Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Hop is een onmiskenbare vogel, bekend om zijn opvallende oranjebruine verenkleed, zwart-witte vleugels en een karakteristieke, waaierachtige kuif die hij kan opzetten en neerklappen. Het is een insecteneter die voornamelijk op de grond foerageert met zijn lange, gebogen snavel.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 25-32 cm
- Spanwijdte
- 44-48 cm
- Gewicht
- 46-89 g
- Levensduur
- Gemiddeld 5-10 jaar in het wild
- Voedsel
- Insectivoor (voornamelijk grote insectenlarven, krekels, sprinkhanen, kevers, spinnen)
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Opvallend oranjebruin lichaam met een roze tint. De vleugels zijn breed en afgerond, met een opvallend zwart-wit bandenpatroon. De staart is zwart met een brede witte band. De kuif is oranjebruin met zwarte punten, en kan worden opgezet tot een waaier of plat tegen het hoofd worden gehouden.
- Snavelvorm
- Lang, dun en sterk gebogen, zwartachtig van kleur, ideaal voor het zoeken naar insecten in de grond.
- Oogkleur
- Donkerbruin
- Pootkleur
- Grijsachtig zwart
- Onderscheidende kenmerken
- De unieke combinatie van de oranjebruine kleur, de zwart-witte vleugelbanden en de opzetbare kuif maakt de Hop onmiskenbaar. De lange, gebogen snavel is ook een belangrijk kenmerk.
- Uiterlijk jongen
- Juvenielen lijken op volwassen vogels, maar hun verenkleed is doffer, minder intens van kleur, en hun kuif is korter en minder prominent. De snavel is ook korter en rechter.
- Seizoensveranderingen
- Er zijn geen significante seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed. De intensiteit van de kleuren kan variëren door slijtage van de veren, maar er is geen aparte broed- of winterkleed.
- Geslachtsdimorfisme
- Er is nauwelijks seksueel dimorfisme; mannetjes en vrouwtjes zijn vrijwel identiek in verenkleed. Mannetjes kunnen gemiddeld iets groter zijn en een iets intensere kleur hebben, maar dit is in het veld moeilijk te onderscheiden.
Hoe herken je
- 1
Verenkleed
Let op de unieke oranjebruine kleur van het lichaam en de kop, gecombineerd met de opvallende zwart-witte banden op de vleugels en staart. Geen enkele andere vogel in zijn verspreidingsgebied heeft deze combinatie.
- 2
Kuif
De waaierachtige kuif met zwarte punten is een sleutelkenmerk. Deze wordt vaak opgezet bij opwinding of landing, maar kan ook plat tegen het hoofd liggen, waardoor de vogel minder opvallend lijkt.
- 3
Snavel
De lange, dunne, gebogen snavel is zeer kenmerkend en wordt gebruikt voor het foerageren in de grond.
- 4
Vlucht
De golvende, onregelmatige vlucht met snelle vleugelslagen en korte glijvluchten is onderscheidend. De brede, afgeronde vleugels met het zwart-witte patroon zijn dan goed zichtbaar.
- 5
Roep
De kenmerkende, holle 'poep-poep-poep' roep is vaak de eerste indicatie van de aanwezigheid van een Hop, zelfs voordat de vogel wordt gezien.
- 6
Gedrag
Zoek naar vogels die op de grond foerageren, met hun snavel in de bodem prikken, vaak in open, zonnige gebieden met korte vegetatie.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Open bossen, boomgaarden, wijngaarden, parken, tuinen, savannes, steppen, en agrarische gebieden met verspreide bomen.
- Verspreidingsgebied
- Wijdverspreid over Eurazië en Afrika. Broedt in grote delen van Europa (vooral Zuid- en Oost-Europa), Azië en Noord-Afrika. Overwintert in Afrika ten zuiden van de Sahara en in delen van Zuid-Azië.
- Hoogtebereik
- Van zeeniveau tot ongeveer 2000 meter, lokaal tot 3000 meter in bergachtige gebieden.
- Voorkeursomgevingen
- Voorkeur voor open, zonnige landschappen met korte vegetatie en kale grondplekken, afgewisseld met bomen of struiken voor nestgelegenheid en beschutting. Vaak te vinden in traditionele agrarische landschappen.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Diurnaal (dagactief).
- Eetgewoonten
- Foerageert voornamelijk op de grond, waarbij hij met zijn lange snavel in de bodem prikt op zoek naar insecten en larven. Hij kan ook insecten van het oppervlak pikken of ze in de vlucht vangen. Soms slaat hij prooien tegen de grond om ze te doden of te verkleinen.
- Sociaal gedrag
- Meestal solitair of in paren tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen kunnen ze zich soms in kleine groepen verzamelen, vooral tijdens de trek.
- Vliegpatroon
- De vlucht is golvend en onregelmatig, met snelle, ondiepe vleugelslagen afgewisseld met korte glijvluchten. De brede, afgeronde vleugels zijn opvallend in vlucht, met het zwart-witte patroon duidelijk zichtbaar.
