Birdby LogoBirdby
Dorpswever (Ploceus cucullatus)

Dorpswever

Niet bedreigd (Least Concern)

Ploceus cucullatus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Dorpswever is een veelvoorkomende en wijdverspreide zangvogel in geheel Afrika bezuiden de Sahara. Hij staat bekend om zijn complexe, hangende nesten en is een zeer sociale vogel die vaak in grote kolonies leeft rond menselijke nederzettingen, vandaar zijn naam. Het mannetje is opvallend gekleurd tijdens het broedseizoen.

Grootte en levensduur

Lengte
15-17 centimeter
Spanwijdte
24-28 centimeter
Gewicht
25-45 gram
Levensduur
5-7 jaar in het wild, tot 10 jaar in gevangenschap
Voedsel
Voornamelijk zaden, granen, insecten en nectar

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Broedman: Kop en keel zwart, omrand door felgeel. Bovendelen groengeel gestreept met zwart, stuit geel. Onderdelen geel, vaak met een bruine of oranje tint op de borst, afhankelijk van de ondersoort. Vrouwtje en niet-broedman: Bovendelen geelgroen gestreept met bruin, onderdelen dofgeel tot witgeel. Ze missen de zwarte koptekening en heldere kleuren van het broedman. Sommige ondersoorten hebben een bruinachtig masker.
Snavelvorm
Conische, stevige zwarte snavel, kegelvormig en aangepast voor het kraken van zaden. Lichtere kleur bij niet-broedvogels.
Oogkleur
Roodbruin tot oranjeachtig rood bij broedmannen; donkerbruin bij vrouwen en niet-broedmannen
Pootkleur
Rozeachtig bruin tot grijsbruin
Onderscheidende kenmerken
De robuuste lichaamsbouw, de kenmerkende snavel en het opvallende broedkleed van het mannetje zijn kenmerkend. De hangende, geweven nesten zijn een onmiskenbaar teken van aanwezigheid.
Uiterlijk jongen
Jonge vogels lijken sterk op volwassen vrouwtjes, met een dof grijsgroen gestreepte rug en een lichtgele buik zonder opvallende koptekening.
Seizoensveranderingen
Mannetjes ondergaan een volledige rui om hun broedkleed te krijgen en verliezen dit na het broedseizoen weer naar een doffer 'ecliptisch' kleed dat lijkt op dat van het vrouwtje.
Geslachtsdimorfisme
Sterk seksueel dimorf tijdens het broedseizoen, waarbij het mannetje veel helderder gekleurd is met een zwart gezichtsmasker en gele body. Buiten het broedseizoen lijken mannetjes en vrouwtjes meer op elkaar, hoewel mannetjes vaak nog wat helderder zijn dan vrouwtjes.

Hoe herken je

  1. 1

    Broedkleed mannetje

    Zoek naar de opvallende zwarte kop en keel, felgeel lichaam en kenmerkende roodbruine ogen.

  2. 2

    Vrouwtje en niet-broedman

    Let op het doffere, gestreepte geelgroene verenkleed aan de bovenzijde, de lichtgele onderzijde en het ontbreken van het zwarte masker. Vaak te vinden in grote groepen.

  3. 3

    Nesten

    De aanwezigheid van dichte kolonies met complexe, hangende, geweven nesten is een zeer sterke indicatie. Deze nesten zijn vaak te vinden in clusters in bomen nabij water.

  4. 4

    Roep/Zang

    Het luide, sissende, tjilpende geluid dat voortdurend uit een kolonie komt, is zeer karakteristiek.

  5. 5

    Gedrag

    Vaak te zien in grote, luidruchtige groepen, zowel bij het foerageren als bij kolonies.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Savanne, graslanden, bosranden, landbouwgebieden
Verspreidingsgebied
Veelvoorkomend en breed verspreid over Afrika bezuiden de Sahara, van Senegal en Gambia in het westen tot Oost-Afrika (Ethiopië, Kenia, Tanzania, Mozambique) en zuidelijk Afrika (Zuid-Afrika). Geïntroduceerd op sommige Caribische eilanden en in Spanje.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot ongeveer 1800 meter
Voorkeursomgevingen
Open gebieden met verspreide bomen, parken, tuinen, landbouwgrond, rietvelden, en vooral nabij waterbronnen zoals rivieren en meren, vaak dicht bij menselijke nederzettingen.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief, het meest actief in de vroege ochtend en late namiddag.
Eetgewoonten
Foerageert voornamelijk op de grond en in lage vegetatie. Zoekt zaden van grassen en granen, insecten (vooral rupsen, sprinkhanen, termieten) en soms nectar van bloemen. Kan een plaag zijn voor landbouwgewassen zoals maïs en rijst.
Sociaal gedrag
Zeer sociale vogel, broedt in dichte kolonies die kunnen variëren van enkele tientallen tot duizenden nesten. Foerageert ook in grote groepen. Buiten het broedseizoen vormen ze vaak gemengde troepen met andere weversoorten.
Vliegpatroon
De vlucht is snel en golvend, typisch voor vinkenachtigen, vaak in grote, hectische groepen.
Trekpatroon
Veelal sedentair, maar sommige populaties in drogere gebieden vertonen lokale of regionale nomadische bewegingen in reactie op regenval en voedselbeschikbaarheid.
Territoriaal gedrag
Mannetjes zijn territoriaal rond hun nesten en de onmiddellijke omgeving ervan tijdens het broedseizoen, waarbij ze andere mannetjes agressief verjagen. Desondanks broeden ze in grotere kolonies, wat duidt op een gezamenlijke territoriale verdediging tegen roofdieren eerder dan individuele territoriale exclusiviteit.

