Birdby LogoBirdby
Kemphaan (Calidris pugnax)

Kemphaan

Gevoelig (Near Threatened) op de IUCN Rode Lijst. In sommige regio's, zoals West-Europa, is de soort sterk afgenomen door habitatverlies.

Calidris pugnax

Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app

App openen

Over de soort

De Kemphaan is een middelgrote steltloper die bekend staat om zijn opvallende broedkleed bij de mannetjes, gekenmerkt door een grote gekleurde kraag en oorpluimen. Deze geslachtsdimorfie is uniek onder steltlopers. Buiten de broedtijd zijn beide geslachten veel minder opvallend. De soort is migrerend en toont complexe sociale structuren, met name tijdens de balts op de leks (baltsplaatsen).

Grootte en levensduur

Lengte
Mannetje: 29-32 cm (inclusief kraag), Vrouwtje: 22-26 cm
Spanwijdte
Mannetje: 58-64 cm, Vrouwtje: 48-52 cm
Gewicht
Mannetje: 100-250 g (gemiddeld 170 g), Vrouwtje: 70-150 g (gemiddeld 100 g)
Levensduur
Tot ca. 12 jaar in het wild
Voedsel
In de broedtijd voornamelijk insecten en hun larven, met name kevers, tweevleugeligen en waterinsecten. Buiten de broedtijd aangevuld met wormen, weekdieren, schaaldieren en zaden van waterplanten.

Fysieke kenmerken

Verenkleed
Broedkleed mannetje: Zeer variabel, geen twee hanen zijn precies gelijk. Grote, opstaande kraag en oorpluimen in diverse kleuren (zwart, wit, bruin, rood, oranje, geel). Rug is vaak grijsbruin, borst en buik lichter. Broedkleed vrouwtje: Bruingevlekt met lichtere onderdelen, minder contrastrijk dan het mannetje. Nek en borst kunnen crème- of oranjebruin zijn. Buitenbroedkleed: Beide geslachten lijken op elkaar, overwegend grijsbruin van boven, wit van onderen. De borst kan een lichtgrijze waas hebben. Lichtere wenkbrauwstreep.
Snavelvorm
Middellange, rechte snavel die aan de basis iets breder is, vaak donkerbruin tot zwart, soms met een lichtere basis. Bij broedende mannetjes kan de snavel een oranje tint krijgen.
Oogkleur
Donkerbruin.
Pootkleur
Broedende mannetjes: Vaak felgekleurd, variërend van geel, oranje, rood tot donkergroen of zwart. Vrouwtjes en niet-broedende vogels: Geelbruin, groenachtig of grijs.
Onderscheidende kenmerken
Opvallendste kenmerk is de grote variatie in broedkleed bij mannetjes, inclusief de kraag en oorpluimen. Vrouwtjes en juvenielen zijn algemeen lichter en langwerpiger dan veel andere strandlopers, met een lichte wenkbrauwstreep en een ietwat afhangende 'buik'. In vlucht vallen de witte zijpanelen aan de staartbasis op.
Uiterlijk jongen
Lijken op vrouwtjes in buitenbroedkleed, maar vaak warmer beige-bruin getint op de borst en flanken, met fijne schubpatronen op de rugveren. De poten zijn vaak geliger dan bij adulten.
Seizoensveranderingen
Broedkleed van maart tot juli, buitenbroedkleed (winterkleed) van augustus tot februari. Vooral bij mannetjes is de overgang van spectaculair broedkleed naar onopvallend winterkleed opvallend.
Geslachtsdimorfisme
Extreem uitgesproken tijdens het broedseizoen. Mannetjes (hanen) zijn aanzienlijk groter en dragen een unieke, zeer variabele kraag en oorpluimen. Vrouwtjes (hennen) zijn aanzienlijk kleiner en minder opvallend gekleurd.

Hoe herken je

  1. 1

    Vorm en Grootte

    Relatief grote steltloper, langer en slanker dan veel andere strandlopers. Het langwerpige uiterlijk met een ietwat afhangende buik is typerend voor niet-broedende vogels.

  2. 2

    Broedkleed Mannetje

    Onmiskenbaar door de spectaculaire, variabele gekleurde kraag en oorpluimen. Geen twee mannetjes zijn hetzelfde, wat zorgt voor een enorme variatie.