- Trekpatroon
- De meeste Europese en Aziatische populaties zijn trekvogels die overwinteren in Afrika en Zuid-Azië. Populaties in Zuid-Europa en Afrika zijn vaak standvogels. De voorjaarstrek vindt plaats van maart tot mei, de najaarstrek van augustus tot oktober.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes zijn territoriaal tijdens het broedseizoen en verdedigen hun broedgebied met zang en soms agressieve vertoningen.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang is een kenmerkend, laag, hol en ver dragend 'poep-poep-poep' of 'hoop-hoop-hoop', vaak herhaald in series van twee tot vijf lettergrepen. De naam 'Hop' is onomatopee van dit geluid.
- Roep
- Naast de zang produceert de Hop ook raspende, sissende en krassende geluiden, vooral wanneer hij verstoord wordt of bij het nest. Een alarmroep is een scherp 'tsjerrr'.
- Wanneer hij roept
- Vooral tijdens het broedseizoen, van de vroege ochtend tot de late avond. Mannetjes zingen om territoria af te bakenen en vrouwtjes aan te trekken.
Voortplanting
- Broedseizoen
- April tot juli, afhankelijk van de geografische locatie.
- Nestgewoonten
- Nesten worden gemaakt in boomholtes, spleten in muren, rotsen, of soms in nestkasten. Het nestmateriaal is minimaal en bestaat vaak uit wat gras, bladeren en veren. Het vrouwtje broedt alleen en wordt door het mannetje gevoerd. Het nest kan een sterke, onaangename geur verspreiden door uitwerpselen en een afscheiding van de stuitklier van het vrouwtje, wat vermoedelijk dient als afweer tegen roofdieren.
- Legselgrootte
- Meestal 5-9 eieren, soms tot 12.
- Eierbeschrijving
- 5-9 eieren, ovaal van vorm, lichtblauw, grijsachtig of olijfkleurig, zonder vlekken. Ze worden donkerder naarmate de broedtijd vordert door nestvuil.
- Broedperiode
- 15-18 dagen, uitsluitend door het vrouwtje.
- Uitvliegperiode
- 26-32 dagen na het uitkomen. Beide ouders voeren de jongen.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders voeren de jongen, hoewel het vrouwtje de eerste dagen na het uitkomen het meest actief is. Het mannetje brengt voedsel naar het nest en geeft het aan het vrouwtje, die het vervolgens aan de jongen geeft.
Waar te vinden
Open bossen en bosranden
Vooral in gebieden met oude bomen die holtes kunnen bieden voor nesten.
Boomgaarden en wijngaarden
Deze bieden zowel open foerageergebieden als geschikte nestplaatsen.
Parken en grote tuinen
Vooral in Zuid-Europa, waar ze zich aanpassen aan menselijke aanwezigheid.
Agrarische gebieden
Traditionele landbouwgebieden met extensieve veeteelt en verspreide bomen zijn ideale habitats.
Steppen en savannes
In Afrika en Azië zijn dit belangrijke habitats.
Veldtips
- Luister naar de roep. De kenmerkende 'poep-poep-poep' roep is vaak de beste manier om een Hop te lokaliseren, vooral in dichtbegroeide gebieden.
- Zoek op de grond. Hoppen foerageren voornamelijk op de grond. Scan open plekken met korte vegetatie of kale grond.
- Kijk naar bomen met holtes. Tijdens het broedseizoen zoeken ze naar boomholtes voor hun nesten. Oude, holle bomen zijn goede plekken om te zoeken.
- Wees geduldig. Hoppen kunnen schuw zijn. Blijf rustig en observeer van een afstand.
- Beste tijd. De beste tijd om Hoppen te zien is tijdens het broedseizoen (april-juli) wanneer ze het meest actief en vocaal zijn, of tijdens de trekperiodes (maart-mei en augustus-oktober).
Gelijkende soorten
Afrikaanse Hop
Upupa africana
De Afrikaanse Hop werd voorheen als ondersoort van de Euraziatische Hop beschouwd, maar wordt nu vaak als aparte soort gezien. Belangrijkste verschillen zijn de roodbruinere kleur, de aanwezigheid van een witte band op de primaire vleugeldekveren (die ontbreekt bij de Euraziatische Hop), en een iets andere zang. Het verspreidingsgebied overlapt niet significant.
Madagaskar Hop
Upupa marginata
Ook voorheen een ondersoort, nu vaak als aparte soort beschouwd. Komt alleen voor op Madagaskar. Heeft een iets langere snavel en een donkerder, meer roodbruin verenkleed dan de Euraziatische Hop.
Snelle feiten
- Opvallend kenmerk:
- Waaierachtige kuif
- Voedsel:
- Grote insecten en larven
- Nestplaats:
- Boomholtes, spleten
- Roep:
- 'Poep-poep-poep'
- Trekgedrag:
- Deels trekvogel
Leuke weetjes
- De naam 'Hop' is een onomatopee van zijn kenmerkende roep.
- Hoppen staan bekend om de onaangename geur die hun nesten kunnen verspreiden, een verdedigingsmechanisme tegen roofdieren.
- De Hop is de nationale vogel van Israël.
- In het oude Egypte werd de Hop als heilig beschouwd en afgebeeld in hiërogliefen.
- De kuif van de Hop kan volledig worden opgericht of plat tegen het hoofd worden gehouden, afhankelijk van de stemming van de vogel.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Bucerotiformes
- Familie
- Upupidae
- Geslacht
- Upupa
- Soort
- Upupa epops
Ontdek de Hop
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
