Birdby LogoBirdby

Groene Specht

Least Concern (Niet bedreigd)

Picus viridis

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Groene Specht is een grote, opvallende spechtsoort die bekend staat om zijn heldergroene verenkleed en luide, lachende roep. In tegenstelling tot veel andere spechten, foerageert de Groene Specht voornamelijk op de grond, waar hij gespecialiseerd is in het eten van mieren. Het is een standvogel in grote delen van zijn verspreidingsgebied en een karakteristieke verschijning in halfopen landschappen.

Grootte en levensduur

Lengte
30-36 cm
Spanwijdte
45-51 cm
Gewicht
150-250 g
Levensduur
Gemiddeld 7-8 jaar, maximaal 15 jaar in het wild
Voedsel
Insectivoor, voornamelijk gespecialiseerd in mieren en hun larven en poppen. Eet ook andere insecten, spinnen en af en toe bessen of fruit.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Volwassen vogels hebben een heldergroene bovenzijde en een lichtgroene tot geelgroene onderzijde. De stuit is opvallend geelgroen. De kop is groen met een zwarte teugel en een zwarte baardstreep. De kruin is karmozijnrood. De vleugels zijn donkerder groen met donkere slagpennen die lichte banden vertonen in vlucht. De staart is donkergroen met lichte dwarsbanden.
Snavelvorm
Sterke, kegelvormige, donkergrijze snavel met een lichtere basis. Niet zo beitelvormig als bij andere spechten, wat past bij zijn foerageergedrag op de grond.
Oogkleur
Witachtig met een donkere pupil
Pootkleur
Grijsgroen
Onderscheidende kenmerken
Grote groene specht met rode kruin, zwarte teugel en zwarte baardstreep. Opvallende gele stuit in vlucht. Foerageert vaak op de grond. De lachende roep is zeer kenmerkend.
Uiterlijk jongen
Juvenielen zijn doffer van kleur en hebben een sterk gebandeerd of geschubd patroon op de borst, flanken en onderzijde. De rode kruin is minder uitgesproken en de baardstreep is nog niet volledig ontwikkeld, vaak met een mix van rood en zwart bij beide geslachten.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het verenkleed kan in de loop van het jaar iets slijten en doffer worden, maar er is geen rui naar een afwijkend broed- of winterkleed.
Geslachtsdimorfisme
Het mannetje heeft een volledig rode baardstreep (malare streep) met een zwarte rand. Het vrouwtje heeft een zwarte baardstreep met alleen een kleine rode vlek aan de achterzijde, of soms geheel zwart. Verder zijn de geslachten identiek.

Hoe herken je

  1. 1

    Kleur

    Let op het heldergroene verenkleed, de gele stuit (vooral in vlucht) en de rode kruin.

  2. 2

    Koptekening

    Controleer de zwarte teugel en de zwarte baardstreep. Bij het mannetje is de baardstreep volledig rood, bij het vrouwtje is deze zwart met een kleine rode vlek of geheel zwart.

  3. 3

    Gedrag

    Zoek naar spechten die veel op de grond foerageren, vaak mierenhopen openbreken. Dit is een zeer kenmerkend gedrag voor de Groene Specht.

  4. 4

    Roep

    Luister naar de luide, lachende roep ('klü-klü-klü-klü-klü'). Dit is vaak de eerste indicatie van zijn aanwezigheid.

  5. 5

    Vlucht

    Observeer de golvende vlucht met de opvallende gele stuit.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde bossen, parken, boomgaarden, grote tuinen, halfopen landschappen met verspreide bomen en open graslanden.
Verspreidingsgebied
Grote delen van Europa, van Zuid-Scandinavië en Groot-Brittannië tot het Iberisch Schiereiland, Italië en de Balkan, oostwaarts tot in West-Rusland en Turkije. Ontbreekt in Ierland en het uiterste noorden van Scandinavië.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter in bergachtige gebieden, afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt habitat en voedsel.
Voorkeursomgevingen
Voorkeur voor loofbossen en gemengde bossen met open plekken, bosranden, parken en oude boomgaarden. Belangrijk is de aanwezigheid van oude bomen voor nestholtes en open graslanden met mierenhopen voor foerageergebieden.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
De Groene Specht is een specialist in het eten van mieren. Hij foerageert voornamelijk op de grond, waar hij met zijn sterke snavel mierenhopen openbreekt en met zijn lange, kleverige tong mieren, larven en poppen opvangt. Hij kan ook insecten van boomstammen en takken pikken, maar hakt zelden in hout zoals andere spechten. In de winter kan hij ook bessen en fruit eten.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren. Buiten het broedseizoen kunnen ze soms in kleine familiegroepjes worden gezien. Ze zijn territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen.
Vliegpatroon
De vlucht is golvend en krachtig, met een kenmerkende afwisseling van snelle vleugelslagen en korte glijvluchten waarbij de vleugels tegen het lichaam worden gehouden. De gele stuit is dan goed zichtbaar.
Trekpatroon
Standvogel in het grootste deel van zijn verspreidingsgebied. Jonge vogels kunnen na het uitvliegen korte afstanden afleggen om nieuwe territoria te vinden, maar er is geen sprake van echte migratie.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen. Territoria worden verdedigd met roepen en soms met agressieve interacties. De grootte van het territorium varieert afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel en nestplaatsen.

