Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Spreeuw (Sturnus vulgaris) is een middelgrote zangvogel die bekend staat om zijn iriserende verenkleed, sociale gedrag en imitatievermogen. Het is een algemene en wijdverspreide soort in Europa en Azië, en is geïntroduceerd in andere delen van de wereld, waaronder Noord-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland. Spreeuwen zijn zeer adaptief en komen voor in diverse habitats, van stedelijke gebieden tot landbouwgronden.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 19-22 cm
- Spanwijdte
- 31-44 cm
- Gewicht
- 60-90 g
- Levensduur
- Gemiddeld 2-3 jaar in het wild, maximaal 15-20 jaar
- Voedsel
- Omnivoor
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Volwassen spreeuwen hebben een glanzend zwart verenkleed met een sterke metaalglans die varieert van paars tot groen, afhankelijk van de lichtinval. In de winter zijn de veren bedekt met witte stippen, die in de loop van het broedseizoen afslijten, waardoor het verenkleed in de zomer egaler en glanzender wordt.
- Snavelvorm
- De snavel is kegelvormig en puntig. In de broedtijd is de snavel geel met een blauwachtige basis bij mannetjes en een rozeachtige basis bij vrouwtjes. Buiten de broedtijd is de snavel donkerder, vaak bruinzwart.
- Oogkleur
- Donkerbruin
- Pootkleur
- Roodbruin tot rozeachtig bruin
- Onderscheidende kenmerken
- Korte staart, puntige vleugels, kenmerkende loop (niet huppelen), iriserende glans van het verenkleed, en de seizoensgebonden stippen op het verenkleed.
- Uiterlijk jongen
- Juveniele spreeuwen zijn egaal dofbruin met een lichtere keel en buik. Ze hebben een donkere snavel en donkere poten. Ze missen de iriserende glans en de stippen van de volwassen vogels. Ze ruien in de late zomer naar hun eerste winterkleed, dat lijkt op dat van volwassen vogels, maar vaak nog met wat bruine tinten.
- Seizoensveranderingen
- In de winter is het verenkleed van volwassen spreeuwen dicht bezet met witte stippen, vooral op de rug en flanken. Deze stippen slijten geleidelijk af door slijtage van de veertjes, waardoor het verenkleed in de broedtijd (lente/zomer) een egaler, diepzwart met sterke metaalglans krijgt. De snavel verandert van donker naar geel in de broedtijd.
- Geslachtsdimorfisme
- Subtiel. Mannetjes hebben in de broedtijd een blauwachtige basis van de snavel en langere, glanzendere keelveren. Vrouwtjes hebben een rozeachtige basis van de snavel en kortere, minder glanzende keelveren. De stippen in het winterkleed zijn bij vrouwtjes vaak prominenter.
Hoe herken je
- 1
Grootte en vorm
Middelgrote, gedrongen vogel met een korte staart en puntige vleugels. De vlucht is snel en direct.
- 2
Verenkleed (volwassen)
Glanzend zwart met een metaalglans (groen, paars, blauw). In de winter bedekt met witte stippen die in de zomer afslijten.
- 3
Snavel
Kegelvormig en puntig. Geel met een donkere basis in de broedtijd, donkerder buiten de broedtijd.
- 4
Gedrag
Loopt op de grond (huppelt niet). Zeer sociaal, vormt grote zwermen, vooral buiten het broedseizoen. Spectaculaire 'murmurations' bij zonsondergang.
- 5
Zang en roep
Zeer gevarieerde zang met fluitende tonen, ratels en imitaties. Scherpe 'tsjiet' contactroep.
- 6
Juveniel
Egaal dofbruin met een donkere snavel, zonder glans of stippen.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Gematigde bossen, graslanden, landbouwgronden, stedelijke en voorstedelijke gebieden.
- Verspreidingsgebied
- Oorspronkelijk Eurazië, van IJsland en West-Europa tot Centraal-Azië. Geïntroduceerd in Noord-Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en delen van Zuid-Amerika.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 2500 meter in bergachtige gebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Open landschappen met verspreide bomen, parken, tuinen, akkers, weiden, boomgaarden en stedelijke centra. Ze hebben een voorkeur voor gebieden met voldoende voedselbronnen en nestgelegenheid (holtes).
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Spreeuwen zijn opportunistische omnivoren. Ze foerageren voornamelijk op de grond, waarbij ze met hun snavel in de bodem prikken om insectenlarven, wormen en andere ongewervelden te vinden. Ze eten ook veel fruit, bessen, zaden en afval, vooral buiten het broedseizoen. Ze kunnen ook insecten in de vlucht vangen.
- Sociaal gedrag
- Zeer sociaal, vooral buiten het broedseizoen. Ze vormen grote tot zeer grote zwermen, soms bestaande uit tienduizenden tot miljoenen vogels, die gezamenlijk foerageren en slapen. Tijdens het broedseizoen zijn ze meer territoriaal, maar broeden vaak in losse kolonies.
- Vliegpatroon
- De vlucht is snel en direct, met snelle vleugelslagen. In grote zwermen vertonen ze spectaculaire, gesynchroniseerde vluchtpatronen, bekend als 'murmurations'.
- Trekpatroon
- De Spreeuw is een deeltrekker. Populaties in Noord- en Oost-Europa zijn trekvogels die overwinteren in West- en Zuid-Europa en Noord-Afrika. West-Europese populaties zijn vaak standvogels of korte-afstandtrekkers. In Nederland zijn spreeuwen zowel broedvogels als doortrekkers en wintergasten.
