Birdby LogoBirdby
Fitis (Phylloscopus collybita)

Fitis

Niet bedreigd (Least Concern)

Phylloscopus collybita

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Fitis is een kleine, slanke zangvogel met een onopvallend verenkleed. Hij staat bekend om zijn karakteristieke zang die klinkt als 'tjif-tjaf', waaraan hij zijn Nederlandse (en oudere Engelse) naam ontleent. Het is een van de meest algemene broedvogels in een groot deel van Europa en Azië.

Grootte en levensduur

Lengte
10-12 cm
Spanwijdte
18-24 cm
Gewicht
6-9 gram
Levensduur
2-3 jaar (maximaal 7 jaar waargenomen)
Voedsel
Ongewervelden, voornamelijk insecten en hun larven, spinnen. In de herfst soms ook bessen en vruchten.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Bovenzijde grijsgroen tot olijfbruin, onderzijde vuilwit tot geelwit. Vaak met een vage geelbruine waas op de flanken. Heeft een duidelijke, vaak gelige wenkbrauwstreep, donkere oogstreep, en een donkere pootkleur (verschilt per ondersoort maar vaak donker, soms lichter). Tertials en dekveren van de slagpennen hebben vaak lichte randen. Geen opvallende vleugelstrepen.
Snavelvorm
Slank, puntig, donker van boven en lichter aan de onderzijde (hoornkleurig of geelachtig).
Oogkleur
Donkerbruin
Pootkleur
Donkerbruin tot zwart (ondersoort 'collybita', 'abietinus'), soms lichter bruinachtig (ondersoort 'tristis').
Onderscheidende kenmerken
De algehele indruk is die van een 'gewone', vrij onopvallende kleine zangvogel. De zang is echter het meest kenmerkende. Fitisachtigen zijn bekend om hun actieve gedrag, voortdurend bewegend door de vegetatie. Onduidelijke wenkbrauwstreep en donkere poten zijn vaak goede kenmerken ten opzichte van de Tjiftjaf (lichte poten) en Fitis (heldere wenkbrauwstreep, gele en lichte poten). Let op: deze kenmerken zijn variabel en kunnen leiden tot verwarring.
Uiterlijk jongen
Jonge vogels zijn na het uitvliegen iets egaler van kleur, vaak met een meer geelbruine tint. Ze missen de slijtage van het verenkleed die oudere vogels in de nazomer kunnen vertonen.
Seizoensveranderingen
Het verenkleed slijt gedurende het broedseizoen, waardoor de kleuren fletser en minder contrastrijk worden. Na de rui in de nazomer zijn de kleuren frisser en meer uitgesproken.
Geslachtsdimorfisme
Geen merkbaar verschil in verenkleed tussen mannetjes en vrouwtjes. Mannetjes zijn doorgaans iets groter.

Hoe herken je

  1. 1

    Zang

    Dit is het meest betrouwbare kenmerk! De onmiskenbare, ritmische 'tjif-tjaf, tjif-tjaf' is uniek voor de Fitis en maakt identificatie eenvoudig, zelfs bij slecht zicht.

  2. 2

    Pootkleur

    Let op de donkere poten (zwart of donkerbruin). Dit is een goed onderscheidend kenmerk ten opzichte van de Fitis, die lichte poten heeft.

  3. 3

    Verenkleed

    Een algemene indruk van olijfgroen op de rug en vuilwit op de buik, met een vaak lichtgele waas op de flanken. De wenkbrauwstreep is minder opvallend dan bij de Fitis. Let op de relatief ingetogen kleuren.

  4. 4

    Gedrag

    Zeer actieve vogel, voortdurend in beweging in het bladerdak, vaak met snelle, korte vluchtjes. Zoekt actief naar insecten.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde breedbladige en gemengde bossen, naaldbossen, taiga, moerassige gebieden, parken en tuinen.
Verspreidingsgebied
Groot deel van Europa en Azië, van West-Europa tot Oost-Siberië. Overwintert in Zuid-Europa, Noord-Afrika en Sub-Sahara Afrika, alsook Zuid-Azië.
Hoogtebereik
Zeeniveau tot ongeveer 1500-2000 meter in bergachtige gebieden, lokaal hoger.
Voorkeursomgevingen
Voorkeur voor open bossen, bosranden, struikgewas, parken, tuinen en dichtbegroeide gebieden met struiken en jonge bomen. Houdt van loofbomen en gemengde bossen, maar broedt ook in naaldbossen. Belangrijk is een dichte ondergroei voor nestgelegenheid en voedsel.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief. Vooral 's ochtends vroeg en laat in de middag het meest actief met foerageren en zingen.
Eetgewoonten
Actief insectenjagertje. Foerageert laag in de vegetatie, in struiken en bomen, waarbij hij bladeren afzoekt. Vangt insecten van bladeren en takjes, soms ook in de vlucht (hawking). Meestal solitair tijdens het foerageren, behalve tijdens de broedtijd of familiegroepen.
Sociaal gedrag
Tijdens het broedseizoen territoriaal. Buiten het broedseizoen solitair of in kleine, losse groepen, soms met andere trekvogels tijdens migratie.
Vliegpatroon
Korte, golvende vlucht, vaak tussen dichte begroeiing. Tijdens migratie meer directe en langere vluchten.
Trekpatroon
Langeafstandstrekker. Broedpopulaties uit het noorden en oosten trekken naar Zuid-Europa, Noord-Afrika en Sub-Sahara Afrika. West-Europese populaties trekken voornamelijk naar het Middellandse Zeegebied en West-Afrika.
Territoriaal gedrag
Mannetjes vestigen een broedterritorium en verdedigen dit fel tegen concurrenten. Ze lokken vrouwtjes met hun zang vanuit hun territorium. Vrouwtjes kiezen het territorium en bouwen het nest.