Zang en geluiden

Zang
De 'zang' is een luide, lachende roep die klinkt als 'klü-klü-klü-klü-klü' of 'kjük-kjük-kjük-kjük'. Het begint vaak luid en daalt dan in toonhoogte en volume. Het wordt vaak omschreven als een 'lachende' of 'joelende' roep en is een van de meest kenmerkende geluiden in zijn habitat.
Roep
Naast de 'lachroep' produceert de Groene Specht ook een scherp 'kjik' of 'kjuuk' als contactroep of alarmroep. Trommelen doet hij zelden en minder krachtig dan andere spechtensoorten.
Wanneer hij roept
Het meest vocaal in het vroege voorjaar (februari-juni) tijdens het broedseizoen, maar kan het hele jaar door gehoord worden, vooral op zonnige dagen.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juni.
Nestgewoonten
Nestelt in boomholtes die door beide partners worden uitgehakt, meestal in zacht hout van oude loofbomen zoals populieren, wilgen of fruitbomen. De ingang is rond of ovaal. De nestholte wordt niet bekleed.
Legselgrootte
1 legsel per jaar, zelden een tweede.
Eierbeschrijving
4-9 (meestal 5-7) glanzend witte, ovale eieren. Gemiddelde grootte: 31 x 23 mm.
Broedperiode
17-19 dagen, door beide ouders.
Uitvliegperiode
21-24 dagen na uitkomst. De jongen verlaten het nest als ze volledig bevederd zijn.
Ouderlijke zorg
Beide ouders broeden en voeren de jongen. Na het uitvliegen worden de jongen nog enkele weken door de ouders begeleid en gevoerd.

Waar te vinden

Parken en grote tuinen

Vooral die met oude bomen en open grasvelden.

Bosranden en open bossen

Loofbossen en gemengde bossen met open plekken en mierenhopen.

Boomgaarden

Oude boomgaarden bieden vaak geschikte nestbomen en foerageergebieden.

Veldtips

  1. Luister goed. De lachende roep is vaak het eerste teken van zijn aanwezigheid. Leer deze roep herkennen.
  2. Kijk op de grond. In tegenstelling tot andere spechten, foerageert de Groene Specht veel op de grond. Scan open grasvelden en bosranden.
  3. Zoek naar mierenhopen. Waar mierenhopen zijn, is de kans groot dat de Groene Specht in de buurt is.
  4. Wees geduldig. Ze kunnen schuw zijn, dus rustig observeren vanuit de verte vergroot de kans op een goede waarneming.
  5. Vroege ochtend. Ze zijn vaak het meest actief en vocaal in de vroege ochtenduren.

Gelijkende soorten

Grijskopspecht

Picus canus

De Grijskopspecht is kleiner en heeft een grijze kop in plaats van een groene. Het mannetje heeft een kleine rode vlek op de kruin, het vrouwtje heeft geen rood. De zwarte teugel en baardstreep zijn minder prominent. De roep is zachter en melancholischer, niet lachend.

Grote Bonte Specht

Dendrocopos major

De Grote Bonte Specht is kleiner, heeft een zwart-wit verenkleed met rode onderstaartdekveren en een rode nek- of kruinvlek (mannetje). Hij foerageert voornamelijk op boomstammen en trommelt veel vaker en luider. Zijn roep is een scherp 'kik'.

Snelle feiten

Voedsel specialist:
Eet voornamelijk mieren.
Grondfoerageerder:
Brengt veel tijd op de grond door.
Lachende roep:
Zeer kenmerkende vocalisatie.
Standvogel:
Migreert niet.
Rode kruin:
Opvallend kenmerk bij beide geslachten.

Leuke weetjes

  • De Groene Specht heeft een extreem lange, kleverige tong die tot wel 10 cm buiten de snavel kan worden uitgestoken om mieren uit hun gangen te vissen.
  • In sommige culturen wordt de roep van de Groene Specht geassocieerd met regen, wat hem de bijnaam 'regenwichelaar' heeft opgeleverd.
  • Hoewel het een specht is, hakt de Groene Specht zelden in levend hout. Hij geeft de voorkeur aan rottend hout voor het uithakken van nestholtes.
  • De Groene Specht is een belangrijke indicator voor de aanwezigheid van gezonde mierenpopulaties in een gebied.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Piciformes
Familie
Picidae
Geslacht
Picus
Soort
Picus viridis

Ontdek de Groene Specht

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app