'ogen', de metaalglanzende blauwgroene en groene kleuren, en de veerkuif op de kop van beide geslachten.
Uiterlijk jongen
Jonge vogels lijken op vrouwtjes, met een doffere bruin-grijze tint en zonder de kenmerkende staartbedekking van het volwassen mannetje. De kuif is aanwezig maar minder prominent.
Seizoensveranderingen
De mannetjes ruien hun lange staartbedekking na het broedseizoen (meestal in de nazomer of vroege herfst) en beginnen deze het volgende voorjaar weer te laten groeien ter voorbereiding op een nieuw broedseizoen. De basiskleuren van het lichaam veranderen echter niet seizoensgebonden.
Geslachtsdimorfisme
Zeer uitgesproken. Mannetjes zijn veel groter en veel opvallender gekleurd met de extreem lange, iriserende staartbedekking. Vrouwtjes zijn kleiner, doffer van kleur en missen de lange staartbedekking.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en Vorm

    Zeer groot, met een lange nek en relatief kleine kop. Mannetjes vallen op door hun extreem lange, sleepachtige staartbedekking. Vrouwtjes zijn kleiner en plomper van bouw.

  2. 2

    Kleuren van het Mannetje

    De onmiskenbare iriserende blauwe en groene kleuren van de kop, nek en borst, gecombineerd met de spectaculaire 'oog'-patronen op de staartbedekking.

  3. 3

    Kleuren van het Vrouwtje

    Doffer bruin-grijs met een groene borst en een witte buik, maar wel met de karakteristieke kuif en de kale witte vlek rond het oog.

  4. 4

    Kuif

    Beide geslachten hebben een kuif van veerachtige structuren, die bij het mannetje prominenter is.

  5. 5

    Roep

    De luide, schelle 'mee-yow' of 'piauw' roep is zeer kenmerkend en vaak al van ver te horen, zelfs voordat de vogel zelf wordt gezien.

  6. 6

    Gedrag

    Het opzetten van de staartwaaier door het mannetje tijdens de balts is een duidelijke identificatie. Ook hun gewoonte om in bomen te roesten.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Tropische en subtropische droge loofbossen, open bosland, struikgewas en gecultiveerde gebieden.
Verspreidingsgebied
Inheems in India, Sri Lanka, Pakistan, Bangladesh en Nepal. Is breed geïntroduceerd in vele delen van de wereld als sierwatervogel en heeft op sommige plaatsen verwilderde populaties gevormd (bijv. in delen van de Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika).
Hoogtebereik
Voornamelijk in laaglanden, maar kan worden gevonden tot op hoogtes van ongeveer 1800-2000 meter in de Himalaya-voorgebergte.
Voorkeursomgevingen
Open bossen met struikgewas, bosranden, rivieroevers, landbouwgebieden nabij beboste plekken, tuinen en parken. Ze zoeken graag beschutting in bomen om te slapen en te schuilen.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief). Ze brengen de dag door met foerageren en rusten, en roesten 's nachts in hoge bomen voor bescherming.
Eetgewoonten
Scharrelen voornamelijk op de grond naar voedsel. Ze pikken zaden, granen, bessen, fruit, insecten (zoals sprinkhanen en termieten), wormen, hagedissen en kleine slangen. Ze kunnen ook oogsten van landbouwgewassen zoals rijst of pinda's eten.
Sociaal gedrag
Over het algemeen sociaal, vooral buiten het broedseizoen leven ze in kleine groepen. Mannetjes zijn polygaam en proberen meerdere vrouwtjes aan te trekken. Tijdens de baltsperiode zijn mannetjes zeer territoriaal en verdedigen ze hun baltsplekken.
Vliegpatroon
Zware, krachtige en luidruchtige vliegers, maar over het algemeen geen langeafstandsvliegers. Ze vliegen meestal korte afstanden, vaak van de grond naar een boomtak om te slapen of om te ontsnappen aan gevaar. Hun vlucht is relatief laag bij de grond.
Trekpatroon
Niet-trekkend; standvogel in zijn hele verspreidingsgebied.
Territoriaal gedrag
Mannetjes zijn territoriaal tijdens het broedseizoen, waarbij ze baltsplekken verdedigen en agressief kunnen zijn tegen andere mannetjes. Vrouwtjes zijn minder territoriaal.

Zang en geluiden

Zang
De Indische Pauw heeft geen zang in de traditionele zin. Het mannetje produceert verschillende luide, schrille roepen die dienen om vrouwtjes aan te trekken en rivalen af te schrikken.
Roep
Meest kenmerkende roep is een luid, schel, doordringend 'mee-yow' of 'kee-aw'. Dit geluid wordt vaak als 'piauw' omschreven. Ze maken ook een serie snellere roepen als ze opgewonden zijn of alarm slaan. De alarmroep is vaak een reeks scherpe 'kak-kak-kak' geluiden. Vrouwtjes en juvenielen maken ook roepen, maar deze zijn doorgaans zachter en minder frequent dan die van het mannetje.
Wanneer hij roept
Het meest vocaal tijdens het broedseizoen, vooral in de vroege ochtend en late avond. Ze roepen ook vaak voor of tijdens regenbuien, wat hen de bijnaam 'regenvoorspeller' oplevert. Alarmroepen kunnen op elk moment van de dag of nacht voorkomen bij verstoring.

