Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Kanarie, ook bekend als de wilde kanarie of Atlantische kanarie, is een kleine zangvogel die van nature voorkomt op de Macaronesische eilanden (Canarische Eilanden, Azoren en Madeira). Het is de wilde voorouder van de gedomesticeerde kanarie, die wereldwijd als huisdier wordt gehouden. Wilde kanaries zijn kleiner en minder felgekleurd dan hun gedomesticeerde tegenhangers, maar staan bekend om hun melodieuze zang.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 12.5-13.5 cm
- Spanwijdte
- 20-23 cm
- Gewicht
- 12-18 g
- Levensduur
- 2-5 jaar in het wild, tot 10-15 jaar in gevangenschap
- Voedsel
- Granivoor (zaadeter), aangevuld met insecten
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Het verenkleed van de wilde kanarie is overwegend groenachtig geel, met donkere strepen op de rug en flanken. De onderzijde is lichter geel, vooral op de borst en buik. De kop is geel met een groenige tint, en er is een subtiele donkere teugel tussen het oog en de snavel. De stuit is helder geelgroen, wat een goed kenmerk is in vlucht.
- Snavelvorm
- De snavel is kegelvormig en stevig, typisch voor zaadetende vogels. De kleur is hoornkleurig tot grijsachtig.
- Oogkleur
- De ogen zijn donkerbruin.
- Pootkleur
- De poten en tenen zijn vleeskleurig tot grijsbruin.
- Onderscheidende kenmerken
- De helder geelgroene stuit is een opvallend kenmerk, vooral in vlucht. De gestreepte rug en de relatief kleine, compacte bouw helpen ook bij de identificatie. De zang is zeer kenmerkend.
- Uiterlijk jongen
- Juveniele vogels lijken op vrouwtjes, maar zijn nog doffer en grijzer van kleur, met zwaardere en meer diffuse streping over het hele lichaam, inclusief de borst en buik. Ze hebben vaak een meer bruinachtige tint.
- Seizoensveranderingen
- Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het verenkleed kan na de rui in de herfst iets frisser en helderder zijn.
- Geslachtsdimorfisme
- Mannetjes zijn over het algemeen helderder geel gekleurd, vooral op de kop en borst, en hebben meer uitgesproken strepen op de rug. Vrouwtjes zijn doffer van kleur, met meer grijsachtige of groenachtige tinten en minder helder geel. De streping op de rug is bij vrouwtjes vaak minder contrastrijk.
Hoe herken je
- 1
Grootte en vorm
Een kleine, compacte vink met een kegelvormige snavel. Iets groter dan een Europese Kanarie.
- 2
Verenkleed
Overwegend groenachtig geel met donkere strepen op de rug en flanken. Helder geelgroene stuit is een sleutelkenmerk.
- 3
Zang
Zeer melodieuze, gevarieerde en vrolijke zang met rollende trillers en fluitende tonen. Een van de meest onderscheidende kenmerken.
- 4
Gedrag
Vaak te zien in kleine groepen, foeragerend op de grond of in lage vegetatie. Golvende vlucht.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Subtropische bossen, struikgewas, open bosland, boomgaarden, tuinen, landbouwgebieden, parken.
- Verspreidingsgebied
- Endemisch op de Macaronesische eilanden: Canarische Eilanden, Azoren en Madeira. Geïntroduceerde populaties komen voor in sommige andere delen van de wereld, maar deze zijn vaak verwilderde gedomesticeerde kanaries.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 1500 meter, afhankelijk van het eiland en de beschikbaarheid van geschikte habitats.
- Voorkeursomgevingen
- De Kanarie geeft de voorkeur aan halfopen landschappen met verspreide bomen en struiken, vaak in de buurt van menselijke bewoning. Ze zijn te vinden in laurierbossen, dennenbossen, maar ook in agrarische gebieden en stedelijke parken en tuinen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- De Kanarie is voornamelijk een zaadeter. Ze foerageren op de grond of in lage vegetatie, waarbij ze zaden van grassen, kruiden en onkruid eten. Ze eten ook knoppen, jonge bladeren en af en toe kleine insecten, vooral tijdens het broedseizoen om de jongen van eiwitten te voorzien.
- Sociaal gedrag
- Buiten het broedseizoen zijn kanaries vaak te zien in kleine tot middelgrote groepen, soms gemengd met andere vinkensoorten. Tijdens het broedseizoen zijn ze territoriaal en leven ze in paren.
- Vliegpatroon
- De vlucht is golvend en snel, kenmerkend voor vinken. Ze vliegen vaak in kleine, compacte groepen.
