Vogel gezien? Identificeer hem direct met de Birdby-app
App openenOver de soort
De Wielewaal is een opvallende zangvogel, bekend om zijn heldergele verenkleed bij het mannetje en zijn melodieuze fluitende zang. Het is een schuwe, boomtoppevogel die zelden op de grond te zien is. De soort is een zomergast in Europa en trekt in de winter naar Afrika.
Grootte en levensduur
- Lengte
- 22-25 centimeter
- Spanwijdte
- 44-47 centimeter
- Gewicht
- 60-90 gram
- Levensduur
- Gemiddeld 8 jaar in het wild, maximaal waargenomen is 10 jaar.
- Voedsel
- Hoofdzakelijk insecten en hun larven, met name rupsen, kevers, sprinkhanen en vliegen. In de nazomer en herfst wordt het dieet aangevuld met bessen en fruit, zoals kersen, moerbeien en vijgen.
Fysieke kenmerken
- Verenkleed
- Mannetjes hebben een opvallend helder goudgeel verenkleed over het hele lichaam, met uitzondering van zwarte vleugels en een zwarte staart. De vleugels hebben vaak gele vlekken op de slagpennen en de staart heeft ook gele staartpunten. Het mannetje heeft een zwarte baan tussen de snavel en het oog. Vrouwtjes zijn onopvallender, met een meer groengeel tot olijfgroen bovendeel en een wittige, fijn gestreepte onderzijde. De vleugels en staart zijn donkerder, olijfbruin tot grijszwart. Juvenielen lijken op vrouwtjes maar zijn nog valer en sterker gestreept aan de onderzijde, met een donkerdere snavel.
- Snavelvorm
- Stevige, roze-roodachtige kegelvormige snavel met een haakje aan de top.
- Oogkleur
- Rood bij volwassen vogels, donker bij juvenielen.
- Pootkleur
- Grijsblauw tot leigrijs.
- Onderscheidende kenmerken
- Het felle contrast tussen goudgeel en zwart bij het mannetje is uniek. De golvende vlucht is kenmerkend. De melodieuze, fluitende zang is zeer onderscheidend.
- Uiterlijk jongen
- Lijken op vrouwtjes, maar met een doffere kleuring, een meer gestreepte borst en buik en een meer bruinachtige snavel. De rode oogkleur ontbreekt nog.
- Seizoensveranderingen
- Geen opvallende seizoensgebonden veranderingen in het verenkleed, afgezien van slijtage en vergelijkbare helderheid na de rui. Het broedkleed is hetzelfde als het niet-broedkleed voor de volwassen vogels. Juvenielen ontwikkelen hun volwassen kleed geleidelijk.
- Geslachtsdimorfisme
- Sterk aanwezig; mannetjes zijn helder goudgeel en zwart, vrouwtjes zijn groengeel tot olijfgroen met een gestreepte onderzijde. Dit verschil is duidelijk zichtbaar.
Hoe herken je
- 1
Verenkleed (Mannetje)
Helder goudgeel lichaam met diepzwarte vleugels en een zwarte staart met gele punten. Een zwarte teugelstreep tussen snavel en oog.
- 2
Verenkleed (Vrouwtje en Juveniel)
Groengeel tot olijfgroen bovendeel, wittige, fijn gestreepte onderzijde. Donkere vleugels en staart. Doffer geel dan het mannetje.
- 3
Zang
Onmiskenbaar luid, helder en melodieus fluiten, 'wiedeljo-wiedeljo' of 'orio-li-li'.
- 4
Roep
Een ruwe, raspende 'krrrèèèh' of 'wiejèèh'.
- 5
Gedrag
Schuw en verblijft hoog in de boomtoppen, vaak moeilijk te zien. Golvende vlucht over korte afstanden tussen bomen.
- 6
Habitat
Voorkeur voor open loofbossen, parken en boomgaarden met hoge bomen, vaak in de buurt van water.
Leefgebied en verspreiding
- Biomen
- Gematigde breedbladige en gemengde bossen, galerijbossen.
- Verspreidingsgebied
- Broedt in Europa, Noordwest-Afrika en West-Azië. De wintergebieden liggen in tropisch Afrika ten zuiden van de Sahara. Trekvogel die door een groot deel van de Sahara en het Midden-Oosten trekt.
- Hoogtebereik
- Meestal onder de 1000 meter, lokaal tot 2000 meter in bepaalde delen van het verspreidingsgebied.
- Voorkeursomgevingen
- Oude loofbossen met een open ondergroei, parken, grote tuinen en boomgaarden met hoge bomen. Voorkeur voor populieren, eiken en elzen in de buurt van water. Landschappen met verspreide groepjes hoge bomen, zoals langs rivieren of in laaggelegen gebieden.
Gedrag
- Activiteitstijd
- Dagactief, het meest hoorbaar en actief in de vroege ochtend en late middag.
- Eetgewoonten
- Foerageert voornamelijk in de boomtoppen, zelden op de grond. Zoekt actief naar insecten op bladeren en takken. Vangt soms insecten in vlucht. Ook bessen worden direct van de takken geplukt.
- Sociaal gedrag
- Meestal solitair of in paartjes tijdens het broedseizoen. Tijdens de trek en in de winterkwartieren kunnen ze zich in kleine groepjes verzamelen, soms in gemengde groepen met andere vogelsoorten.
- Vliegpatroon
- Karakteristieke golvende vlucht, vaak hoog tussen boomtoppen. Ze vliegen snel en direct over korte afstanden.