- Territoriaal gedrag
- Tijdens het broedseizoen verdedigen mannetjes een klein territorium rond de nestplaats. Buiten het broedseizoen zijn ze niet territoriaal en vormen ze grote zwermen.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang van de Spreeuw is complex en gevarieerd, bestaande uit een mengeling van fluitende tonen, klikkende geluiden, ratels en imitaties van andere vogels (en soms zelfs niet-vogelgeluiden zoals telefoonbeltonen). Ze zingen vaak vanaf een hoge zitplaats, zoals een schoorsteen of boomtop.
- Roep
- Diverse roepen, waaronder een scherp 'tsjiet' of 'tsjirp' als contactroep, en een raspend 'krrrt' als alarmroep. In zwermen produceren ze een constant geroezemoes van contactgeluiden.
- Wanneer hij roept
- Vooral actief in de zang tijdens het broedseizoen, van de vroege lente tot de zomer. Ze zingen ook in de herfst en winter, vooral in de ochtend en avond bij de roestplaatsen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Maart tot juli, met een piek in april-mei. Vaak twee broedsels per jaar.
- Nestgewoonten
- Spreeuwen zijn holenbroeders. Ze nestelen in boomholtes, nestkasten, gaten in gebouwen, onder dakpannen of in spleten van rotsen. Het nest wordt gebouwd door beide ouders en bestaat uit gras, bladeren, wortels, mos en soms veren of afval. Mannetjes beginnen vaak met het bouwen van meerdere 'pronknesten' om vrouwtjes aan te trekken.
- Legselgrootte
- 4-6 eieren
- Eierbeschrijving
- 4-6 eieren, glanzend, lichtblauw of blauwgroen, zonder vlekken. Afmetingen: ongeveer 29 x 21 mm.
- Broedperiode
- 11-15 dagen, voornamelijk door het vrouwtje, maar het mannetje helpt soms mee.
- Uitvliegperiode
- 20-22 dagen. De jongen worden door beide ouders gevoerd.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen intensief. Na het uitvliegen blijven de jongen nog enige tijd afhankelijk van de ouders en vormen ze vaak familiegroepjes.
Waar te vinden
Stedelijke en voorstedelijke gebieden
Parken, tuinen, stadscentra, daken van gebouwen, schoorstenen. Overal waar voedsel en nestgelegenheid is.
Landbouwgronden en open landschappen
Akkers, weiden, boomgaarden, met verspreide bomen of struiken. Vaak te zien foeragerend op de grond.
Roestplaatsen
Grote groepen verzamelen zich 's avonds in bomen, rietvelden of op gebouwen om te overnachten. Dit zijn de beste plekken om 'murmurations' te zien.
Veldtips
- Let op de vlucht. De snelle, directe vlucht en de kenmerkende zwermvluchten zijn vaak de eerste aanwijzing van hun aanwezigheid.
- Luister naar de zang. De gevarieerde en imiterende zang is zeer herkenbaar. Spreeuwen zingen vaak vanaf hoge, prominente zitplaatsen.
- Observeer foerageergedrag. Zoek naar vogels die op de grond lopen en met hun snavel in de bodem prikken op zoek naar insecten.
- Bezoek roestplaatsen. Ga bij zonsondergang naar bekende roestplaatsen (vaak in steden of grote bomenrijen) om de indrukwekkende zwermen te zien.
Gelijkende soorten
Zwarte Spreeuw
Sturnus unicolor
De Zwarte Spreeuw is nauw verwant en komt voor in Zuidwest-Europa en Noord-Afrika. Deze soort is het hele jaar door egaal zwart met een sterke metaalglans en mist de witte stippen in het winterkleed. De snavel is ook langer en dunner. In gebieden waar beide soorten voorkomen, kunnen hybriden ontstaan.
Merel
Turdus merula
Hoewel de Merel ook zwart is, is deze groter, heeft een langere staart en mist de iriserende glans en de stippen van de Spreeuw. De Merel huppelt, terwijl de Spreeuw loopt. De zang en roepen zijn ook duidelijk verschillend.
Grote Lijster
Turdus viscivorus
De Grote Lijster is groter en heeft een gevlekt bruin verenkleed, wat duidelijk verschilt van de Spreeuw. Echter, in slecht licht of op afstand kan de vlucht soms verward worden.
Snelle feiten
- Wetenschappelijke naam:
- Sturnus vulgaris
- Familie:
- Sturnidae (Spreeuwen)
- Lengte:
- 19-22 cm
- Gewicht:
- 60-90 g
- Dieet:
- Omnivoor (insecten, wormen, fruit, zaden)
- Broedseizoen:
- Maart - Juli
- Nestplaats:
- Boomholtes, nestkasten, gaten in gebouwen
- Aantal eieren:
- 4-6
- Status:
- Niet Bedreigd (Least Concern)
Leuke weetjes
- Spreeuwen staan bekend om hun vermogen om geluiden van andere vogels en zelfs menselijke geluiden te imiteren in hun zang.
- De spectaculaire zwermvluchten, bekend als 'murmurations', zijn een verdedigingsmechanisme tegen roofvogels en een manier om warm te blijven in de winter.
- De Spreeuw is in de 19e eeuw in Noord-Amerika geïntroduceerd door Shakespeare-liefhebbers die alle vogels die in zijn werken werden genoemd, wilden introduceren. Dit heeft geleid tot een enorme populatie die nu als invasieve soort wordt beschouwd.
- De iriserende glans van het verenkleed wordt veroorzaakt door de microstructuur van de veren, die het licht op een specifieke manier reflecteert.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Sturnidae
- Geslacht
- Sturnus
- Soort
- Sturnus vulgaris
Ontdek de Spreeuw
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