Zang en geluiden

Zang
Een luidruachtig, sissend, tjilpend en zoemend gezang, typisch geproduceerd door het mannetje bij het nest om vrouwtjes aan te trekken. Klinkt als 'tsip, tsip, churrrrr rrrrrrr'.
Roep
Een breed scala aan roepen, waaronder harde 'tschik' of 'chek' contactroepen, 'rattelende' alarmroepen en zachte 'tsip' geluiden tijdens het foerageren.
Wanneer hij roept
Het luidste en meest frequente zingen vindt plaats tijdens het broedseizoen, vooral wanneer mannetjes nesten bouwen en vrouwtjes proberen aan te trekken. Contactroepen zijn het hele jaar door te horen.

Voortplanting

Broedseizoen
Varieert geografisch, maar valt meestal samen met het regenseizoen wanneer insecten en zaden overvloedig zijn (bijv. maart-oktober in West-Afrika, september-april in Zuidelijk Afrika). Kan meerdere broedsels per jaar hebben.
Nestgewoonten
Polygaam. Mannetjes bouwen meerdere onvoltooide nesten om vrouwtjes aan te trekken. De nesten zijn bolvormig, hangend en complex geweven van grassen, riet en palmbladen, vaak bij water of in doornige bomen voor bescherming. Het vrouwtje voltooit het nest nadat ze een mannetje heeft gekozen.
Legselgrootte
Bij de meeste ondersoorten 2-4 eieren, soms 5.
Eierbeschrijving
2-4 eieren, effen lichtblauw, lichtgroen, wit of soms gestippeld of gespikkeld met bruin, rood of grijs. De kleur en patronen variëren sterk per ondersoort en individu.
Broedperiode
11-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
14-25 dagen na het uitkomen. Jongen verlaten het nest alvorens volledig te kunnen vliegen.
Ouderlijke zorg
Het vrouwtje broedt de eieren uit en verzorgt de jongen grotendeels alleen. Het mannetje kan soms helpen met voeden, maar zijn primaire rol is het verdedigen van het territorium en het aantrekken van meerdere partners.

Waar te vinden

Parken en tuinen

In stedelijke en voorstedelijke gebieden, vooral waar water en volwassen bomen aanwezig zijn.

Rivieroevers en meren

Favoriete plekken voor broedkolonies, waar riet en andere vegetatie nestmateriaal en bescherming bieden.

Landbouwgebieden

Akkerlanden met granen en grassen, waar ze voedsel vinden en soms schade aan gewassen veroorzaken.

Savannes en open bossen

Overal waar verspreide bomen en voldoende voedselbronnen zijn, vaak in de buurt van waterpunten.

Veldtips

  1. Ga naar gebieden met water. Kolonies zijn bijna altijd te vinden in de nabijheid van water, zoals rivieren, meren, vijvers of drassige gebieden.
  2. Luister naar de geluiden. Het onophoudelijke getjilp, geratel en gesis van een Dorpswever-kolonie is onmiskenbaar en vaak al van ver te horen.
  3. Let op nesten. Zoek naar bomen die vol hangen met hun kenmerkende geweven nesten. Dit zijn vaak doornbomen of palmen die boven water hangen.
  4. Observeer in de vroege ochtend of late namiddag. Dit zijn de meest actieve periodes wanneer de vogels foerageren en de kolonies het meest levendig zijn.

Gelijkende soorten

Afrikaanse Maskerwever

Ploceus velatus

Heeft een kleiner, minder uitgebreid zwart gezichtsmasker dat doorgaans niet tot de kruin reikt, en een helder rode iris. De zwarte snavel is kleiner en fijner. Geel op de borst is meestal effen geel zonder oranje of bruine tinten.

Zuidelijke Maskerwever

Ploceus intermedius

Heeft een kleiner, ronder zwart masker dat de kin niet bereikt. Minder uitgebreid geel op de onderdelen, vaak meer geelgroen. De snavel is fijner en lichter gekleurd.

Goudvoorhoofdwever

Ploceus subaureus

Mist het zwarte gezichtsmasker. Heeft een volledig gele kop, nek en onderdelen, en een heldergele bovenzijde zonder opvallende strepen. Leeft meer in bossen en kustgebieden.

Snelle feiten

Sociale structuur:
Koloniaal broedend, polygaam
Nestmateriaal:
Gras, riet, palmbladeren
Taxonomische subgroepen:
Er zijn ongeveer 12-14 ondersoorten, die verschillen in verenkleedtekeningen en grootte.
Ecologische rol:
Zaadverspreider en insecteneter, speelt een rol in het ecosysteem maar kan ook een landbouwplaag zijn.

Leuke weetjes

  • Het mannetje Dorpswever bouwt een onvoltooid nest om een vrouwtje aan te trekken. Als het vrouwtje het nest goedkeurt, maakt ze het af. Als ze het niet goedkeurt, sloopt het mannetje het nest en begint opnieuw.
  • De Dorpswever is de meest wijdverspreide weversoort in Afrika en een van de bekendste vogels op het continent.
  • Kolonies kunnen soms tienduizenden individuen omvatten, wat een spectaculair gezicht is.
  • Het mannetje kan wel 20 tot 30 nesten bouwen in één broedseizoen in zijn poging om met meerdere vrouwtjes te paren.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Ploceidae
Geslacht
Ploceus
Soort
culullatus

Ontdek de Dorpswever

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app