- Trekpatroon
- Is een langeafstandstrekker. Broedpopulaties uit Europa trekken in augustus en september naar Afrika ten zuiden van de Sahara en keren in april en mei terug.
- Territoriaal gedrag
- Mannetjes verdedigen een broedterritorium actief, voornamelijk door middel van zang en afschrikkende houdingen. Nesten zijn doorgaans solitair en relatief ver van elkaar gelegen.
Zang en geluiden
- Zang
- De zang van de Wielewaal is een onmiskenbaar, helder en melodieus fluitgeluid, vaak omschreven als 'wiedeljo-wiedeljo' of 'orio-li-li'. Het klinkt zacht, vloeiend en enigszins melancholisch, maar toch krachtig en doordringend.
- Roep
- De roep is een raspend, klaaglijk 'krrrèèèh' of 'wiejèèh', vaak gebruikt als alarmroep of contactroep. Het klinkt scherp en is een contrast met de mooie zang.
- Wanneer hij roept
- Vooral actief in de vroege ochtend. Zang is het meest frequent in het broedseizoen, direct na aankomst in het broedgebied in mei en juni. Alarmroepen zijn het hele jaar door te horen bij verstoring.
Voortplanting
- Broedseizoen
- Mei tot juli.
- Nestgewoonten
- Het nest is een diep, hangend komvormig bouwsel, zorgvuldig geweven van grasstengels, plantenvezels, bast en spinrag. Het wordt opgehangen in een horizontale takvork van een hoge boom, vaak aan het uiteinde van een tak, op 6 tot 15 meter hoogte boven de grond.
- Legselgrootte
- Gemiddeld 3-5 eieren.
- Eierbeschrijving
- Meestal 3-5 eieren, bleekroze tot witachtig van kleur met donkerbruine of zwarte vlekken en spikkels, vooral aan de stompe eipool.
- Broedperiode
- 14-15 dagen, voornamelijk door het vrouwtje, hoewel het mannetje haar af en toe aflost.
- Uitvliegperiode
- 14-17 dagen nadat de eieren zijn uitgekomen. Beide ouders voeren de jongen.
- Ouderlijke zorg
- Beide ouders zijn betrokken bij de nestbouw, het broeden (voornamelijk het vrouwtje) en het voeren van de jongen. Na het uitvliegen worden de jongen nog enkele weken door de ouders verzorgd en geleid.
Waar te vinden
Loofbossen
Grote, oude loofbossen, vooral met eiken, berken en populieren.
Parken en landgoederen
Grote stadsparken en landgoederen met volwassen bomen en open plekken.
Houterijen en rivierbegeleidende bossen
Langs rivieren en beken, waar vochtigere bossen met hoge bomen voorkomen.
Boomgaarden
Oude, extensief beheerde boomgaarden met hoge fruitbomen.
Veldtips
- Luister naar de zang. Focus op het geluid; de Wielewaal is vaker te horen dan te zien. De zang is het meest prominent in de vroege ochtend.
- Zoek in de boomtoppen. Kijk goed in het bladerdak van hoge bomen, vooral aan de zonnige zijde. Ze blijven vaak verborgen tussen de bladeren.
- Gebruik een verrekijker. Vanwege hun verborgen levenswijze en voorkeur voor de boomtoppen is een goede verrekijker essentieel.
- Wees geduldig en stil. Ze zijn schuw en kunnen lang onopgemerkt blijven. Geduld is de sleutel tot een waarneming.
- Bezoek geschikte habitats in het voorjaar. De beste tijd om ze te zien is na hun aankomst in mei en juni, wanneer ze actief zingen om territoria af te bakenen.
Gelijkende soorten
Afrikaanse Wielewaal
Oriolus auratus
Komt niet in Europa voor. De Afrikaanse Wielewaal heeft minder geel op de vleugels en de gele staartpunten zijn beperkter. Ook de intensiteit van het geel kan variëren.
Zwartkopwielewaal
Oriolus larvatus
Vooral in Zuidelijk Afrika. Heeft een zwarte kop (masker). Verschilt duidelijk in verspreidingsgebied en verenkleed.
Snelle feiten
- Trekker:
- Ja, langeafstandstrekker naar Afrika.
- Voedselbron:
- Insecten en, in de nazomer, fruit.
- Zang:
- Melodieus fluitend 'wiedeljo-wiedeljo'.
- Habitatvoorkeur:
- Oude loofbossen met hoge bomen.
- Nederlandse status:
- Zomergast, niet algemeen.
- Zichtbaarheid:
- Vaak alleen te horen, zelden te zien.
Leuke weetjes
- De naam 'Wielewaal' is een onomatopee (klanknabootsing) van zijn karakteristieke zang.
- Het nest is uitzonderlijk stevig en is vaak 'geweven' tussen takken, vergelijkbaar met een hangmat.
- Ondanks de opvallende kleur van het mannetje, is de Wielewaal verrassend goed gecamoufleerd tussen het gele chlorofyl van de bladeren in de volle zon.
- Wordt in veel culturen als een symbool van de zomer en geluk gezien.
Wetenschappelijke classificatie
- Rijk
- Animalia
- Stam
- Chordata
- Klasse
- Aves
- Orde
- Passeriformes
- Familie
- Oriolidae
- Geslacht
- Oriolus
- Soort
- Oriolus oriolus
Ontdek de Wielewaal
Identificeer vogels overal
Gratis op iOS, Android en web. Foto- en geluidsidentificatie, complete soortendatabase en je persoonlijke lijst.