Voortplanting

Broedseizoen
Variabel, afhankelijk van het geografische gebied en het begin van de moessonregens. Meestal maart tot oktober in India, met een piek in de moessonmaanden (juni-september).
Nestgewoonten
Vrouwtjes bouwen een ondiep, met bladeren en takjes bekleed nest op de grond, vaak op een beschutte plek onder struikgewas of in dicht struikgewas. Soms worden verlaten nesten van andere grote vogels in bomen gebruikt.
Legselgrootte
Meestal 3 tot 6 eieren, soms tot 8 of 10.
Eierbeschrijving
Roomwit tot lichtbruin, ovaal van vorm, enigszins glanzend en ongevlekt.
Broedperiode
28 tot 30 dagen. Alleen het vrouwtje broedt de eieren uit.
Uitvliegperiode
Kuikens zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze zijn binnen enkele weken in staat om korte stukjes te vliegen en beginnen met zelfstandig foerageren, maar blijven enkele maanden onder de zorg van de moeder.
Ouderlijke zorg
Het vrouwtje zorgt alleen voor de eieren en de opvoeding van de kuikens. Ze beschermt ze fel en leert ze foerageren. Mannetjes dragen niet bij aan de ouderlijke zorg.

Waar te vinden

Natuurlijke habitat (Indiaas subcontinent)

In open bossen, bosranden, savannegebieden en landbouwlandschappen, vooral nabij waterbronnen en dorpen. Veel parken en tempelgronden in India herbergen grote populaties.

Geïntroduceerde populaties

Verwilderde populaties zijn te vinden in diverse delen van de wereld, zoals in sommige stedelijke parken en landgoederen in Florida (VS), Californië (VS), Australië en diverse Europese landen.

Dierentuinen en parken

Zeer algemeen in dierentuinen, wildparken, en grote landgoederen wereldwijd, vaak vrij rondlopend.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De luide roep draagt ver en is vaak de eerste indicatie van hun aanwezigheid, vooral in de vroege ochtend of late namiddag.
  2. Zoek in open bosranden. Ze foerageren graag op open plekken maar blijven dicht bij dekking van bomen of struiken voor veiligheid.
  3. Observeer in de broedtijd. Tijdens de broedtijd (moessonmaanden in India) zijn de mannetjes het meest actief met baltsgedrag en het opzetten van hun staartwaaier.
  4. Kijk omhoog bij zonsondergang. Pauwen roesten 's nachts in hoge bomen. Ze zijn vaak te zien terwijl ze naar hun roestplaatsen vliegen rond zonsondergang.
  5. Bezoek tempelgronden. In India worden pauwen als heilig beschouwd en zijn ze vaak tam en gemakkelijk te observeren op tempelgronden en in dorpen.

Gelijkende soorten

Groene Pauw

Pavo muticus

De Groene Pauw (Pavo muticus) heeft een groenere, meer schubachtige nek en borst, een langere kuif die puntig is in plaats van waaiervormig, en een donkere vlek achter het oog. De staartbedekking van het mannetje is ook groeniger. De Groene Pauw is over het algemeen slanker en heeft andere roepen. Het vrouwtje van de Groene Pauw is ook kleurrijker dan het vrouwtje van de Indische Pauw en lijkt meer op het mannetje.

Congopauw

Afropavo congensis

De Congopauw is een veel kleinere, minder kleurrijke soort die uitsluitend in de regenwouden van Centraal-Afrika voorkomt. De mannetjes hebben geen lange staartbedekking met 'ogen', en het algehele uiterlijk, inclusief de kuif, is zeer verschillend. Er is geen verwarring mogelijk met de Indische Pauw.

Snelle feiten

Nationale vogel van:
India
Levensduur:
Tot 20 jaar in het wild
Dieet:
Omnivoor
Sociale structuur:
Polygaam, mannetjes solitairder, vrouwtjes met jongen in groepen
Staat van instandhouding:
Niet bedreigd

Leuke weetjes

  • Het 'oog' op een pauwenveer wordt een ocellus genoemd.
  • De lange 'staart' van het mannetje bestaat eigenlijk uit verlengde staartdekveren en niet uit de echte staartveren.
  • Pauwen staan bekend om hun vermogen om luide alarmroepen te produceren bij het waarnemen van roofdieren zoals tijgers of luipaarden, waardoor ze andere dieren waarschuwen.
  • In de hindoeïstische mythologie wordt de pauw geassocieerd met de god Kartikeya (Skanda), de god van de oorlog, en wordt hij gezien als een symbool van schoonheid, koningschap en onsterfelijkheid.
  • De 'ogen' op de staartveren van de pauw zijn niet gepigmenteerd; hun kleuren zijn het resultaat van de microscopische structuur van de veren die licht reflecteren en breken (structurele kleuring).

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Galliformes
Familie
Phasianidae
Geslacht
Pavo
Soort
Pavo cristatus

Ontdek de Indische Pauw

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app