  3. 3

    Poten en Snavel

    Middellange poten (vaak opvallend gekleurd bij broedende mannetjes) en een rechte, middellange snavel. Let op de kleur van de poten, die kan variëren van geel-oranje tot donkergroen of zwart.

  4. 4

    Vlucht

    Witte zijpanelen aan de staartbasis (basis van de buitenste staartpennen) zijn een belangrijk kenmerk in vlucht, vooral bij onopvallend gekleurde juvenielen en wintervogels.

  5. 5

    Wenkbrauwstreep

    Een duidelijke lichte wenkbrauwstreep is, vooral buiten de broedtijd, een goed kenmerk om de Kemphaan te onderscheiden.

Leefgebied en verspreiding

Biomen
Natte graslanden, moerassen, toendra, kwelders, overstroomde akkers, en slikken langs kusten en rivieren.
Verspreidingsgebied
Broedt in Noord-Europa en Noord-Azië. Trekt via West-Europa en Afrika naar de overwinteringsgebieden in Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuid-Azië en Australië. Een klein aantal overwintert in Zuidwest-Europa.
Hoogtebereik
Voornamelijk in laaglandgebieden, van zeeniveau tot enkele honderden meters hoogte.
Voorkeursomgevingen
Zowel zoet- als brakwatergebieden, met een voorkeur voor open, ondiepe, natte gebieden met korte vegetatie of kale modder- en zandvlaktes waar ze gemakkelijk naar voedsel kunnen zoeken.

Gedrag

Activiteitstijd
Voornamelijk overdag actief, maar kan ook 's nachts foerageren, vooral tijdens de trekperiodes.
Eetgewoonten
Foerageert door over het substraat te lopen en met de snavel in de modder of ondiep water te prikken om insecten, larven en andere ongewervelden te vinden. Soms worden insecten van het wateroppervlak gepikt. Vrouwtjes zijn vaker in ondiep water te vinden dan mannetjes.
Sociaal gedrag
Tijdens de broedtijd voeren mannetjes (hanen) spectaculaire groepsbaltsen uit op een gezamenlijke baltsplaats (lek). Hier vertonen ze hun uitbundige kraag en pluimen in schijngevechten om de aandacht van de vrouwtjes (hennen) te trekken. De soort is polygyne. Buiten de broedtijd verzamelen ze zich in grote groepen op foerageer- en rustplaatsen.
Vliegpatroon
Rechtlijnig en krachtig, met snelle vleugelslagen. Tijdens de baltsvlucht van de mannetjes is het vertoon opvallend.
Trekpatroon
Langeafstandstrekker. Broedvogels arriveren in maart-april in de broedgebieden. De trek naar de overwinteringsgebieden begint al in juli-augustus voor vrouwtjes en juvenielen, en iets later voor mannetjes. De najaarstrek duurt tot oktober-november.
Territoriaal gedrag
Broedende mannetjes verdedigen geen territoria in de traditionele zin, maar vechten om posities op de lek. Vrouwtjes vestigen een klein broedterritorium rond het nest.

Zang en geluiden

Zang
Mannetjes produceren tijdens de balts op de lek zachte, lage, knorrende geluiden of een herhaald 'koek-koek-koek'. Dit is zelden buiten de broedplaats te horen.
Roep
Meest gehoorde roep is een zacht, laag en enigszins nasaal 'tuiet' of 'ku-iet', vaak in vlucht of bij verstoring. Kan ook een kort 'tuk' of 'kruk' laten horen.
Wanneer hij roept
Roepen zijn het meest frequent tijdens de trek en op foerageerplaatsen. Baltsgeluiden zijn beperkt tot de broedperiode op de lek.

Voortplanting

Broedseizoen
Mei tot juli.
Nestgewoonten
Het vrouwtje bouwt een eenvoudig nest, een ondiepe kuil in de grond, vaak verborgen in dichte vegetatie in natte graslanden of moerassen. Het nest wordt spaarzaam bekleed met gras en plantendelen.
Legselgrootte
Meestal 4 eieren.
Eierbeschrijving
Meestal 4 eieren, peervormig, olijfbruin, groenachtig of grijsachtig van kleur met donkere vlekken en stippen.
Broedperiode
21-23 dagen, uitsluitend door het vrouwtje.
Uitvliegperiode
De kuikens zijn nestvlieders en verlaten het nest kort na het uitkomen. Ze worden door het vrouwtje verzorgd en zijn na 25-30 dagen vliegvlug.
Ouderlijke zorg
Alleen het vrouwtje zorgt voor de incubatie en de opvoeding van de jongen.