- Trekpatroon
- De Kanarie is een standvogel binnen zijn verspreidingsgebied en migreert niet. Lokale verplaatsingen kunnen voorkomen, afhankelijk van de beschikbaarheid van voedsel.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes verdedigen een broedterritorium door middel van zang en vertoon. Buiten het broedseizoen zijn ze minder territoriaal.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang van de wilde kanarie is zeer melodieus, complex en gevarieerd, bestaande uit een snelle opeenvolging van heldere, rollende trillers, fluitende tonen en korte, scherpe noten. Het is een vrolijke en levendige zang die vaak wordt uitgevoerd vanaf een hoge zitplaats. De zang is de inspiratie geweest voor de ontwikkeling van de zangkwaliteiten van de gedomesticeerde kanarie.
- Roep
- De roep is een helder, metaalachtig 'tsip' of 'tsee-tsee', vaak herhaald. Er is ook een zachter 'chup' of 'chitt' contactroep.
- Wanneer hij roept
- Vooral actief in de vroege ochtend en late namiddag, en gedurende de hele dag tijdens het broedseizoen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Meestal van januari/februari tot juli, met een piek in maart-mei. Vaak twee tot drie broedsels per jaar.
- Nestgewoonten
- Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje, meestal in een struik of boom, op een hoogte van 1 tot 4 meter boven de grond. Het is een compact, komvormig nest gemaakt van twijgjes, grassen, mos, wortels en bekleed met fijner materiaal zoals haar en veren.
- Legselgrootte
- 3-5 eieren, meestal 4.
- Eierbeschrijving
- De eieren zijn lichtblauw of blauwgroen, vaak met roodbruine vlekjes of stippen, vooral aan de stompe kant. Ze zijn ovaal van vorm en meten ongeveer 17 x 13 mm.
- Broedperiode
- 13-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 14-17 dagen na uitkomst. De jongen worden door beide ouders gevoerd.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje het grootste deel van de incubatie en de eerste dagen van het voeren op zich neemt. Het mannetje brengt voedsel naar het nest en helpt later actief met het voeren van de uitgevlogen jongen.
Waar te vinden
Canarische Eilanden
Overal op de eilanden te vinden, van kustgebieden tot berghellingen, in tuinen, parken, landbouwgebieden en bossen.
Azoren
Wijdverspreid over de eilanden, in vergelijkbare habitats als op de Canarische Eilanden.
Madeira
Algemeen voorkomend op het hoofdeiland en Porto Santo, in diverse open en halfopen landschappen.
Veldtips
- Luister naar de zang. De zang is zeer kenmerkend en vaak de eerste indicatie van de aanwezigheid van een kanarie. Ze zingen vaak vanaf een hoge zitplaats.
- Zoek in open gebieden. Kanaries geven de voorkeur aan open of halfopen landschappen met struiken en bomen, zoals tuinen, boomgaarden en bosranden.
- Let op de stuit. Bij het wegvliegen is de helder geelgroene stuit een uitstekend identificatiekenmerk.
- Observeer foerageergedrag. Ze foerageren vaak op de grond op zoek naar zaden. Geduldige observatie kan leiden tot een waarneming.
Gelijkende soorten
Europese Kanarie (Serinus serinus)
Serinus serinus
De Europese Kanarie is kleiner en heeft een meer geelgroen verenkleed met zwaardere streping op de flanken. De stuit is ook geel, maar minder helder dan bij de Atlantische Kanarie. De zang is sneller en minder melodieus, met meer raspende tonen.
Groenling (Chloris chloris)
Chloris chloris
De Groenling is groter en robuuster, met een dikkere snavel. Het verenkleed is doffer groen, met opvallende gele panelen in de vleugels en staart. De zang is langzamer en bevat meer nasale tonen en een kenmerkend 'tsweee' geluid.
Snelle feiten
- Oorsprong:
- Macaronesische eilanden (Canarische Eilanden, Azoren, Madeira)
- Gedomesticeerde vorm:
- Voorouder van de huiskanarie
- Zang:
- Zeer melodieus en complex
- Dieet:
- Voornamelijk zaden
- Status:
- Niet bedreigd (Least Concern)
Leuke weetjes
- De gedomesticeerde kanarie werd al in de 17e eeuw in Europa geïntroduceerd en is sindsdien gefokt op zang, kleur en vorm, wat heeft geleid tot honderden verschillende rassen.
- De naam 'kanarie' is afgeleid van de Canarische Eilanden, waar de vogel oorspronkelijk vandaan komt.
- Vroeger werden kanaries gebruikt in kolenmijnen om koolmonoxide te detecteren. Als de kanarie stopte met zingen of doodging, wisten de mijnwerkers dat er gevaar was.
- De wilde kanarie is kleiner en minder felgekleurd dan de meeste gedomesticeerde kanaries, maar zijn zang is net zo indrukwekkend.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Fringillidae
- Geslacht
- Serinus
- Soort
- Serinus canaria
Ontdek de Kanarie
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
