Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Halsbandparkiet is een middelgrote, overwegend groene papegaaiensoort die oorspronkelijk uit Afrika en Azië komt, maar zich in veel delen van de wereld, waaronder Europa, als exoot heeft gevestigd. Ze staan bekend om hun lange staart, luide roep en de kenmerkende halsband bij volwassen mannetjes.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 38-42 cm (inclusief staart van 15-20 cm)
- Spanwijdte
- 42-48 cm
- Gewicht
- 95-140 g
- Levensduur
- 15-20 jaar in het wild, tot 30 jaar in gevangenschap
- Voedsel
- Herbivoor (granivoor, frugivoor, nectivoor)
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Overwegend heldergroen, met een lichtere, geelgroene onderzijde. De vleugeldekveren zijn iets donkerder groen. De onderzijde van de staartveren is geelachtig.
- Snavelvorm
- Robuuste, haakvormige snavel. De bovensnavel is rood met een zwarte punt, de ondersnavel is zwartachtig.
- Oogkleur
- Lichtgeel tot oranje met een oranjerode iris
- Pootkleur
- Grijsachtig
- Onderscheidende kenmerken
- Lange, puntige staart die ongeveer de helft van de totale lichaamslengte beslaat. De rode bovensnavel met zwarte punt is een goed kenmerk.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen lijken op vrouwtjes, maar hebben een kortere staart en een doffere, rozeachtige snavel die geleidelijk rood wordt. De halsband ontbreekt volledig of is zeer vaag en grijsachtig. Ze ontwikkelen de volledige volwassen verenkleed en halsband pas na ongeveer 18-24 maanden.
- Seizoensveranderingen
- Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed.
- Geslachtsdimorfisme
- Volwassen mannetjes hebben een opvallende zwarte halsband die doorloopt in een roze nekband. Vrouwtjes hebben geen of een zeer vage, grijsgroene halsband en missen de roze nekband. De snavelkleur kan bij vrouwtjes iets minder intens rood zijn.
Hoe herken je
- 1
Grootte en vorm
Middelgrote, slanke papegaai met een zeer lange staart (ongeveer de helft van de lichaamslengte).
- 2
Kleur
Overwegend heldergroen verenkleed.
- 3
Snavel
Opvallende rode bovensnavel met zwarte punt en zwarte ondersnavel.
- 4
Halsband (mannetje)
Volwassen mannetjes hebben een duidelijke zwarte halsband die overgaat in een roze nekband.
- 5
Roep
Luide, schelle 'kri-kri-kri' roepen, vaak te horen tijdens de vlucht.
- 6
Vlucht
Snelle, directe vlucht met krachtige vleugelslagen.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Open bossen, savannes, halfwoestijnen, landbouwgebieden, stedelijke parken en tuinen.
- Verspreidingsgebied
- Oorspronkelijk Sub-Sahara Afrika en het Indische subcontinent. Geïntroduceerde populaties zijn wijdverspreid in Europa (o.a. Nederland, België, Duitsland, VK), het Midden-Oosten, Japan en delen van Noord-Amerika.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter.
- Voorkeursomgevingen
- Voorkeur voor gebieden met een mix van bomen (voor nest- en slaapplaatsen) en open ruimtes (voor voedsel). Ze passen zich goed aan aan menselijke omgevingen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Voornamelijk zaden, noten, vruchten, bessen, bloemknoppen, nectar en jonge bladeren. Ze foerageren vaak in groepen en kunnen aanzienlijke schade aanrichten aan landbouwgewassen en boomgaarden.
- Sociaal gedrag
- Zeer sociale vogels, leven buiten het broedseizoen in grote, luidruchtige groepen. Vormen vaak grote slaapkolonies. Tijdens het broedseizoen leven ze in paren.
- Vliegpatroon
- Snelle, directe vlucht met krachtige vleugelslagen. Vaak in rechte lijnen, begeleid door luide roepen. In groepen vliegen ze vaak in losse formaties.
- Trekpatroon
- Over het algemeen standvogels in zowel hun oorspronkelijke als geïntroduceerde verspreidingsgebieden. Er is sprake van lokale verplaatsingen tussen foerageer- en slaapplaatsen.
- Territoriaal gedrag
- Tijdens het broedseizoen verdedigen broedparen hun nestplaats. Buiten het broedseizoen zijn ze minder territoriaal en tolereren ze grote groepen.