Waar te vinden

Trekpleister

Vooral tijdens de voor- en najaarstrek zijn kemphanen te vinden op geschikte foerageerplaatsen zoals doorgaans vochtige graslanden, polders, overstroomde akkers, uiterwaarden en (brakke) slikvlaktes langs de kust of binnenlandse meren.

Broedgebieden

In Nederland en België zijn er nog maar weinig broedgevallen. De belangrijkste broedgebieden liggen in Noord- en Oost-Europa en Siberië, met open, natte weidegebieden.

Overwinteringsgebieden

Grote groepen overwinteren in Afrika ten zuiden van de Sahara, Zuid-Azië en sporadisch in Zuidwest-Europa. Zoek ze op droge savannes, ondiepe plassen en rijstvelden.

Veldtips

  1. Ga vroeg in het seizoen. Voor de balts van de mannetjes op leks in de broedgebieden is de periode april-mei het beste. Voor doortrekkers zijn de maanden april-mei (voorjaarstrek) en juli-oktober (najaarstrek) optimaal.
  2. Observeer het gedrag. Let op het opvallende baltsgedrag van de mannetjes op de lek. Vrouwtjes foerageren vaak solitair of in kleine groepjes. Buiten de broedtijd zijn ze sociaal en foerageren ze vaak in grotere zwermen.
  3. Zoek in de juiste habitats. Raffinaderijen en plassen met ondiep water en kale modderoevers zijn favoriete plekken tijdens de trek. Ook natte graslanden met korte vegetatie zijn goede plekken.
  4. Let op grootte en vorm. Kemphaan is een relatief grote steltloper. De ietwat 'bolle' borst en afhangende buik, gecombineerd met de lichte wenkbrauwstreep, zijn goede kenmerken om op te letten bij niet-broedende vogels.

Gelijkende soorten

Watersnip

Gallinago gallinago

Kemphaan is groter en forser. De Watersnip heeft een veel langere snavel, duidelijke strepen op de rug (geen schubpatroon bij juveniele Kemphaan), en een afwijkend vluchtpatroon (zigzaggend).

Regenwulp

Numenius phaeopus

Regenwulp is aanzienlijk groter, heeft een opvallend naar beneden gebogen snavel en een meer gestreepte koptekening. Ook de roep is heel anders.

Bonte Strandloper

Calidris alpina

Bonte Strandloper is kleiner, heeft kortere poten en een karakteristieke zwarte buikvlek in de broedtijd. Het winterkleed is grijzer en zonder de uitgesproken lichtere wenkbrauwstreep van de Kemphaan.

Snelle feiten

Unieke broedverenkleding:
Mannetjes hebben een unieke, zeer variabele kraag en oorpluimen die geen enkele andere vogel heeft.
Lek-balts:
Mannetjes voeren een complexe balts uit op gezamenlijke baltsplaatsen (leks), waar ze schijngevechten voeren en pronken.
Sterke geslachtsdimorfie:
Het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes is extreem, zowel in grootte als in kleur tijdens het broedseizoen.
Langeafstandstrekker:
De Kemphaan legt duizenden kilometers af tussen broedgebieden en overwinteringsgebieden.

Leuke weetjes

  • Geen twee kemphanen lijken precies op elkaar in broedkleed; elk mannetje is uniek.
  • De wetenschappelijke naam 'pugnax' betekent 'strijdlustig', verwijzend naar de baltsgevechten van de mannetjes.
  • Mannetjes kunnen verschillende baltsstrategieën hebben: 'onafhankelijke' territoriale verdedigers, 'satelliet'-mannetjes die meeliften op de lek van anderen, en 'faeder'-mannetjes die het uiterlijk van een hen nabootsen.

Wetenschappelijke classificatie

Rijk
Animalia
Stam
Chordata
Klasse
Aves
Orde
Charadriiformes
Familie
Scolopacidae
Geslacht
Calidris
Soort
Calidris pugnax

Ontdek de Kemphaan

Identificeer vogels overal

Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.

Openen in app