Birdby LogoBirdby
Sijs (Spinus spinus)

Sijs

Niet bedreigd (Least Concern)

Spinus spinus

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Sijs is een kleine, behendige zangvogel, nauw verwant aan de Europese groenling en goudvink. Het mannetje is opvallend geel en groen met een zwarte kruin en kin, terwijl het vrouwtje doffer gekleurd is. Ze staan bekend om hun acrobatische foerageermethoden, vaak ondersteboven hangend aan dennenappels. Sijzen zijn sociale vogels en worden vaak in groepen waargenomen, vooral buiten het broedseizoen.

Grootte en levensduur

Lengte
11-12.5 cm
Spanwijdte
20-23 cm
Gewicht
11-18 g
Levensduur
Gemiddeld 2-3 jaar, maximaal opgenomen 9 jaar
Voedsel
Voornamelijk zaden van naaldbomen (vooral spar, lariks, den) en berken, elzen. Ook ongewervelden (vooral in de broedtijd) zoals insecten en spinnen, knoppen, jonge bladeren en bessen.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Mannetje: fel geelgroen lichaam, zwarte kruin en kinvlek, gele staartzijden en vleugelstrepen, gestreepte flanken, donkere rug met groenige tint. Vrouwtje: doffer geelgroen, zwaarder gestreept op borst en flanken, geen of nauwelijks zwarte kruin en kinvlek, minder fel gele vleugelstrepen. Juveniel: lijkt op het vrouwtje maar zijn nog zwaarder gestreept aan onderzijde, met een blekere en doffere kleur.
Snavelvorm
Kleine, kegelvormige, spits toelopende snavel, grijsachtig.
Oogkleur
Donkerbruin.
Pootkleur
Donker vleeskleurig tot bruinachtig grijs.
Onderscheidende kenmerken
Kleine vink met spitse snavel, opvallende groengele tinten, vooral bij het mannetje de zwarte kruin en kinvlek. Karakteristieke gele strepen in de vleugels en staartzijden.
Uiterlijk jongen
Zwaarder gestreept, vooral op de borst en flanken, en algemeen doffer van kleur dan volwassen vrouwtjes.
Seizoensveranderingen
Plumage is vrij consistent gedurende het jaar. De kleuren kunnen in de nazomer iets doffer lijken door slijtage van het verenkleed, maar er is geen aparte 'broedjurk' of 'winterjurk'.
Geslachtsdimorfisme
Sterk aanwezig; mannetjes zijn veel helderder gekleurd met een zwarte kruin en kin, terwijl vrouwtjes doffer en meer gestreept zijn.

Hoe herken je

  1. 1

    Grootte en postuur

    Kleine, beweeglijke vogel, kleiner dan een Groenling, met een korte staart en relatief kleine, spitse snavel.

  2. 2

    Kleuring Mannetje

    Herkenbaar aan de fel geelgroene kleur, zwarte kruin en zwarte kinvlek. Gele vleugelstrepen en staartzijden zijn ook opvallend.

  3. 3

    Kleuring Vrouwtje

    Doffer geelgroen, zwaarder gestreept op de flanken en borst, zonder de duidelijke zwarte kruin/kin. Let op de gele vleugelstrepen en staartzijden, die nog steeds aanwezig zijn maar minder uitgesproken dan bij het mannetje.

  4. 4

    Gedrag

    Vaak acrobatisch foeragerend, ondersteboven hangend aan kegels. Zeer sociaal buiten het broedseizoen, vaak in grote, beweeglijke zwermen.

  5. 5

    Roep

    De trillende 'tjerrr!' of 'tsoee-it' klank is een uitstekend identificatiemiddel, vaak in de vlucht uitgestoten.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Naaldbossen, gemengde bossen, loofbossen, parken en tuinen (vooral in de winter).
Verspreidingsgebied
Grotendeels Europa (met uitzondering van de zuidelijkste delen) en Azië (tot Oost-Siberië en Japan). Komt in Nederland en België zowel als broedvogel en wintergast voor.
Hoogtebereik
Van zeeniveau tot op berghellingen, afhankelijk van het voorkomen van geschikte bossen.
Voorkeursomgevingen
Naaldboomplantages, oudere sparren- en dennenbossen. Buiten het broedseizoen ook in berken- en elzenbossen, parken en tuinen met voederplaatsen.

Gedrag

Activiteitstijd
Dagactief.
Eetgewoonten
Foerageert vaak acrobatisch hangend aan boomtoppen, naalden en zaden van dennenappels. Gebruikt zijn snavel om zaden uit kegels te wrikken. Komt in de winter vaak op voedertafels voor zonnebloempitten en vetbollen.
Sociaal gedrag
Zeer sociaal, vormt buiten het broedseizoen vaak grote, zwervende groepen, soms gemengd met andere vinkachtigen zoals putters en groenlingen.
Vliegpatroon
Golvende vlucht, snel en wendbaar. Vliegt vaak in compacte groepen die zich gelijktijdig bewegen en van richting veranderen.
Trekpatroon
Deels trekvogel, deels standvogel. Noordelijke populaties trekken in de winter zuidwaarts; midden-Europese populaties zijn vaak standvogels of korte-afstandtrekkers. De trek kan irruptief zijn, waarbij in sommige jaren grote aantallen Sijzen vanuit het noorden naar Centraal- en West-Europa trekken.
Territoriaal gedrag
In de broedtijd verdedigen paren een klein territorium rond het nest. Buiten de broedtijd zijn ze niet territoriaal en leven ze in groepen.