Zang en geluiden
- Zang
- Halsbandparkieten hebben geen complexe zang. Hun vocalisaties bestaan voornamelijk uit luide, schelle roepen.
- Roep
- Kenmerkende, luide en schelle 'kri-kri-kri' of 'kiek-kiek' roepen, vaak herhaald. Ze produceren ook scherpere 'skree' geluiden en zachtere, kabbelende geluiden tijdens het foerageren of in rust. De roepen zijn vaak te horen tijdens de vlucht en in groepen.
- Wanneer hij roept
- Het meest vocaal tijdens de vlucht, bij het foerageren in groepen, en vooral bij zonsopgang en zonsondergang wanneer ze naar en van hun slaapplaatsen vliegen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Varieert per regio. In Europa meestal van februari/maart tot juni/juli. In de oorspronkelijke gebieden vaak gekoppeld aan het regenseizoen.
- Nestgewoonten
- Holtebroeders. Ze nestelen in boomholtes, vaak oude spechtenholen, maar ook in gaten in muren of gebouwen. Ze bekleden de holte niet of nauwelijks met nestmateriaal.
- Legselgrootte
- 2-6 eieren
- Eierbeschrijving
- 2-6 (meestal 3-4) witte, ovale eieren. Gemiddelde grootte ongeveer 30 x 24 mm.
- Broedperiode
- 22-24 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 45-55 dagen na uitkomst. De jongen blijven na het uitvliegen nog enige tijd afhankelijk van de ouders.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen. Het mannetje voedt het vrouwtje tijdens de incubatieperiode.
Waar te vinden
Stedelijke parken en tuinen
In geïntroduceerde gebieden zijn ze vaak te vinden in stadsparken, grote tuinen en lanen met oude bomen.
Boomgaarden en landbouwgebieden
Ze foerageren graag in boomgaarden en op akkers waar ze zaden en vruchten kunnen vinden.
Slaapplaatsen
Zoek naar grote groepen die bij zonsopgang en zonsondergang naar en van gemeenschappelijke slaapplaatsen vliegen, vaak in hoge bomen.
Veldtips
- Luister naar hun roep. Hun luide en kenmerkende roepen zijn vaak het eerste teken van hun aanwezigheid, zelfs voordat je ze ziet.
- Kijk omhoog. Ze zitten vaak hoog in bomen, zowel om te rusten als om te foerageren.
- Bezoek parken in de vroege ochtend of late avond. Dit zijn de beste tijden om ze te zien wanneer ze actief zijn of zich verzamelen bij slaapplaatsen.
- Let op foeragerend gedrag. Ze zijn vaak te zien terwijl ze zaden, vruchten of knoppen eten in bomen en struiken.
Gelijkende soorten
Grote Alexanderparkiet
Psittacula eupatria
De Grote Alexanderparkiet is aanzienlijk groter (tot 58 cm) en heeft een grotere, volledig rode snavel. Het mannetje heeft een bredere zwarte halsband en een kastanjebruine vlek op de vleugeldekveren die bij de Halsbandparkiet ontbreekt.
Monniksparkiet
Myiopsitta monachus
De Monniksparkiet is kleiner, heeft een grijze kop en borst, en een groenere snavel. Ze bouwen grote, gemeenschappelijke takkennesten, in tegenstelling tot de holtebroedende Halsbandparkiet.
Snelle feiten
- Status in Europa:
- Exoot, invasieve soort in veel gebieden
- Dieet:
- Voornamelijk plantaardig
- Sociale structuur:
- Zeer sociaal, vormt grote groepen
- Broedplaats:
- Boomholtes
- Levensduur:
- Tot 30 jaar in gevangenschap
Leuke weetjes
- De Halsbandparkiet is de meest wijdverspreide papegaaiensoort ter wereld, deels door ontsnappingen uit gevangenschap.
- In sommige steden, zoals Londen en Brussel, zijn de populaties zo groot dat ze als iconisch worden beschouwd, ondanks hun status als exoot.
- Ze kunnen een breed scala aan geluiden imiteren, hoewel dit in het wild minder prominent is dan bij tamme vogels.
- De naam 'Halsbandparkiet' verwijst naar de kenmerkende zwarte en roze band rond de nek van het mannetje.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Psittaciformes
- Familie
- Psittaculidae
- Geslacht
- Psittacula
- Soort
- Psittacula krameri
Ontdek de Halsbandparkiet
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
