Birdby LogoBirdby
Boomklever (Sitta europaea)

Boomklever

Least Concern

Sitta europaea

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Boomklever is een kleine, gedrongen zangvogel die bekend staat om zijn unieke vermogen om zowel omhoog als omlaag langs boomstammen te klimmen, vaak met de kop naar beneden. Hij heeft een opvallende blauwgrijze bovenzijde en een oranjebruine onderzijde, met een zwarte oogstreep. Het is een standvogel in grote delen van Europa en Azië.

Grootte en levensduur

Lengte
12-14.5 cm
Spanwijdte
22.5-27 cm
Gewicht
17-28 g
Levensduur
Gemiddeld 2-3 jaar, maximaal 9 jaar in het wild
Voedsel
Omnivoor (insectivoor en granivoor)

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Bovenzijde is leigrijs tot blauwgrijs. Onderzijde is oranjebruin, lichter op de keel en wangen. De flanken en onderbuik zijn vaak dieper roodbruin. Een opvallende zwarte oogstreep loopt van de snavelbasis tot de nek. De staart is kort en de vleugels zijn relatief kort en breed.
Snavelvorm
Krachtige, puntige, dolkvormige snavel, donkergrijs tot zwartachtig.
Oogkleur
Donkerbruin tot zwart.
Pootkleur
Grijsbruin tot donkergrijs, met lange tenen en scherpe klauwen voor grip op boomschors.
Onderscheidende kenmerken
Unieke klimstijl (ook met de kop naar beneden), blauwgrijze bovenzijde, oranjebruine onderzijde, zwarte oogstreep, krachtige snavel.
Uiterlijk jongen
Jonge vogels lijken op volwassen vogels, maar hun verenkleed is over het algemeen doffer en minder intens van kleur. De oogstreep kan iets minder scherp zijn en de onderzijde is bleker oranjebruin.
Seizoensveranderingen
Geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. Het verenkleed kan na de rui in de herfst iets frisser en helderder zijn.
Geslachtsdimorfisme
Subtiel. Vrouwtjes hebben over het algemeen een iets fletsere oranjebruine onderzijde en de roodbruine kleur op de flanken is minder intens dan bij mannetjes. De onderstaartdekveren zijn bij mannetjes vaak dieper roodbruin, bij vrouwtjes meer roestbruin met een wazige, lichtere vlek.

Hoe herken je

  1. 1

    Klimstijl

    De Boomklever is de enige vogel in Europa die met de kop naar beneden langs boomstammen kan klimmen. Spechten klimmen alleen omhoog.

  2. 2

    Kleurpatroon

    Let op de combinatie van blauwgrijze bovenzijde, oranjebruine onderzijde en de duidelijke zwarte oogstreep. De witte keel en wangen contrasteren met de donkere oogstreep.

  3. 3

    Snavel

    De krachtige, puntige snavel is kenmerkend en wordt gebruikt voor het openhakken van noten en het zoeken naar insecten.

  4. 4

    Geluid

    Luister naar de luide, heldere en herhaalde 'twiet-twiet-twiet' zang of de scherpe 'tsit' roep. Dit is vaak de eerste indicatie van zijn aanwezigheid.

  5. 5

    Gedrag

    Zoek naar vogels die actief langs boomstammen en takken bewegen, vaak in een hectisch tempo, op zoek naar voedsel.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Gematigde bossen, loofbossen, gemengde bossen, parken, grote tuinen, boomgaarden.
Verspreidingsgebied
Grote delen van Europa (met uitzondering van Ierland en delen van Schotland en Scandinavië) en Azië, van West-Europa tot Japan.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter in bergachtige gebieden, afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikt boshabitat.
Voorkeursomgevingen
Oude loofbossen met veel volwassen bomen (vooral eiken, beuken, haagbeuken) en dood hout, waar voldoende holtes en voedsel te vinden zijn. Ze prefereren gebieden met een dichte ondergroei en een gevarieerde boomstructuur.

