Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Fazant is een grote, opvallende hoenderachtige vogel, oorspronkelijk afkomstig uit Azië, maar wijdverspreid geïntroduceerd in Europa en Noord-Amerika als jachtwild. De mannetjes zijn zeer kleurrijk en gemakkelijk te herkennen, terwijl de vrouwtjes een meer gecamoufleerd verenkleed hebben. Ze zijn voornamelijk grondbewoners en staan bekend om hun snelle, explosieve opvliegen.
Grootte en levensduur
- Lengte
- Man: 70-90 cm (inclusief staart van 35-50 cm); Vrouw: 55-70 cm (inclusief staart van 20-25 cm)
- Spanwijdte
- 70-90 cm
- Gewicht
- Man: 0.9-1.5 kg; Vrouw: 0.7-1.2 kg
- Levensduur
- Gemiddeld 1-3 jaar in het wild, tot 7 jaar in gevangenschap
- Voedsel
- Omnivoor, voornamelijk zaden, granen, bessen, wortels, insecten, wormen en slakken.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Man: Glanzend groenblauwe kop met rode naakte huid rond de ogen (wratten), vaak een witte halsring (afhankelijk van ondersoort), koperkleurige tot goudbruine romp met donkere schubbenpatronen, paarsachtige glans op de nek en borst, lange gestreepte staartveren. Vrouw: Overwegend bruin met donkere vlekken en strepen, wat zorgt voor uitstekende camouflage, kortere staart.
- Snavelvorm
- Korte, stevige, kegelvormige snavel, lichtgeel tot hoornkleurig.
- Oogkleur
- Geelbruin tot oranje.
- Pootkleur
- Grijsbruin, met sporen bij volwassen mannetjes.
- Onderscheidende kenmerken
- De lange, puntige staart is een kenmerkend identificatiepunt voor beide geslachten, hoewel veel langer bij het mannetje. De felgekleurde kop en rode 'wratten' van het mannetje zijn onmiskenbaar.
- Uiterlijk jongen
- Jonge vogels lijken op vrouwtjes, maar zijn over het algemeen doffer van kleur en hebben kortere staarten. Jonge mannetjes beginnen in de herfst hun kenmerkende verenkleed te ontwikkelen.
- Seizoensveranderingen
- Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het verenkleed van het mannetje is het hele jaar door opvallend.
- Geslachtsdimorfisme
- Zeer uitgesproken. Mannetjes zijn veel groter, kleurrijker en hebben een aanzienlijk langere staart dan de onopvallende, bruine vrouwtjes.
Hoe herken je
- 1
Grootte en Vorm
Let op de grote, robuuste lichaamsbouw en de zeer lange staart, vooral bij het mannetje. Vrouwtjes zijn kleiner en hebben een kortere staart.
- 2
Verenkleed Man
Zoek naar de glanzende groenblauwe kop, de rode 'wratten' rond de ogen en de koperkleurige tot goudbruine romp met donkere schubben. Vaak is er een witte halsring aanwezig.
- 3
Verenkleed Vrouw
Vrouwtjes zijn bruin met donkere vlekken en strepen, wat zorgt voor camouflage. Ze zijn minder opvallend dan de mannetjes.
- 4
Gedrag
Fazanten worden vaak rennend op de grond gezien. Bij verstoring vliegen ze explosief op met een luid geratel van vleugels. Ze zijn vaak te vinden langs bosranden, heggen en akkers.
- 5
Roep
Luister naar de kenmerkende, raspende 'kok-kok' roep van het mannetje, vaak gevolgd door een vleugelslag, vooral in het voorjaar.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Graslanden, akkers, bosranden, struikgewas, open bossen, moerassen, duinen.
- Verspreidingsgebied
- Oorspronkelijk Azië (van de Kaukasus tot Japan en China). Wijdverspreid geïntroduceerd in Europa, Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. In Nederland is het een algemene standvogel.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 3000 meter in delen van zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied. In Nederland voornamelijk in laagland.
- Voorkeursomgevingen
- Mozaïeklandschappen met een afwisseling van akkers, graslanden, heggen, bosjes en ruige vegetatie. Ze hebben dekking nodig om te schuilen en te slapen, en open gebieden om te foerageren. In de regio Hulst, Zeeland, zijn ze te vinden in de polders, langs akkerlanden, in kleine bosjes en langs dijken.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief), voornamelijk actief in de vroege ochtend en late namiddag.
- Eetgewoonten
- Foerageert voornamelijk op de grond, scharrelend en krabbend met de poten om voedsel te vinden. Eet een breed scala aan plantaardig materiaal (zaden, granen, bessen, wortels) en ongewervelden (insecten, wormen, slakken).
- Sociaal gedrag
- Buiten het broedseizoen leven fazanten vaak in kleine groepen, soms gescheiden naar geslacht. Tijdens het broedseizoen zijn mannetjes territoriaal en polygaam, waarbij ze proberen een harem van vrouwtjes te verzamelen.
- Vliegpatroon
- Vliegt zelden over lange afstanden. Vliegt op met een luide, explosieve vleugelslag, vaak recht omhoog, en glijdt dan met snelle vleugelslagen over korte afstanden. Geeft de voorkeur aan rennen om te ontsnappen aan gevaar.
- Trekpatroon
- Standvogel in Nederland en de meeste geïntroduceerde gebieden. Geen trekgedrag.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes zijn territoriaal tijdens het broedseizoen, verdedigen hun territorium tegen andere mannetjes met dreighoudingen en gevechten. Vrouwtjes zijn minder territoriaal.
