Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Merel (Turdus merula) is een veelvoorkomende zangvogel in Europa, Azië en Noord-Afrika. Het mannetje is opvallend zwart met een oranje-gele snavel en oogring, terwijl het vrouwtje en de juvenielen bruiner zijn. Ze staan bekend om hun melodieuze zang en hun aanpassingsvermogen aan diverse habitats, van bossen tot stedelijke tuinen.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 23-29 cm
- Spanwijdte
- 34-39 cm
- Gewicht
- 80-125 g
- Levensduur
- Gemiddeld 2-5 jaar in het wild, maximaal 20 jaar
- Voedsel
- Omnivoor (voornamelijk insecten, wormen, slakken, bessen en fruit)
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Volwassen mannetjes zijn glanzend zwart over het hele lichaam. Vrouwtjes zijn donkerbruin tot roetbruin, vaak met een lichtere, gevlekte keel en borst, en soms een vage roodbruine tint. Juvenielen zijn bruin met een gevlekte of geschubde tekening op de borst en rug, lichter dan het vrouwtje.
- Snavelvorm
- De snavel is stevig en puntig. Bij volwassen mannetjes is deze opvallend oranje-geel, soms met een donkere punt. Bij vrouwtjes en juvenielen is de snavel donkerder, vaak bruinachtig of geelbruin.
- Oogkleur
- Donkerbruin, met een opvallende oranje-gele oogring bij volwassen mannetjes.
- Pootkleur
- Donkerbruin tot zwartachtig
- Onderscheidende kenmerken
- Het contrast tussen het glanzend zwarte verenkleed en de feloranje-gele snavel en oogring van het mannetje is uniek. Vrouwtjes zijn te herkennen aan hun egale donkerbruine kleur en vaak een lichtere, gevlekte keel.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen zijn bruin met een gevlekte of geschubde tekening op de borst en rug. Hun snavel is donker en hun oogring is afwezig of onopvallend. Ze zijn lichter van kleur dan volwassen vrouwtjes.
- Seizoensveranderingen
- Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed van volwassen Merels. De snavelkleur van het mannetje kan in de winter iets minder intens zijn, maar blijft geel-oranje.
- Geslachtsdimorfisme
- Sterk uitgesproken. Mannetjes zijn glanzend zwart met oranje-gele snavel en oogring. Vrouwtjes zijn donkerbruin met een donkere snavel en geen opvallende oogring. Juvenielen lijken meer op vrouwtjes maar zijn lichter en sterker gevlekt.
Hoe herken je
- 1
Verenkleed mannetje
Let op het egale, glanzend zwarte verenkleed. Geen vlekken of strepen.
- 2
Snavel en oogring mannetje
De feloranje-gele snavel en de opvallende oranje-gele oogring zijn onmiskenbaar bij volwassen mannetjes.
- 3
Verenkleed vrouwtje
Zoek naar een egaal donkerbruin verenkleed, vaak met een iets lichtere, gevlekte keel en borst. Geen felle snavel of oogring.
- 4
Gedrag
Merels foerageren vaak op de grond, waarbij ze bladeren omwoelen of stil staan en luisteren. Hun karakteristieke 'hop-stop' beweging is ook een goede indicator.
- 5
Zang
De langzame, melodieuze, fluitende zang is zeer kenmerkend en vaak het eerste teken van hun aanwezigheid.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Bossen, parken, tuinen, stedelijke gebieden, landbouwgebieden met heggen en struikgewas.
- Verspreidingsgebied
- Wijdverspreid over Europa, Noord-Afrika, en grote delen van Azië. Geïntroduceerd in Australië en Nieuw-Zeeland.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 2500 meter in bergachtige gebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Voorkeur voor gebieden met dichte ondergroei, struiken en bomen voor dekking en nestgelegenheid, afgewisseld met open plekken voor foerageren. Ze zijn zeer succesvol in menselijke omgevingen zoals tuinen en parken.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief), maar zingt vaak in de schemering en soms zelfs 's nachts, vooral in stedelijke gebieden met kunstlicht.
- Eetgewoonten
- Foerageert voornamelijk op de grond, vaak door bladeren om te woelen met de snavel of door te luisteren naar ondergrondse prooien. Eet een breed scala aan ongewervelden (regenwormen, insectenlarven, slakken) en plantaardig materiaal (bessen, fruit).
- Sociaal gedrag
- Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich verzamelen in kleine groepen, vooral bij voedselbronnen of slaapplaatsen. Ze zijn territoriaal tijdens het broeden.
- Vliegpatroon
- Vliegt met snelle, krachtige vleugelslagen, vaak laag over de grond tussen struiken. De vlucht is meestal rechtlijnig, maar kan ook golvend zijn over langere afstanden.