Gedrag

Activiteitstijd
Diurnaal (dagactief).
Eetgewoonten
Zoekt voedsel langs boomstammen en takken, zowel omhoog als omlaag klimmend. Eet voornamelijk insecten en spinnen in de lente en zomer. In de herfst en winter schakelt hij over op zaden, noten (vooral hazelnoten, beukennootjes, eikels) en pitten. Hij klemt noten vaak vast in boomspleten en hakt ze open met zijn krachtige snavel. Legt voedselvoorraden aan voor de winter.
Sociaal gedrag
Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich soms aansluiten bij gemengde mezenzwermen, maar ze blijven vaak op zichzelf.
Vliegpatroon
Golvende, snelle vlucht over korte afstanden tussen bomen. Vliegt zelden over open terrein.
Trekpatroon
Standvogel in het grootste deel van zijn verspreidingsgebied. Jonge vogels kunnen in de herfst korte afstanden afleggen om nieuwe territoria te vinden, maar er is geen sprake van grootschalige migratie.
Territoriaal gedrag
Zeer territoriaal, vooral tijdens het broedseizoen. Paren verdedigen hun territorium fel tegen indringers van dezelfde soort.

Zang en geluiden

Zang
Een luide, heldere en herhaalde 'twiet-twiet-twiet' of 'wiit-wiit-wiit' reeks, vaak versnellend en in toonhoogte variërend. Kan ook een trillerige 'trrr-trrr-trrr' zang hebben.
Roep
Diverse roepen, waaronder een scherp, explosief 'tsit' of 'dwit', een rollend 'trrr' en een zacht 'tui-tui-tui'. De alarmroep is een luid en schel 'tsiet-tsiet-tsiet'.
Wanneer hij roept
Het hele jaar door te horen, maar het meest vocaal tijdens het broedseizoen (voorjaar) wanneer mannetjes hun territorium afbakenen en partners aantrekken.

Voortplanting

Broedseizoen
April tot juni.
Nestgewoonten
Broedt in boomholtes, vaak oude spechtenholen of natuurlijke spleten. Als de ingang te groot is, metselt de Boomklever deze dicht met modder en speeksel tot een passende opening. Het nest zelf is een kommetje van boomschorsschilfers, bladeren en mos, bekleed met fijner materiaal.
Legselgrootte
Meestal 5-9 eieren.
Eierbeschrijving
5-9 eieren, wit met fijne roodbruine spikkels, vooral aan de stompe kant. Afmeting: ongeveer 19 x 14 mm.
Broedperiode
13-18 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
22-25 dagen na uitkomst. Beide ouders voeren de jongen.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enige tijd afhankelijk van de ouders.

Waar te vinden

Oude loofbossen

Vooral bossen met eiken, beuken en haagbeuken bieden ideale leefomstandigheden.

Parken en grote tuinen

Mits er voldoende volwassen bomen en voedselaanbod is, kunnen Boomklevers ook in stedelijke gebieden voorkomen.

Boomgaarden

Oude boomgaarden met holle bomen zijn aantrekkelijk voor Boomklevers.

Veldtips

  1. Luister goed. De Boomklever is vaak eerder te horen dan te zien. Zijn luide roepen en zang verraden zijn aanwezigheid.
  2. Scan boomstammen. Focus op de stammen en dikkere takken van bomen, waar de Boomklever zijn voedsel zoekt en klimt.
  3. Let op beweging. De Boomklever is een actieve vogel die constant in beweging is. Let op snelle, schokkerige bewegingen langs de schors.
  4. Voederplaatsen. In de winter bezoeken Boomklevers soms voederplaatsen met zaden en noten.
  5. Geduld. Hoewel ze luidruchtig kunnen zijn, zijn ze ook schuw. Geduld en rustig observeren vergroten de kans op een goede waarneming.

Snelle feiten

Unieke klimmer:
Kan als enige vogel in Europa met de kop naar beneden langs boomstammen klimmen.
Metselaar:
Verkleint de ingang van zijn nestholte met modder en speeksel.
Voedselhamsteraar:
Legt voedselvoorraden aan voor de winter.
Standvogel:
Blijft het hele jaar in zijn broedgebied.

Leuke weetjes

  • De naam 'Boomklever' verwijst direct naar zijn vermogen om zich aan boomstammen vast te klampen en te klimmen.
  • Boomklevers zijn zeer inventief in het openen van noten. Ze gebruiken vaak een vaste 'aambeeld'-spleet in een boom om hun buit te kraken.
  • Het metselen van de nestholte-ingang is een indrukwekkend staaltje architectuur, waarbij ze modder, klei en speeksel gebruiken om een perfecte pasvorm te creëren die roofdieren buiten houdt.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Sittidae
Geslacht
Sitta
Soort
Sitta europaea

Ontdek de Boomklever

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app