Zang en geluiden
- Zang
- Het 'lied' van het mannetje is een kenmerkende, luide, raspende 'kok-kok' of 'krr-krrk' roep, vaak gevolgd door een snelle vleugelslag. Dit wordt voornamelijk in het broedseizoen gehoord.
- Roep
- Naast de broedroep van het mannetje, produceren fazanten diverse alarmroepen, zoals een scherp 'fiet-fiet' bij verstoring, en zachte contactgeluiden tussen groepsleden.
- Wanneer hij roept
- De luide roep van het mannetje is het meest prominent in de vroege ochtend en late avond tijdens het broedseizoen (maart-juni). Alarmroepen kunnen het hele jaar door gehoord worden bij verstoring.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Maart tot juli, met een piek in april-mei.
- Nestgewoonten
- Het nest is een ondiepe kuil op de grond, vaak verborgen in dichte vegetatie zoals hoog gras, struikgewas of onder heggen. Het wordt bekleed met gras, bladeren en wat veren.
- Legselgrootte
- Gemiddeld 8-15 eieren, maar kan variëren van 6 tot 20. Grotere legsels kunnen het resultaat zijn van meerdere vrouwtjes die eieren in hetzelfde nest leggen (broedparasitisme).
- Eierbeschrijving
- Olijfgroen tot bruinachtig, soms lichtblauw, zonder vlekken. Glanzend en ovaalvormig. Ongeveer 45 x 36 mm.
- Broedperiode
- 23-26 dagen, uitsluitend door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- Kuikens zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze kunnen na ongeveer 12-14 dagen korte vluchten maken en zijn na 70-80 dagen volledig onafhankelijk.
- Ouderlijke zorg
- Alleen het vrouwtje broedt de eieren uit en zorgt voor de kuikens. Het mannetje speelt geen rol in de opvoeding.
Waar te vinden
Akkers en Graslanden
In de polders rond Hulst, Zeeland, zijn fazanten veelvoorkomend langs de randen van akkers met maïs, graan of suikerbieten, en in aangrenzende graslanden.
Bosranden en Struikgewas
Zoek naar fazanten langs de randen van kleine bosjes, houtwallen en dichte struikgewas, die dekking bieden. Bijvoorbeeld in de buurt van de Clingse Bossen of andere kleine natuurgebieden in de omgeving.
Dijken en Waterkanten
Langs de dijken en waterkanten met ruige vegetatie in de Zeeuwse polders kunnen fazanten ook worden waargenomen, vooral in de vroege ochtend of late avond.
Natuurgebieden
In bredere zin zijn fazanten te vinden in diverse natuurgebieden in Zeeland, zoals de Braakman of de krekengebieden, waar een mozaïek van open en dichte vegetatie aanwezig is.
Veldtips
- Tijdstip. De beste tijden om fazanten te spotten zijn de vroege ochtend en de late namiddag, wanneer ze het meest actief zijn met foerageren.
- Luister. Luister naar de kenmerkende roep van het mannetje in het voorjaar. Dit kan je helpen hun aanwezigheid te lokaliseren, zelfs als je ze nog niet ziet.
- Zoek naar dekking. Fazanten houden van plekken met dichte vegetatie waar ze kunnen schuilen. Scan de randen van velden, heggen en bosjes.
- Wees geduldig en stil. Fazanten zijn schuw. Beweeg langzaam en stil, en gebruik een verrekijker om ze van een afstand te observeren zonder ze te verstoren.
- Let op sporen. In modderige grond of sneeuw kun je soms hun pootafdrukken vinden, wat een indicatie kan zijn van hun aanwezigheid.
Gelijkende soorten
Patrijs
Perdix perdix
De Patrijs is aanzienlijk kleiner en ronder van vorm, heeft een kortere staart en mist de opvallende kleuren en rode gezichtstekening van de mannetjesfazant. Het verenkleed is meer grijsbruin met een roestbruine borstvlek.
Korhoen
Lyrurus tetrix
Het Korhoen is zeldzaam in Nederland en heeft een ander silhouet. Mannetjes Korhoen zijn zwart met een lierstaart en rode wenkbrauwstrepen, vrouwtjes zijn bruin gestreept. Ze zijn over het algemeen kleiner dan fazanten en leven in heide- en veengebieden.
Snelle feiten
- Oorsprong:
- Azië
- Status Nederland:
- Algemene standvogel
- Voedsel:
- Omnivoor (zaden, granen, insecten)
- Broedsel:
- Grondnest, 8-15 eieren
- Vlucht:
- Korte, explosieve vlucht
Leuke weetjes
- De naam 'Fazant' is afgeleid van de rivier de Phasis (nu Rioni) in Georgië, waar de soort voor het eerst door de oude Grieken werd waargenomen.
- Fazanten zijn vaak het doelwit van de jacht, wat heeft bijgedragen aan hun wijdverspreide introductie en beheer in veel delen van de wereld.
- Hoewel ze goed kunnen vliegen, geven fazanten er de voorkeur aan om te rennen en zich te verstoppen bij gevaar. Ze kunnen verrassend snel zijn op de grond.
- De witte halsring, die bij veel mannetjesfazanten voorkomt, is een kenmerk van een specifieke ondersoort (Phasianus colchicus colchicus) en is niet bij alle fazanten aanwezig.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Galliformes
- Familie
- Phasianidae
- Geslacht
- Phasianus
- Soort
- Phasianus colchicus
Ontdek de Fazant
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