Zang en geluiden

Zang
Een snel, herhaald en ritmisch 'tjif-tjaf, tjif-tjaf, tjif-tjaf' of 'huit-huit, huit-huit' met variaties in tempo en toonhoogte. Klinkt als de eigen naam van de vogel. Herhalend en vrij monotoon, maar met een zekere levendigheid. Kan onafgebroken doorgaan.
Roep
Een zacht 'huít' of 'huit' (soms vergeleken met het geluid van een 'natte kus'). Alarmroep is een scherp 'tjiit' of 'huit'. Contactroep is een zacht, oplopend 'hu-iet'.
Wanneer hij roept
Zingt voornamelijk vanaf aankomst in het broedgebied (maart-april) tot ver in de zomer (juli-augustus), soms zelfs nog in de vroege herfst voor vertrek. Vrouwtjes zingen zelden. Roept gedurende het hele jaar, vooral bij verstoring of contact.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juli, met piek in mei-juni.
Nestgewoonten
Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje, meestal op of vlak boven de grond in dichte vegetatie, zoals varens, brandnetels of lage struiken. Het is koepelvormig, met een zij-ingang, gemaakt van grassen, bladeren, mos en gevoerd met veren en haar. Vaak goed verborgen.
Legselgrootte
Meestal 4-7 eieren, doorgaans 5-6.
Eierbeschrijving
4-7 eieren, wit met roodbruine, paarsbruine of grijze spikkels en vlekjes, vaak geconcentreerd aan de stompe pool. Grootte circa 15 x 12 mm.
Broedperiode
13-15 dagen, uitsluitend door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
12-15 dagen na het uitkomen van de eieren verlaten de jongen het nest. Ze worden nog enkele dagen door beide ouders gevoerd.
Ouderlijke zorg
Voornamelijk het vrouwtje broedt en verzorgt de kuikens in de eerste dagen. Beide ouders voeren de jongen nadat ze zijn uitgevlogen. Meestal één, soms twee broedsels per jaar.

Waar te vinden

Loofbossen

Vooral in open loofbossen en gemengde bossen met een dichte ondergroei.

Parken en tuinen

In grotere parken, tuinen en stedelijke groengebieden met voldoende bomen en struiken.

Heggen en struwelen

Dichte heggen, struwelen en bosranden bieden goede broed- en foerageerplekken.

Waterkanten

Vaak te vinden langs waterkanten met dichte oeverbegroeiing.

Veldtips

  1. Luister goed. De zang van de Fitis, 'tjif-tjaf, tjif-tjaf', is het meest opvallende kenmerk voor detectie. Luister ernaar, vooral in het voorjaar en de vroege zomer.
  2. Observeer beweging. Fitissen zijn constant in beweging, springend en vliegend door de bladeren. Scan de vegetatie op kleine, bewegende stipjes.
  3. Zoek in de ondergroei. Hoewel ze ook hoger in bomen kunnen foerageren, bevinden ze zich vaak in het struikgewas en de lagere delen van bomen.
  4. Geduld. Vanwege hun kleine formaat en actieve gedrag kan het even duren voordat je ze goed te zien krijgt. Gebruik een verrekijker.

Gelijkende soorten

Tjiftjaf

Phylloscopus trochilus

De Fitis is over het algemeen geler/groener dan de Tjiftjaf, met bleke, vaak lichtbruine of rozeachtige poten (in tegenstelling tot de donkere poten van de Tjiftjaf). De wenkbrauwstreep van de Fitis is ook prominenter en geler. De zang is het meest onderscheidende kenmerk: de Fitis zingt 'tjif-tjaf, tjif-tjaf', terwijl de Tjiftjaf een melodieuze, aflopende triller heeft. De vleugels van de Tjiftjaf zijn korter en ronder.

Boszanger

Phylloscopus sibilatrix

De Boszanger is helderder groen op de rug, met een opvallend gele keel en borst en een spierwitte buik. Hij heeft een lange, heldergele wenkbrauwstreep en lichte poten. De zang is een karakteristiek vibrerend 'sip-sip-sip-sirrrrrrrrrrrr'.

Fluiter

Phylloscopus bonelli

De Fluiter heeft een egaler grijsgroen verenkleed zonder veel geel. Hij mist een duidelijke wenkbrauwstreep. De roep is een kenmerkend 'huit'. De zang is een snelle, ratelende triller.

Snelle feiten

Geluidsonderscheid:
De zang ('tjif-tjaf') is vrijwel het enige betrouwbare veldkenmerk ten opzichte van de Tjiftjaf ('huit-huit-huit-huit').
Naamgever:
De vogel dankt zijn naam aan zijn karakteristieke zang.
Migratieafstand:
Kan vele duizenden kilometers afleggen tussen broed- en overwinteringsgebieden.
Nestspecialist:
Bouwt een zeer kenmerkend koepelvormig nest op of vlak boven de grond.

Leuke weetjes

  • Wetenschappers hebben ontdekt dat de mannetjes Fitis vaak meer dan één vrouwtje in hun territorium hebben en met hen broeden (polyginie).
  • In tegenstelling tot de Fitis, die lichte poten heeft, zijn de poten van de Tjiftjaf bijna altijd donker, wat een cruciaal (hoewel variabel) identificatiekenmerk is.
  • Er zijn verschillende ondersoorten van de Fitis, waaronder de Siberische Fitis (P. c. tristis), die een veel grijzer verenkleed en een ander geluid heeft dan de nominaatvorm.
  • Het gewicht van een Fitis is vergelijkbaar met dat van een paar muntjes van 2 eurocent.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Phylloscopidae
Geslacht
Phylloscopus
Soort
Phylloscopus collybita

Ontdek de Fitis

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app