Zang en geluiden

Zang
Een snel, levendig en ratelend zingen, vaak van een boomtop, met kenmerkende trillende, 'tjerrr'-geluiden en soms imitaties van andere vogels. Het is een mengeling van fluitende tonen, snelle kwinkslagen en ratelende klanken.
Roep
Meest kenmerkend is de trillende 'tjerrr' of 'tsji-tjit' roep, vaak in de vlucht uitgestoten. Ook een scherp 'tseep' of 'tsju-ik'.
Wanneer hij roept
Vooral actief in de broedtijd, maar ook buiten de broedtijd, vooral in groepen, laten ze zich veel horen.

Voortplanting

Broedseizoen
Maart tot juni, soms een tweede broedsel in juli.
Nestgewoonten
Het nest, een compact kommetje, wordt door het vrouwtje gebouwd, vaak hoog in een naaldboom (spar, den, lariks), dicht bij de stam of aan een zijtak, goed gecamoufleerd met korstmossen en spinnenwebben. Gemaakt van fijne takjes, mos, korstmossen en bekleed met veren, haar en plantendons.
Legselgrootte
2-6 eieren, meestal 3-5.
Eierbeschrijving
Meestal 3-5 eieren, blauwachtig wit met fijne roodachtig bruine vlekjes en paarse ondervlekken, vooral aan de stompe zijde.
Broedperiode
11-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
13-15 dagen na het uitkomen.
Ouderlijke zorg
Beide ouders voeren de jongen, hoewel het mannetje het vrouwtje ook voedt tijdens het broeden. De jongen worden nog enige tijd na het uitvliegen door de ouders gevoerd.

Waar te vinden

Naaldbossen

Tijdens het broedseizoen en in de winter. Zoek naar sparren, dennen en lariksen.

Loofbossen

Vooral in de winter, waar elzen en berken voorkomen, waarvan ze de zaden eten.

Parken en tuinen

In de winter komen ze vaak op voedertafels en in tuinen met berken of elzen.

Voederplaatsen

Tijdens koude periodes komen ze graag op plaatsen met geschikte zaden, zoals zonnebloempitten of nigerzaad.

Veldtips

  1. Luister naar de roep. De trillende 'tjerrr' roep is kenmerkend en helpt vaak om Sijzen in een groep of hoog in bomen te lokaliseren.
  2. Observeer in boomtoppen. Sijzen foerageren vaak hoog in naaldbomen, inspecteer de kegels op beweging en geluid.
  3. Bezoek voederplaatsen in de winter. In de winter zijn ze minder schuw en komen ze vaak op voederplaatsen, vooral als er kleine zaden zoals nigerzaad worden aangeboden.
  4. Zoek naar gemengde groepen. Buiten het broedseizoen mengen Sijzen zich vaak met Putters en Barmsijzen. Let op de specifieke kenmerken binnen zo'n groep.

Gelijkende soorten

Groenling

Chloris chloris

Groenlingen zijn doorgaans groter en zwaarder. Mannetjes Groenling missen de zwarte kruin en kin en hebben opvallender gele stuit en vleugelvlakken. Groenlingen hebben een stevigere, conische snavel.

Barmsijs

Acanthis flammea

Barmsijzen hebben een rode voorhoofdsplek en een blekere, grijsbruin gestreepte onderzijde. Ze missen de heldere geelgroene kleuren van de Sijs en de zwarte kinvlek van het Sijsman.

Europees Kanarie

Serinus serinus

Europese kanaries zijn kleiner en steviger gebouwd, met een kortere staart. Ze zijn helderder geel, vooral de mannetjes, en missen de zwarte kruin en kin van het Sijsman. Hun strepenpatroon is ook anders.

Snelle feiten

Broedpopulatie Nederland:
20.000-40.000 paren (trend stabiel, fluctuerend als gevolg van irrupties).
Winteraantallen Nederland:
50.000-200.000 individuen (sterk fluctuerend, afhankelijk van zaadoogsten in Noord-Europa).
Favoriete voedsel (winter):
Zaden van els, berk en spar.
Ecologische rol:
Speelt een rol in de verspreiding van zaden.

Leuke weetjes

  • Sijzen kunnen soms ondersteboven aan elzen- of berkenkatjes hangen tijdens het foerageren, wat een spectaculair gezicht is.
  • De populatiegrootte van Sijzen in West-Europa kan sterk fluctueren door 'irrupties'. Dit zijn jaren waarin er een massale trek plaatsvindt vanuit Noord-Europa als gevolg van slechte zaadoogsten daar.
  • De Sijs is een uitstekende acrobatische vlieger en behendig tussen takken en twijgen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Passeriformes
Familie
Fringillidae
Geslacht
Spinus
Soort
Spinus spinus

Ontdek de Sijs

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app