- Trekpatroon
- In West- en Zuid-Europa zijn Merels overwegend standvogels. Populaties in Noord- en Oost-Europa zijn deels trekvogels en trekken in de winter naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. De trek is vaak overdag en in kleine groepen.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes verdedigen hun broedterritorium fel tegen indringers, zowel soortgenoten als andere vogels. Ze markeren hun territorium met zang.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang is een van de meest herkenbare en melodieuze vogelgeluiden in Europa. Het bestaat uit een reeks heldere, vloeiende, fluitende tonen, vaak met herhalingen en variaties, die langzaam en bedachtzaam worden gebracht. Het klinkt melancholisch en rijk, vaak vanaf een hoge zitplaats.
- Roep
- Diverse roepen, waaronder een scherp 'tsjink-tsjink' als alarmroep, een zacht 'tsjoek' of 'tsjoek-tsjoek' als contactroep, en een luid, ratelend 'tsjerrrr' bij verstoring of als waarschuwing.
- Wanneer hij roept
- Zingt voornamelijk in de vroege ochtend en late avond, vooral tijdens het broedseizoen (maart-juli). Alarmroepen en contactroepen zijn het hele jaar door te horen.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Maart tot juli, vaak met 2-3 broedsels per jaar.
- Nestgewoonten
- Het nest wordt gebouwd door het vrouwtje, meestal laag in een struik, boom, klimop of op een richel van een gebouw. Het is een stevige kom van takjes, gras, mos en bladeren, verstevigd met modder en bekleed met fijn materiaal.
- Legselgrootte
- 3-5 eieren
- Eierbeschrijving
- 3-5 eieren, blauwgroen met roodbruine vlekken, vooral aan de stompe kant. Grootte: ongeveer 29 x 21 mm.
- Broedperiode
- 12-14 dagen, voornamelijk door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 12-15 dagen na uitkomst. De jongen verlaten het nest voordat ze volledig kunnen vliegen en worden nog enkele dagen door de ouders gevoerd.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen. Het mannetje kan de eerste broedsel blijven voeren terwijl het vrouwtje begint met een nieuw broedsel.
Waar te vinden
Tuinen en parken
Zeer algemeen in stedelijke en voorstedelijke tuinen en parken, vooral waar struiken en bomen aanwezig zijn.
Bossen en bosranden
In loof- en gemengde bossen, vooral aan de randen en in gebieden met dichte ondergroei.
Landbouwgebieden
Langs heggen, houtwallen en in boomgaarden.
Veldtips
- Luister naar de zang. De zang van de Merel is een van de meest herkenbare vogelgeluiden. Luister in de vroege ochtend of late avond naar de melodieuze fluitende tonen.
- Kijk op de grond. Merels foerageren veel op de grond. Let op bewegende bladeren of vogels die stil staan en dan plotseling pikken.
- Zoek in dichte begroeiing. Ze nestelen en zoeken dekking in struiken en dichte heggen. Kijk goed in de schaduwrijke delen van tuinen en parken.
- Let op alarmroepen. Een scherp 'tsjink-tsjink' of ratelend 'tsjerrrr' kan duiden op de aanwezigheid van een Merel die zich bedreigd voelt.
Gelijkende soorten
Grote Lijster
Turdus viscivorus
De Grote Lijster is groter, heeft een lichter, grijsbruin verenkleed met duidelijke ronde zwarte vlekken op de borst en flanken, en een witte onderbuik. De vlucht is golvender en de zang is minder melodieus en meer herhalend.
Zanglijster
Turdus philomelos
De Zanglijster is kleiner en slanker dan de Merel. Het verenkleed is bruiner met driehoekige of pijlpuntige vlekken op de borst en flanken. De zang is complexer, met korte frasen die vaak 2-4 keer worden herhaald.
Koperwiek
Turdus iliacus
De Koperwiek is kleiner, heeft een opvallende lichte wenkbrauwstreep, roodbruine flanken en onderdekveren van de vleugels. De zang is een snelle, hoge triller.
Snelle feiten
- Wetenschappelijke naam:
- Turdus merula
- Familie:
- Lijsters (Turdidae)
- Voedsel:
- Regenwormen, insecten, bessen, fruit
- Habitat:
- Bossen, tuinen, parken, stedelijke gebieden
- Zang:
- Melodieus, fluitend, melancholisch
- Status:
- Niet bedreigd (Least Concern)
Leuke weetjes
- Merels zijn een van de eerste vogels die 's ochtends beginnen te zingen en een van de laatste die 's avonds stoppen.
- Stedelijke Merels hebben vaak een kortere zang en hogere frequentie dan hun soortgenoten op het platteland, mogelijk om boven stadsgeluid uit te komen.
- De Merel is de nationale vogel van Zweden.
- Ze kunnen tot wel 100 regenwormen per dag eten, vooral tijdens het broedseizoen.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Turdidae
- Geslacht
- Turdus
- Soort
- Turdus merula
Ontdek de Merel
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
